Damherten voelen zich thuis in het Lauwersmeergebied, de populatie groeit er zo hard dat de overige natuur onder druk staat. Foto: SBB/Celina Polane
Waar ze precies vandaan komen blijft gissen. Maar feit is dat het van oorsprong Aziatische damhert zich als een razende vermenigvuldigt in het Lauwersmeergebied. Zonder (harde) maatregelen komt de inheemse natuur in de knel.
Wat is er aan de hand rond het Lauwersmeer?
Staatsbosbeheer ziet sinds 2000 damherten in het Nationaal Park Lauwersmeer. Mogelijk zijn ze ooit gehouden in een hertenkampje op het terrein van de vroegere Muiden Chemie-kruitfabriek, maar er zijn ook theorieën dat de pioniers zijn ontsnapt in Kollum of Dokkum. Hoe dan ook, hun aantal groeit hard. „Tegen 2017 begon de populatie zodanige vormen aan te nemen dat we de vinger bij de beide provincies hebben opgestoken”, zegt Jasper Schut, die als provinciaal ecoloog bij SBB Groningen het Dossier Damhert bestiert. „We zien het nu zo hard groeien dat de instandhouding van beschermde vogelsoorten en planten in de knel komt.”
Wat kan zo’n hertje nou voor kwaad in honderden hectares natuurgebied?
Nou, hert-jè? Sinds SBB samen met de provincies in 2019 is gaan tellen, zien Schut en co hun vrees bevestigd. Werden er vijf jaar geleden nog 52 dieren gesignaleerd bij een inventarisatie met drones in het waterrijke gebied, vorig voorjaar waren het er blijkens vervolgonderzoek al bijna 300, verdeeld over twee groepen, één op de Zoutkamperplaat en één op het militaire oefenterrein de Marnewaard.
„Hun productiviteitsratio is heel hoog dankzij de voedselrijkdom hier”, zegt Schut. „Gemiddeld krijgt 60 procent van de vrouwtjes ieder jaar een jong. Dan gaat het hard.” Onderzoekers becijferen op basis van wetenschappelijke rekenmodellen dat er tegen het jaar 2035 rond de tweeduizend damherten rond het Lauwersmeer leven tenzij er op de rem wordt getrapt.
Terug naar het hertenkamp met die beesten!
Dat gaat dus niet. Vangen is geen optie in het even ruige als uitgestrekte gebied, bovendien is het twijfelachtig of ze nog in gevangenschap kunnen leven. Maar belangrijker nog: hij mag dan uit Azië komen, maar voor de wet is het damhert wel degelijk een inheemse soort. „Hij is al in de middeleeuwen hier geïntroduceerd op de Veluwe voor de jacht.”
Een beetje heen en weer slepen, laat staan bejagen, mag daarom alleen onder strikte voorwaarden. Beide provincies zijn van plan afschot mogelijk te maken in wederzijdse nieuwe faunabeheerplannen. Maar ook dat is aan regels gebonden. Alles afknallen is geen optie: voor inheemse soorten geldt dat er een ‘gunstige staat van instandhouding’ moet worden gehandhaafd. De provincies hebben laten becijferen dat een ‘streefstand’ van maximaal 100 dieren nodig is om explosieve groei te voorkomen en tegelijkertijd de populatie te behoeden voor uitsterven door een ‘inteeltdip’ of epidemie.
Maar wat is nu precies het gevaar als je het aan de natuur overlaat?
Dat ze alles opvreten. Een planteneter als het damhert maakt geen onderscheid tussen gras en beschermde bloemen of planten: voer is voer. Ook de rietvelden waarin bedreigde en beschermde vogelsoorten broeden, zijn op termijn niet veilig als de populatie zo doorgroeit. „Dat is bij ons nu nog niet het geval, maar in de Zeeuwse delta is bijvoorbeeld het eiland de Haringvreter veranderd in een kaalgegraasde vlakte.”
Een 'burlende' damhertbok, ook wel 'schoffelaar' vanwege de karakteristieke vorm van het gewei. Foto: Celina Polane
Ongebreidelde verdere groei levert volgens Schut bovendien risico’s op voor de verkeersveiligheid. Zeker in de bronsttijd als de dominante bokken de jonge concurrenten uit hun territorium jagen. Bijvoorbeeld de autoweg richting Lauwersoog op. „Er is er al eens eentje aangereden bij de Willem Lodewijkkazerne. En dan is een damhert van 60 tot 100 kilo toch wel even iets anders dan een ree op je motorkap.”
Samen met SBB roept ook proefboerderij Kollumerwaard om actie. Een zeldzaam verbond tussen landbouw en natuur.
Zeker, de Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw heeft er misschien nog wel meer schade van dan Staatsbosbeheer. De proefboerderij Kollumerwaard lijdt jaarlijks een strop van vele tienduizenden euro’s door damherten. Ze vreten proefgewassen op, van veldboon tot waspeen, ze vertrappen proefvelden en knagen kwetsbare sensorkabels door die cruciaal zijn voor het veldonderzoek. Dat laatste is eigenlijk nog belangrijker dan de directe vraatschade, zegt SPNA-directeur Henk Westerhof.
Het Dossier Damhert bedreigt het voortbestaan van de proefboerderij, vreest Westerhof. „Als de populatie zo doorgroeit dan wordt onderzoek op deze locatie langzamerhand onmogelijk. Als bijvoorbeeld een proefveld groenbemesters door damherten tot de wortels wordt afgevreten, missen wij data die cruciaal is voor ons onderzoek. Dan kom je op een punt dat je je kunt afvragen of dat onderzoek nog wel representatief is. We hebben van alles geprobeerd om ze te stoppen: roosters, stroomdraden, steeds hoger, zelfs leeuwenpoep in het verleden. Niets houdt ze tegen. En compensatie is niet te krijgen: vraatschaderegelingen voor de akkerbouw dekken maar een deel van onze schade.”
Is iedereen ervan overtuigd dat ingrijpen nodig is?
Nou, in de Groninger Staten niet. Met name de Partij voor de Dieren vindt de Faunabeheerplannen, waarover de Staten in november de knoop doorhakken, onvoldoende onderbouwd. Niet alleen die voor de damherten in het Lauwersmeer, maar ook voor het vangen en vergassen van steenmarters en ganzen elders in de provincie. Minder ingrijpende oplossingen voor het probleem zijn te weinig onderzocht, stelt Statenlid Stijn ten Hoeve. „Wij zien een verwerpelijk automatisme om bij knelpunten tussen mens en dier snel te gaan schieten. In plaats van uit gemakzucht naar het geweer te grijpen, moeten we oefenen in co-existentie met in het wild levende dieren.”
Het PvdD-Statenlid voorspelt dat een afschot-ontheffing bij de rechter zal worden aangevochten. Ook Schut vreest dat: „Maar dat vind ik persoonlijk nogal krom. Juist vanuit het oogpunt van dierenwelzijn zijn er sterke argumenten om nu in te grijpen.” Juridische procedures kunnen noodzakelijke maatregelen al snel tot volgend najaar vertragen. „Hoe langer je wacht, hoe meer de populatie doorgroeit, hoe meer je straks moet afschieten om terug te komen op de streefstand. Je kunt dit niet op z’n beloop laten.”
Het van oorsprong Aziatische damhert (latijnse naam: Dama dama) tiert welig in het Lauwersmeergebied. Na een noodkreet van Staatsbosbeheer hakken de provincies Groningen en Friesland binnenkort de knoop door over het bejagen van deze kleine hertensoort.
Waar zijn we?
In het Lauwersmeergebied, het beschermde natuurgebied op de grens van Groningen en Friesland dat is ontstaan na de afsluiting van de Lauwerszee in 1969. Met zijn afwisseling van bosgronden en moerassige gedeeltes biedt het de ideale leefomgeving voor beschermde vogel-, planten- en diersoorten. En dus ook voor het damhert.
Waarom moet ik dit weten?
Omdat u waarschijnlijk niet zit te wachten op een damhert op de motorkap onderweg naar Lauwersoog voor een visje of het veer naar Schier. Aan de andere kant: afschot van dieren is nooit een populaire maatregel. Politiek zal er vast nog een hartig woordje over gesproken worden. En ook als de Groninger Staten groen licht geven zullen zeker nog natuurbeschermers naar de rechter stappen om het af te wenden.
Waar speelt dit nog meer?
Door heel Nederland hebben ontsnapte damherten uit dierenkampjes zich vermenigvuldigd tot ware kuddes. Op tientallen plekken, van de Noord- en Zuid-Hollandse duinen tot het Drents-Friese Wold en het Lauwersmeer, leven ze in het wild alsof het altijd zo geweest is.