De dagopvang voor dakloze mensen in Groningen. Foto: Corné Sparidaens
Hoeveel daklozen telt Groningen (stad en ommeland) in de nacht van 11 op 12 mei? Die vraag tracht de ETHOS-telling te beantwoorden.
„Het is geen vogelteldag’’, zegt Jolanda Staal-Zaagman die de ETHOS-telling in Groningen coördineert: ze telt geen daklozen op straat of in de bosjes. Ze richt zich op 110 instanties die in meer of mindere mate zicht hebben op dakloosheid en hen tellen. Die instanties variëren van het UMCG tot basis- en middelbare scholen, van huisartsen tot boswachters en campings.
Zij inventariseren personen die geen adres of volwaardige woonplek hebben. Via een korte vragenlijst die de Hogeschool Utrecht heeft opgesteld helpen deze 110 instanties mee om het aantal daklozen in kaart te brengen.
Groningen telt veel meer dan 1340 daklozen
Nu ontbreekt het daaraan, zegt Staal-Zaagman. Daklozen worden nu in kaart gebracht door onder meer het CBS op basis van informatie van maatschappelijke opvangorganisaties. Die tellen alleen de ‘geregistreerde’ daklozen tussen 18 en 65 jaar. Buiten beschouwing blijven jongeren, 65-plussers, zogeheten bankslapers en mensen die langer dan nodig in instellingen verblijven.
In die telling kwam Groningen in 2024 op bijna 1340 daklozen. De verwachting is dat het werkelijke aantal 30 tot 40 procent hoger ligt. De ETHOS-telling gaat dat uitwijzen, zegt Staal-Zaagman, al is het volgens haar een utopie dat het exacte aantal in kaart gebracht wordt.
Grijs gebied
„Er is een grijs gebied’’, zegt Staal-Zaagman. „We kijken per persoon of er sprake is van volwaardige huisvesting. Is die volgens de ETHOS-methodiek onvolwaardig, dan tellen we iemand mee als dakloze.’’
De telling begon dinsdag en de 110 betrokken organisaties hebben de komende weken de tijd al hun gegevens te verzamelen en door te sturen. Op 9 december worden de resultaten bekend.