De Zeehondenopvang in Pieterburen sluit in januari de deuren vanwege de verhuizing naar Lauwersoog. Foto: Jaspar Moulijn
Wie Pieterburen zegt, zegt zeehondenopvang en vice versa. Maar op 5 januari sluit de opvang die een halve eeuw geleden met een ingegraven teiltje in de tuin van Lenie ’t Hart begon.
Een meeuw staat bewegingloos op een lamp en kijkt ietwat hooghartig naar zeehond Cheese die in een bassin met gezout leidingwater een speelgoedinktvis in de houdgreep neemt. Een treiterige, kille regen spoelt over de tegels van de Zeehondencentrum Pieterburen. Een van de medewerkers nadert het bassin waarin verzwakte zeehonden herstellen, met een visje in de hand. En dan komt er volop beweging in de meeuw. Hij klapwiekt richting het water. Tevergeefs, de vis verdwijnt in de bekken van Cheese en zijn kompaan Shrimp.
Pieterburen zonder zeehondenopvang?
Manager Marco Boshoven (51) knikt naar de meeuwen. „Die verhuizen waarschijnlijk gewoon met ons mee naar Lauwersoog.” De opvang die in 1971 begon, verhuist 25 kilometer verder naar het nieuwe WEC (Werelderfgoedcentrum) in Lauwersoog, een imposant en duurzaam bouwwerk aan de Waddenzee dat met oude spijkerbroeken wordt geïsoleerd.
Manager Marco Boshoven van de Zeehondenopvang. Foto: Jaspar Moulijn
De zeehondenopvang weg uit Pieterburen; voor zowel voor- als tegenstanders een onwerkelijke gedachte. De naam van het dorp is al decennia onlosmakelijk met het Zeehondencentrum verbonden. Jaarlijks trekken 80 duizend bezoekers naar het dorp dat 550 inwoners telt. Ja, er is van alles te doen, zoals wadlopen, het Pieterpad, de Botanische Tuin en een smakelijke dis bij Waddengenot. Maar het zijn de zeehonden met hun droevige, begrijpende ogen die de toeristen als een magneet naar Noord-Groningen trekken. Wat blijft er straks over als vanaf 5 januari de deuren van de opvang sluiten en de verhuisdozen worden ingeladen?
„Ik snap het wel, ik snap het echt wel”, zegt Boshoven die zijn armen spreidt. „Maar de locatie in Lauwersoog is in alle opzichten beter, zowel vanuit praktisch als strategisch standpunt. Bovendien kijken we daar uit over de Waddenzee, het gebied waarvan we het verhaal willen vertellen.”
Zeehondenakkoord
Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de kustprovincies, vijf zeehondencentra in Nederland en twee stichtingen die zeedieren helpen sloten in 2020 het Zeehondenakkoord. Hierin staan de afspraken over de opvang van zeehonden. Zo is onder meer vastgelegd dat zeehonden alleen mogen worden opgevangen als ze bijvoorbeeld ziek of gewond zijn. Alleen medisch gekwalificeerd personeel besluit of een zeehond wordt opgevangen. Ook worden er zogeheten zeehondenwachters opgeleid die alert zijn op zeehonden in nood. Tweede Kamerlid Dion Graus (PVV) diende begin december een motie in tot herziening van het Zeehondenakkoord waarmee hij aandringt op ‘spoedige noodhulp aan zogende zeehondenpups zonder moeder’. In het akkoord staat nu dat zeehonden die in nood (lijken te) zijn in principe eerst 24 uur moeten worden geobserveerd, tenzij de situatie dit niet toelaat.
Het begon met een teiltje in de tuin
Het WEC oogt in alle opzichten flitsender dan het gedateerde gebouw aan de Hoofdweg 94a. Een gedenkteken bij de entree van de oude opvang herinnert aan de eerste steenlegging van de nieuwbouw op 7 september 1978 door Bert Garthoff die tot zijn pensioen in hetzelfde jaar elke zondag op de radio het natuurprogramma Weer of geen weer presenteerde. Na een halve eeuw van intensief gebruik, verbouw en uitbreiding maakt het centrum toch een ietwat houtje-touwtje-achtige indruk.
WEC
Het Werelderfgoedcentrum Waddenzee in Lauwersoog is ontworpen door het Deense architectenbureau Dorte Mandrup. Duurzaamheid staat bij de bouw centraal. Zo is het gebouw gasloos en komen er zonnepanelen die de benodigde elektriciteit leveren. De houten gevels zijn gemaakt van oude meerpalen uit Kiel en het isolatiemateriaal bestaat uit gerecyclede spijkerbroeken. De bassins op het dak van het WEC bieden ruimte aan ongeveer vijftig zeehonden. „Onderin het centrum komt een waterzuivering waardoor het opgepompte zeewater voor de bassins weer schoon in zee komt”, vertelt manager Marco Boshoven.
Het Werelderfgoedcentrum ligt aan de Waddenzee. Het WEC is vanaf 26 april 2025 voor het publiek geopend. „Hier vertellen we het verhaal van de Waddenzee. Daar gebruiken we dieren voor, zoals de garnaal en een paling. Die vind je dan ook niet terug op het menu van het restaurant. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je de verteller van een verhaal op een broodje terugvindt.”
In de voormalige woning van zeehondenmoeder Lenie ’t Hart is de administratie voor de zeehondenzorg ondergebracht. Verspreid over het terrein van de opvang staan onder meer romneyloodsen en oude noodlokalen die gebruikt worden voor opslag en vergaderingen, maar waar in het verleden bij ruimtegebrek ook zeehonden werden ondergebracht. Het geheel oogt sleets en enigszins beduimeld. Maar toch komen er jaarlijks nog vele bezoekers – op het hoogtepunt zelfs 200 duizend - naar het centrum.
De aller-, allereerste bezoeker meldt zich in december 1971 aan de Hoofdweg 94a waar Lenie ‘t Hart zojuist een teiltje in de tuin heeft gegraven. Hierin verpleegt de vrouw van schoolmeester Joop ’t Hart de eerste zeehond: Loeskus, die ze naar haar nichtje vernoemt. Het voormalige boegbeeld van de zeehondenopvang woont sinds 1998 in een oud keuterboerderijtje in Termunten met uitzicht op de zeedijk die de Eems op afstand houdt.
Loeskus, de eerste zeehond die door Lenie 't Hart werd opgevangen. Ze noemde het dier naar haar nicht. Foto: Jaspar Moulijn
Ze heeft gezelschap van kippen, de katten Soltan – ‘die vond ik in Iran’ – en Sabi – ‘och, die laiverd, die komt uit Dagestan’ – en schapen. Maar het zijn zeehonden die het interieur domineren. Beeldjes, foto’s en knuffels staan overal door het huis. Lenie (83) – ‘niks geen mevrouw, iedereen zegt Lenie’ – weet van elke foto het verhaal dat ze met graagte vertelt en waarbij ze royaal allerlei zijwegen over haar avonturen in den vreemde bewandelt, van het opzetten van een opleidingstraject voor vrouwen in Mauritanië tot een reddingsactie op de Galapagoseilanden. „Ik kwam overal. Nog steeds trouwens. Volgende week [november, red.] zit ik in Iran. Mensen vragen mij voor alles. Zo is het ook altijd geweest, het overkwam me.”
Basis voor Zeehondenopvang ligt in Uithuizen
Zoals Loeskus. „Ik hield me altijd al bezig met de opvang van zieke dieren, zoals vogels en egeltjes. Zo kwam ik in contact met de familie Wentzel in Uithuizen. Die ving ook vogels op.”
En zeehonden. Ook in de tuin van het huis van het echtpaar René en Anneke Wentzel aan de Menkemaweg in Uithuizen bevindt zich in 1961 een ingegraven teiltje. Er komt later een bassin bij dat de gemeentesecretaris bij Beton Industrie Steenhuis in het dorp op de kop tikt.
Gemeentesecretaris René Wentzel. Bron familie Wentzel.
De restanten gaan schuil achter gele lissen en varens en worden geflankeerd door een kunstwerk dat zoon Peter, die er nog steeds woont, van restanten van het IJzeren Gordijn maakte. „Mijn moeder zorgde voor de zeehonden. Deze mochten tot 1962 worden bejaagd, ook werden er vele ziek door de gifstoffen van fabrieken die onbekommerd in de zee stroomden. Dochter Quirien (74) uit Stootshorn herinnert zich het eerste zeehondje nog heel goed. ,,Ik zal 10 zijn geweest. Een aantal kinderen liet mij een zeehondje zien dat ze in een grote blikken trommel hadden gestopt. Ik nam ‘m mee naar huis. Mijn moeder stond met grote ogen te kijken. Ze belde mijn vader op het gemeentehuis. ‘Ik heb hier een hond zonder poten’, vertelde ze.”
Restanten van een zeehondenbassin, geflankeerd door een kunstwerk dat van overblijfselen van het IJzeren Gordijn is gemaakt. Foto: Anjo de Haan
Maar wat geef je een zeehond te eten? „Aanvankelijk was de voeding de grootste uitdaging, want zeehondenmelk bestaat voor 80 procent uit vet’’, vertelt Peter. ,,Hoe maak je dat? Eerst gebruikten we roomboter en koffiemelk, maar dat was bepaald niet een succes. Via een biologe in Wilhelmshaven, die ook zeehonden opving, kregen we een beter alternatief: vers gemalen haring die, gecombineerd met vitaminen, via een maagsonde rechtstreeks werd toegediend.”
De zeehond krijgt de naam Chilawee. „Dat betekent Klein-kleintje in een Indiaanse taal”, vertelt Quirien. „We gingen met ‘m zwemmen in de Meistermaar, dan namen we hem achterop de fiets in een veilingkistje mee. Wij gingen dan in de kano en Chilawee zwom in het rond.” Na ongeveer een maand wordt Chilawee weer vrijgelaten, maar er komen nieuwe zeehonden voor terug. Peter: „Ik zie die zeehonden nog door de tuin schuifelen. Soms waren het er wel acht.”
Hoe Lenie ‘t Hart zeehondenmoeder werd
Een haan van het Engelse ras Seabright schiet door de tuin en raast langs een keurig gemetselde bak waarin water zit. „Dat was het tweede bassin, het is nu een vijver.”
De basis voor de Zeehondenopvang werd in Uithuizen door de familie Wentzel gelegd. Het bassin waarin zeehonden werden opgevangen, is er nog steeds en doet dienst als vijver.
Foto: Anjo de Haan
Mevrouw Wentzel was de eerste zeehondenmoeder. Hier verzorgt ze een zeehond met haar dochter Quirien. Bron familie Wentzel.
Na het overlijden van zijn vrouw benadert René Wentzel Lenie met het verzoek de opvang van de zeehonden over te nemen. „Ik twijfelde, ik had het al ontzettend druk, bovendien was er ook nog de opvoeding van onze zoon Pieter. En ik wist helemaal niks van zeehonden. Toch zei ik ‘ja’. Ik kan nu eenmaal niet tegen dieren die lijden. Maar het moest wel bij mij in de tuin, want ik had geen tijd om op en neer naar Uithuizen te rijden. Ik hoor het René – ach, wat een lieve man was dat – nog zeggen: ‘Dit komt vooral in de zomer voor’. Nou, dat heb ik geweten. Op 21 december 1971 kwam het telefoontje; er was een zeehond gevonden bij de nieuwe dijk van het Lauwersmeergebied. Ik had niks klaar, maar ja, wie ‘a’ zegt moet ook ‘b’ zeggen. Ik in mijn rode eend erheen om die zeehond op te halen. Ik wist niet eens hoe je zo’n dier moest benaderen. Ze zien er misschien schattig uit, maar ze kunnen behoorlijk bijten.”
De eerste van vele vrijlatingen
Loeskus belandde in het teiltje in de tuin. „Ik werd geholpen door Wentzel en de dierenarts.” Niet zonder resultaat, Loeskus sterkt aan en na twee maanden is daar het moment van de eerste van vele – in de woorden van Lenie – vrijlatingen. „Met repetewe brachten we Loeskus naar een zandplaat.”
Repete …?
„Repetewe!” Gierende lach. „De Rijkspolitie te water! Zo noemde ik dat. Dirk Frik stond altijd aan het roer, een grote, stuurse man. Ik heb later nog een zeehond naar hem genoemd, de enige zeehond waarbij me het niet is gelukt om hem te voeren. Och, wat een eigenwijs beest. Toen we hem vrijlieten, beet hij een stuk uit de boot van de repetewe.”
Loeskus, de eerste zeehond die door Lenie 't Hart werd opgevangen. Ze noemde het dier naar haar nicht. Foto: Jaspar Moulijn
Meer zeehonden volgen. Langzaam maar zeker maakt Lenie zich geheel autodidactisch de kennis over het zorgen voor zeehonden eigen. „Ik had 3 jaar hbs en heb daarna altijd gewerkt. Ben zelfs nog telegrafiste bij de Landmacht geweest. Maar ik was altijd met dieren bezig.”
Vrijwilligers helpen mee bij de zorg voor de zeehonden. „Ik kreeg van iedereen hulp. De gemeente Eenrum zorgde dat er een brandweerpomp kwam zodat ik voldoende water had. De Dierenbescherming schonk betonnen bakken voor de bassins.”
Prins Bernhard schiet te hulp
De eerste bezoekers komen langs. Wat gebeurt daar toch allemaal in die tuin? „Wildvreemden zaten bij mij op de bank. Vanaf dag 1 stond ik in de publiciteit, dat kwam vooral door Wibo [journalist en programmamaker Wibo van de Linde die in 2018 overleed, red.], die later mijn grote vriend is geworden.”
Lenie 't Hart in haar woning in Termunten. Foto: Jaspar Moulijn
Ze slaagt erin grote namen aan de crèche te verbinden die zich gratis en voor niks voor de opvang inzetten. Namen als prins Bernhard bijvoorbeeld die – als de nood aan de man komt – altijd weer ergens geld vandaan tovert. „Die is, net als ik, nooit ouder dan 12 geworden.” Maar dan wel een 12-jarige met een dure smaak. Oud-penningmeester Jan Hoogstrate vertelt in het boek ’t Hart voor de zeehond (2006) hoe de prins in 1993 de nieuwbouw komt openen. ‘Er moest volgens het protocol een peperduur wijntje van Corton Charlemagne worden gereserveerd. Als je weet wat dat kost …’
De opvang haalt miljoenen euro’s binnen, de inkomsten bestaan vooral uit donaties, giften, entreegelden en legaten. Voetballer Willem van Hanegem schenkt de opbrengsten van een benefietwedstrijd vanwege zijn afscheid van het betaalde voetbal aan de opvang. In haar biografie Zo onafhankelijk als een zeehond vertelt Lenie over een mevrouw uit Rotterdam die een bevriend echtpaar met 300 duizend gulden op pad stuurt om in de collectebus van de crèche te stoppen. „Op een zaterdag, want dan hadden ze vrij reizen.”
Hoe Lenie Queen strikt voor tv-spot ‘It’s a beautiful day’
De opvang ontwikkelt zich tot een internationaal kenniscentrum, vooral door de ontdekking en de aanpak van het virus Phocine Distemper Virus dat in het najaar van 1988 de zeehondenpopulatie in de Waddenzee halveert. 4 jaar later slaat het virus weer toe. „Ik heb Pieterburen op de wereldkaart gezet.”
In 2000 wordt op de Nederlandse televisie en in bioscopen maanden achtereen de televisiespot getoond die de zeehondenopvang nog meer bekendheid geeft. Een zeehond schuifelt aarzelend uit een hok en hobbelt vervolgens vastberaden over het strand naar de branding, terwijl Freddy Mercury onnavolgbaar ‘It’s a beautiful day. The sun is shining. I feel good. And no-one’s gonna stop me now, oh yeah’ zingt. Het is naar verluidt de allereerste keer dat de popgroep Queen toestemming geeft voor het gratis gebruik van muziek voor een commercial. Lenie spreidt haar armen. „Iedereen zegt altijd dat dingen niet kunnen. Ik denk niet zo. Als je het niet probeert, lukt het sowieso nooit.”
Tjark Visser en zijn zoon Jakob uit Westernieland poseren op deze foto uit 1917 bij 21 gedode zeehonden. Foto J. Molenhuis/Groninger Archieven
Zeehondenvacht werd eeuwenlang gebruikt voor kleding en schoenen. De Groningse bonthandel Van Daal & Meijer (1938 – 1973) werd er groot mee, het bedrijf was een van de grootste zeehondenbonthandelaren ter wereld. Van Daal & Meijer jaagde niet alleen in Nederlandse wateren, maar ook in Canada, Groenland en IJsland. Fotobedrijf Piet Boonstra/Collectie Groninger Archieven
In 2009 staat de opvang in de top 10 van natuurorganisaties met de grootste achterban. 5 jaar later komt het tot een breuk tussen de oprichtster en de nieuwe directie die een ander opvang- en uitzetbeleid hanteert. Lenie en de opvang zijn voorgoed verleden tijd. Haar naam wordt van de gevel gehaald. Lenie kijkt gepijnigd. „Nee, nee, laten we daar niet al te diep op ingaan. Ik sta er gewoon heel anders in en dan zeg ik er wat van. Wat had ik dan moeten doen? Achterop de fiets gaan zitten en toekijken? Maar het deed pijn hoor, dat mag je best weten.”
Het gevolg is dat ze sindsdien in Nederland geen zeehond meer heeft vastgehouden. „Ik kom niet meer in de opvang. Best raar eigenlijk. Mijn huis staat er nog, ik heb die opvang grootgemaakt, maar als ik nu een zeehond wil vasthouden, ga ik naar Vladivostok.” De Russische Lora Beloivan startte hier een zeehondenopvang en Lenie bracht haar de kneepjes van het vak bij. „Volgend jaar ga ik er weer naartoe.”
Ze zwijgt een poosje. „Weet je, misschien had ik toch achter op die fiets moeten gaan zitten en toekijken.”
Naakte wadloper bracht pup naar opvang
De zeehondenpopulatie maakt het inmiddels uitstekend. In Nederland komen twee soorten zeehonden voor: de gewone en de grijze. Zwemmen er in de pionierstijd van Lenie nog een schamele 300 gewone zeehonden (de grijze zeehonden waren helemaal verdwenen) rond, vandaag de dag zijn er ongeveer 15.000 gewone en grijze zeehonden.
„In 2011 vingen we achthonderd zeehonden in een jaar op”, herinnert marien bioloog Sander van Dijk (41) zich. Hij werkt sinds 2013 in Pieterburen. „Tegenwoordig zijn dat er gemiddeld tweehonderd. We werken nauw samen met Ecomare op Texel en in A Seal in Zeeland. Voorheen was de richtlijn dat een zeehond 35 kilo moest wegen voordat hij werd uitgezet. Maar in bijvoorbeeld Duitsland was de streefwaarde 25 kilo. De dieren moeten gewoon zo snel mogelijk weer terug de natuur in, dat is het beste voor ze. De opvangtijd is daarom ook teruggebracht van 90 naar 65 dagen.”
Marien bioloog Sander van Dijk. Foto: Jaspar Moulijn
De opvang van zeehonden is volgens hem nog steeds noodzakelijk. „Vanuit maatschappelijk perspectief bekeken, want de mens is er de belangrijkste oorzaak van dat pups van hun moeders worden gescheiden. Toerisme, pleziervaarders, wadlopers: er zijn allerlei oorzaken. Soms gebeurt die verstoring met de beste bedoelingen. Dan zien wandelaars bijvoorbeeld een pup in zijn eentje op een strand en dan willen ze die redden. Maar ze zien niet dat de moeder nog ergens in het water rondzwemt. Die denkt ‘dat rare roofdier heeft mijn pup te pakken. Ik kom niet meer terug.’ We hebben meegemaakt dat een wadloper die graag naakt rondliep een pup in een boodschappentas stopte en bij ons bracht. Overigens, geen idee waarom hij alleen die tas bij zich had.”
Japanners staren via livestream naar zeehonden
Cheese vermaakt zich intussen opperbest met de inktvis. Zijn bewegingen worden nauwlettend door duizenden ogen duizenden kilometers verderop gevolgd. In augustus ontdekt een Japanner via X de livestream van de webcam die op het golfbad staat gericht. De beelden gaan viraal, miljoenen Japanners staren massaal naar zeehonden die in een bad ronddobberen. Boshoven grinnikt. „We dachten eerst aan een ddos-aanval of zo. Normaliter kijken er op een willekeurig moment iets van 30 mensen. Nu zijn het er tussen de 500 en 2000. Ja, daar stonden we wel even van te kijken, maar eigenlijk is het zo gek nog niet. Die beelden zijn heel rustgevend en veel mensen daar hebben last van stress. Maar er is ook nog een andere verklaring. Een zeehond die bijna rechtop in het water hangt, lijkt wel een beetje op een theebladje in een kop thee. In Japan is dat het symbool voor geluk.”
Japanners kijken via de livestream massaal naar de zeehonden in Pieterburen. Een zeehond die bijna rechtop in het water hangt, lijkt wel een beetje op een theebladje in een kop thee. In Japan is dat het symbool voor geluk. Foto: Jaspar Moulijn
De grote belangstelling levert extra donaties op. „Het was een moeilijk jaar, dus dat geld kunnen we goed gebruiken, ook voor de verhuizing.”
In het dorp wordt met gemengde gevoelens over het vertrek van de opvang gedacht. „Alsof een huisgenoot na 53 jaar opeens zegt ‘Ik ga er vandoor’ zonder dat hij de boel goed achterlaat”, zegt Wouter van der Laan (26), wiens ouders in 1993 Eettuin Hoogtij, de voorganger van het huidige hotel-restaurant Waddengenot, openden. „De grote vraag is: wat gaat er met die locatie gebeuren? Het WEC is de eigenaar en die verkoopt het waarschijnlijk aan de hoogste bieder. Op 5 januari gaan ze dicht, in maart gaat het WEC in Lauwersoog open en over wat er met die plek gaat gebeuren is nog nul komma nul duidelijkheid. Straks zitten we jarenlang tegen een bende aan te kijken. Is er een onderhoudsplan? Is er überhaupt een plan?”
Hoe moet het dorp nu verder?
Hij is niet bang dat het vertrek van de opvang tot minder klandizie leidt. „Er valt hier nog genoeg te beleven. Bovendien hebben wij ook nog een restaurant in Lauwersoog, vlakbij het WEC.” Kortom: geen enkele reden om de zeehond uit het logo van Waddengenot te schrappen.
Hij zit in de klankbordgroep, een initiatief van de gemeente Het Hogeland, die meedenkt over de invulling van de plek waar nu de zeehondenopvang staat. „Er zijn allerlei plannen: een dierenopvang, woningen, een werkplaats voor jongeren. Heel mooi, maar eigenlijk hebben we helemaal geen invloed, ook de gemeente niet.”
Emma Hommes (15) doet toch een poging. Ze bracht met haar oma vaak een bezoek aan de opvang. „Jammer dat het dichtgaat, de opvang is toch waar Pieterburen beroemd mee is geworden.”
Ze heeft wel een idee wat er op de plek van de opvang moet komen. „Voor de toeristen is er al best veel: de opvang, wadlopen en het Pieterpad bijvoorbeeld. Maar ik denk dat het goed is dat er nu eindelijk eens iets voor de inwoners zelf komt, een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Voor de jeugd is hier eigenlijk helemaal niks. Ik zit in een groepje met jongeren die graag willen dat er een plek komt waar we met elkaar kunnen sporten. Misschien dat er een tennisbaan of een skatebaan kan komen. Of iets met fitnesstoestellen en een hardlooproute. We moeten nu best ver reizen als we willen sporten.”
Maar voorlopig staat het Zeehondencentrum er nog. De voorbereidingen voor het vertrek zijn in volle gang. Veel apparatuur en materieel verhuist mee naar Lauwersoog, evenals de naam Zeehondencentrum Pieterburen. Marco Boshoven: ,,De naam blijft voorlopig onderdeel van het WEC.’’ Twee meeuwen klapwieken boven een medewerker die een emmer met vis vasthoudt. Een tafereel dat straks te zien zal zijn in Lauwersoog.
Voor dit artikel is gebruikgemaakt van de boeken Hart voor de zeehond (Dagblad van het Noorden, 2006) en Zo onafhankelijk als een zeehond – Het leven van Lenie ’t Hart (Nina van den Broek, 2019).
Beroemde kostgangers
Het Zeehondencentrum Pieterburen verzorgde duizenden zeehonden. De beroemdste is ongetwijfeld Hannes, een reislustig mannetje dat in 2004 groot nieuws in Nederland en Duitsland werd. Activisten ontvoeren het dier uit de zeehondenopvang. Lenie ’t Hart bekende in oktober dit jaar dat zij het brein achter de losgeldloze ‘ontvoering’ zat.
De 'ontvoerde' zeehond Hannes kreeg een standbeeld. Foto: Kees van de Veen
Hannes’ verhaal begint in de Duitse dierentuin Nordhorn waar hij wordt geboren. Hannes slaagt erin te ontsnappen en legt in 4 dagen tijd 80 kilometer af. Het Zeehondencentrum Pieterburen schiet te hulp en weet de pup te vangen. De dierentuin wil Hannes terug, maar daar voelt Lenie niks voor. Hannes hoort thuis in de natuur. Maar de Nederlandse autoriteiten steunden het verzoek van de dierentuin.
’t Hart zegt jarenlang keer op keer echt van niks te weten. ,,Maar ik had dit dus met het Dierenbevrijdingsfront geregeld.’’ Grote kans dus dat Hannes nog ergens rondzwemt. ,,Hij zou nog in leven kunnen zijn.’’
Een andere zeehond die veel opzien baarde, was Anna die op een of andere manier de bovenkant van een wc-borstelhouder op haar kop kreeg en hier jarenlang mee rondzwom. Haar kop was in dezelfde vorm gegroeid.
Zwarte Lola. Foto: Jan Zeeman.
Ook Zwarte Lola mag in dit rijtje niet ontbreken. Hoewel ze officieel een grijze zeehond is, kwam ze door een speling van de natuur – melanisme geheten – gitzwart ter wereld. Prijswinnaars van een tekenwedstrijd van Dagblad van het Noorden laten haar vrij op 5 mei 2006.