Luca wil na zijn herstel het liefst weer gaan racen. Foto: Anjo de Haan
Motorcrosser Luca Balkema (10) uit ‘t Zandt mag van geluk spreken dat hij nog leeft. Tijdens grasbaanraces in Eenrum raakte hij levensgevaarlijk gewond bij een zware crash.
Zaterdag 23 augustus 2025 is een licht wisselvallige zomerdag. Het is ongeveer 19 graden en zo nu en dan sputtert het een beetje. Rond de 650 meter lange ovale grasbaan in Eenrum klinkt het geronk van motoren en hangt de geur van methanol, de brandstof waarop de racemachines draaien. Een stem uit de luidsprekers kondigt de coureurs aan die de komende serie aan de start verschijnen. Een van hen is Luca Balkema uit ‘t Zandt.
Grasbaanracen is een hogesnelheidsport waarbij het aankomt op technische vaardigheid, snelheid en heel veel lef. De motoren hebben geen remmen; de bochten nemen de coureurs door het achterwiel te laten driften, waarbij de motor gecontroleerd zijwaarts door de bocht glijdt.
Snelheden tot 150 km per uur
Eenrum heeft een van de snelste banen van Europa, meldt Motorclub Eenrum trots op haar website. De baan heeft mooie, ruim oplopende bochten die het mogelijk maken snelheden tot 150 kilometer per uur te halen.
Honderden toeschouwers zien deze zaterdag coureurs op hoge snelheid hun rondjes draaien. Ze weten nog niet dat ze getuige zullen zijn van een zware crash waardoor het leven van het jonge motorcrossertje Luca, dan 9 jaar oud, aan een zijden draadje komt te hangen.
Luca tijdens de race in Eenrum, vlak voor de crash. Foto: Johnny Balkema
De jonge Luca heeft een motor van 65 cc onder zijn kont. Daarmee haalt hij weliswaar niet de snelheden van de grote jongens, maar met 80 kilometer per uur scheert hij toch bloedsnel over de baan. Op zijn motor ervaart Luca puur geluk, racen is voor hem zo’n beetje het belangrijkste dat er is.
Hij begint er al vroeg mee: als jochie van vijf jaar stapt hij voor het eerst op een motor. In 2023, hij is dan zeven jaar, behaalt Luca zijn eerste grote succes. Hij wordt Nederlands kampioen in zijn klasse. Dat succes smaakt naar meer, veel meer.
Het is een geweldig mooie klotensport
Het jongetje uit ‘t Zandt is alle dagen met motorracen bezig. Hij kijkt filmpjes, verzamelt plaatjes, traint vaak en kent alle rijders. En alle rijders kennen hem. Volgens vader Johnny Balkema (41) is zijn zoontje een geboren coureur. „Aan zijn manier van rijden zagen we gelijk dat het erin zat”, zegt hij thuis aan de keukentafel in ‘t Zandt. Samen met moeder Esther Meijering (37) vertelt hij over die gitzwarte dag in augustus, waarop aan het leven van hun oudste zoon bijna aan een veel te vroeg eind kwam.
Na het ongeluk vecht Luca op de intensive care van het UMCG in Groningen voor zijn leven. Foto: Johnny Balkema
Ze hebben met een interview ingestemd onder één voorwaarde: de motorsport mag niet in een negatief daglicht komen te staan. Dat klinkt misschien vreemd uit de mond van ouders die bijna een kind waren verloren aan het racen. Later in het gesprek zullen ze uitleggen waarom dit voor hen zo belangrijk is.
Terug naar 23 augustus. Het startelastiek in Eenrum schiet omhoog, Luca geeft vol gas en is vliegensvlug weg. Na een paar honderd meter laat hij zijn achterwiel driften en duikt hij de eerste bocht naar links in. Het gaat lekker: na een paar ronden ligt hij op een derde positie. Maar dan gaat het verschrikkelijk mis.
Luca komt ten val
Bij het uitgaan van de bocht verliest zijn achterwiel grip, de motor schuift weg en Luca belandt op de baan. Hij krabbelt op en wil snel zijn motor optillen om verder te racen. Precies op dat moment duikt er een medecoureur achter hem op. Die kan Luca niet meer ontwijken. Hij knalt keihard tegen Luca aan en komt zelf ook ten val. Beide coureurs blijven op de grond liggen.
Johnny ziet het ongeluk vanaf een afstandje gebeuren en rent naar zijn zoon toe. „Ik zag gelijk dat het goed mis was”, zegt hij. „Zijn ogen stonden heel raar. Toen ik zijn helm afdeed maakte hij rare geluiden, hij kreunde op het ritme van zijn ademhaling.”
Luca krijgt eerste hulp van het mobiel medisch team dat met de traumahelikopter is ingevlogen. „Er werd een drain in zijn long aangelegd”, herinnert Johnny zich. „De behandeling daar ter plekke duurde langer dan een uur”, vult Esther aan. Luca wordt daarna in een ambulance geschoven en met grote spoed naar het UMCG in Groningen gebracht.
Levensbedreigend hersenletsel
Daar blijkt de volle omvang van de verwondingen die de jongen heeft opgelopen: een gebroken bekken, bloedingen in de buik, een geperforeerde (klap)long en een gescheurde nier. En wat nog veel erger is: zwaar hersenletsel. Luca heeft levensbedreigende bloedingen in de buurt van zijn hersenstam.
Luca met zijn jongere broertje Xavi. Foto: Johnny Balkema
Een grote scheur in de vorm van een winkelhaak in de helm van Luca markeert de plek waar zijn hoofd de klap opving. Zonder helm zou hij het zeker niet hebben overleefd. Maar ook nu was het kantje boord, zegt Esther. „Als de bloedingen bij de hersenstam een paar millimeter meer naar links of rechts waren ontstaan, was Luca er niet meer geweest.”
Luca Balkema vecht in de eerste uren na het ongeluk op de intensive care van het UMCG voor zijn leven. Hij wordt via een buis in zijn mond beademd en ligt aan piepende monitoren. „Het was de ergste dag die ik ooit beleefd heb”, zegt vader Johnny.
Als de bloedingen een paar milimeter naar links of rechts waren ontstaan was Luca er niet meer geweest
Het is dan maar de vraag of de jongen de zware klap zal overleven. De eerste tijd wordt hij kunstmatig in slaap gehouden. Op zondag is er voorzichtig goed nieuws: specialisten hebben hersenactiviteit geconstateerd. Maar de vraag is nog steeds of die activiteit voldoende is om te overleven.
‘We hebben de knop omgezet’
Johnny en Esther steunen elkaar in die eerste moeilijke tijd. „De dag na het ongeluk hebben we de knop omgezet”, zegt Johnny. „We wilden positief blijven denken, ook voor als Luca zou bijkomen. Hij zou er niets aan hebben als wij dan een hoopje ellende zouden zijn.”
Luca blijkt een taaie. De woensdag na het ongeluk wordt hij gewekt uit de kunstmatige slaap en het eerste dat hij doet is zijn duim omhoog steken. In de dagen erna gaat zijn herstel relatief snel. „Daar stonden de behandeld artsen van te kijken”, zegt Esther trots. Luca blijft twee weken op de IC, daarna verhuist hij voor tien dagen naar een verpleegafdeling.
Luca met zijn ouders Johnny en Esther. Foto: Anjo de Haan
Langdurige revalidatie
Er volgt een lange revalidatie bij Revalidatie Friesland Lyndenstein in Beetsterzwaag. Daar is hij negen weken, in de weekenden mag hij naar huis. Door de week slaapt Johnny bij zijn zoon op de kamer, Esther en broertje Xavi (7) verblijven dan in de nabijgelegen Ronald McDonald Hoeve. Na die negen weken kan Luca weer naar het vertrouwde huis aan de Hoofdstraat in ‘t Zandt. Voor verdere begeleiding gaat hij twee keer per week naar revalidatiecentrum Beatrixoord in Haren.
Nu, ruim vijf maanden later, zit Luca monter aan de keukentafel. Hij gaat weer een paar uur per dag naar basisschool De Zandplaat en het plan is om dat verder uit te bouwen. Zijn klasgenootjes uit groep zes zijn blij dat hij er weer bij is. Tijdens zijn afwezigheid maakten ze een boek met tekeningen voor hem. Ogenschijnlijk is Luca weer de oude, maar toch is dat niet helemaal waar.
‘Ik moet heel erg hijgen’
„Een paar maanden geleden stond zijn rechteroog nog scheef, maar dat is weer bijgetrokken”, zegt Johnny. Het valt hem en Esther op dat hij aanvankelijk kinderlijker reageert dan bij zijn leeftijd past, maar dat verbetert in de loop van de tijd. „Wat we nu nog wel merken is dat hij te lang in emotie kan blijven hangen. Dan moeten we Luca even toespreken om hem eruit te halen.” Ook conditioneel is hij nog niet op het oude niveau. „Als ik naar de hoek van de straat ren en weer terug moet ik heel erg hijgen, dat was eerder niet zo”, verklaart de jongen.
Steunbetuigingen
De Balkema’s hebben na het ongeluk enorm veel steun ervaren uit ’t Zandt en de motorwereld. Luca krijgt ongeveer 400 beterschapskaarten toegestuurd en ontvangt een persoonlijke videoboodschap van zijn idool: motorcrosser James Shanes uit Engeland. Tijdens een baanwedstrijd in Uithuizen gaan alle rijders op de foto voor de gewonde coureur. Ze staan achter een bord waarop met grote letters ‘Hup Luca’ staat. Het is maar een greep uit de vele steunbetuigingen.
„De motorsportwereld voelt als een soort familie”, stelt Esther. „Al die aandacht heeft ons enorm gesteund.”
De fascinatie blijft
Vader en moeder Balkema zijn zich meer dan ooit bewust van de risico’s die aan de motorsport kleven, maar de fascinatie voor de snelheid en het geronk blijft. „Het is een geweldig mooie klotensport”, vat Johnny samen. „Er zijn zóveel mensen die er plezier aan beleven. Daarom willen we niet dat er een negatief beeld geschetst wordt.”
Het is dus niet verwonderlijk dat ze achter de wens van Luca staan om zodra het weer kan op de motor te klimmen. „Het is zijn grote passie”, verklaart Johnny. „Die kunnen we hem niet afnemen. Of het lukt moeten we afwachten, dat is afhankelijk van zijn herstel.”
Kleine broer Xavi blijft in ieder geval racen, al heeft hij daar wel over getwijfeld. „Doe die hele motorboel maar weg”, zei hij vlak na het ongeluk. Maar niet lang daarna reed Xavi alweer een wedstrijd.
En Luca? Die ziet de toekomst al vastomlijnd voor zich. „Ik wil professioneel coureur worden. En als dat niet lukt: monteur.”