Erasmus kreeg in Rotterdam een ziekenhuis, een brug en een universiteit naar zich vernoemd. Agricola was zijn leermeester, maar heeft slechts een smalle straat in Groningen. Zaterdag herdenkt Baflo zijn sterfdag. Wie was Rudolf Agricola?
Een grijze maandagmorgen in Baflo. In de stille Heerestraat heeft de Coop supermarkt de zakken potgrond buiten gezet, en uw warme bakker Rutgers heeft de deur nog dicht. Hier verkopen ze ‘koeck die goet is, koeck die soet is’. En speciale Agricolataart.
Voor de ramen van dorpshuis Agricola hangt een aankondiging van de Stichting Agricola Laurentius: op zaterdag 26 oktober – vandaag dus – is er een groot muziekfestijn, ‘Klanken voor Agricola’ genaamd. Dit ter ere van de man die in de 15e eeuw een internationaal befaamd wetenschapper was. Erasmus was fan van hem: Rudolf Agricola. Uit Baffelt.
Agricólastraat?
Lies Reitsema en Ellie Komrij van de Stichting Agricola Laurentius hebben zich verdiept in zijn leven. Ze vinden het onbegrijpelijk dat Agricola zo weinig bekendheid geniet. ,,In Rotterdam is alles Erasmus, in Weimar is alles Goethe, maar Groningen vernoemde alleen een straatje naar hem. Nu is er gelukkig sinds twee jaar een Agricolaschool bijgekomen op de Rijksuniversiteit’’, zegt Reitsema. ,,Maar die man had een singel moeten krijgen.’’
De vrouwen wonen allebei in Baflo en riepen twee jaar geleden samen met twee andere bestuursleden de stichting in het leven om aan die obscuriteit een einde te maken. Met wandelingen, een jaarlijkse Agricola-lezing, schoolprojecten en zaterdag dus met een muziekprogramma om zijn sterfdag op 27 oktober 1485 te herdenken. Want zeg nou zelf: wat weten we van Agricola? In Groningen spreken ze zelfs zijn naam verkeerd uit. Hebben ze het over de Agricólastraat. Pardon? Het is Agrícola.
Wederbarstige eenzaamheid
Als je hem zo ziet denk je: dat was geen vrolijk ventje. Hij had een gezicht dat ‘wederbarstige eenzaamheid en ingetogenheid uitstraalde’. Er is in het Noorden wel een schilderij van hem, maar dat is in een museum in Franeker. ,,In depot’’, zegt Lies Reitsema.
Reitsema, historica, wil een boek schrijven over deze Grote Groninger. Daarbij kan ze putten uit de vele brieven die hij schreef en die in 2015 door Fokke Akkerman en Adrie van der Laan in het Nederlands zijn vertaald. Die brieven schetsen een levendig beeld van een veelzijdige man. Hij was niet alleen een van de grondleggers van het humanisme in Noord-Europa, beroemd om zijn redevoeringen in het Latijn, maar hij schreef ook muziek, zong, speelde luit, maakte fluitjes, ontwierp op latere leeftijd het orgel voor de Martinikerk, schilderde, dichtte en hield, zegt men, van boksen.
Lies Reitsema (links) en Ellie Komrij bij het standbeeld van Agricola in Baflo. Foto: DVHN
Nagelbijter
In Baflo staat een standbeeld van hem. Een kleine man in een ruim gewaad, die met vorsende blik de wereld inkijkt. In werkelijkheid was hij groot en breed gebouwd, had hij een vriendelijke, wat hese stem en een droge hoest die vooral opspeelde als hij met vrienden in discussie ging. Hij was niet erg bezig met zijn uiterlijk, was soms zo in gedachten verzonken dat hij tijdens diners met zijn ellebogen op tafel steunde en aan zijn nagels kloof. Hij hield van vrouwen die geschoold waren, en zij hielden ook van hem, maar hij wilde zich niet binden omdat dat zijn studie en werk in de weg zou staan.
Zijn geboortedatum is niet helemaal duidelijk: 23 augustus 1443 of 17 februari 1444. Zeker is wel dat toen hij hier ter wereld kwam, hij geen Rudolf Agricola heette, maar Roelof Huisman. Zijn ouders waren niet getrouwd, omdat zijn vader, Hendrik Vries, een hoge geestelijke was in Baflo. Na de geboorte van de kleine Roelof werd hij abt van klooster Selwerd. Hij bleef wel persoonlijk en financieel betrokken bij zijn zoon.
Zijn moeder Zycka Huisman trouwde na Roelofs geboorte met schoenmaker Sicco Schröder, met wie ze nog drie kinderen kreeg.
Schrandere jongen
Roelof was een schrandere jongen, zo bleek al snel. ,,Hij ging op zijn 8ste naar de Latijnse school op het Martinikerkhof, waar nu het Provinciehuis staat’’, zegt Reitsema. ,,Toen hij 13 was, vertrok hij naar Erfurt in Duitsland, om daar zijn middelbare school af te maken. Veel jongens uit Frisia, het huidige Noord-Nederland, gingen daar naartoe in die tijd. De jongens uit Zuid-Nederland gingen naar Parijs.’’ Daar veranderde hij zijn naam in het Latijns klinkende Rudolf Agricola, een vertaling van huisman, dat ‘boer’ betekent.
Leren wilde hij. En dat kon ook. Zijn vader zorgde ervoor dat zijn zoon een inkomen kreeg uit kerkelijke landerijen. Agricola vertrok op zijn 18de naar Leuven om er de letteren te bestuderen en voltooide die studie summa cum laude. Terug in Groningen dacht hij op zijn 23ste: en nu?
Zelf nadenken
Hij had in Leuven kennis gemaakt met humanisten uit Italië. Mensen die er bijzondere gedachten op nahielden over hoe je de bijbel moest interpreteren. Ze wilden terug naar de zuiverheid van het klassieke Grieks en Latijn. Ze hadden de behoefte om de bijbel kritisch te lezen, niet klakkeloos over te nemen wat de kerk ervan vond, maar zelf nadenken. Ze waren er voorstander van de wereld met open blik en gezond verstand te benaderen: het was een nieuw concept en het sprak hem aan.
Agricola vertrok naar Pavia, waar hij promoveerde in de Letteren, en vervolgens naar Ferrara om verder te studeren. Hij werkte als musicus aan het hof van hertog d’ Este; een grote eer.
Roots in Groningen
Maar hij vergat zijn roots niet. Na ruim 12 jaar studie en werk in Italië keerde hij terug naar Groningen, waar hij een baan als stadssecretaris kreeg aangeboden. Als ambassadeur van de stad Groningen maakte hij vele reizen, onder meer naar het Bourgondische hof in Brussel. Hertog Maximilliaan vroeg hem de leraar van zijn jonge kinderen te worden. Maar Agricola bedankte vriendelijk.
,,Hij reisde meestal per boot, over de rivieren’’, zegt Komrij. ,,Dat was snel en veilig, omdat je in groepen reisde. Zo kon hij ook de steden vermijden waar de pest heerste.’’
Mopperkont
Omdat zijn ouders in 1480 overleden moest hij zich als familiehoofd ontfermen over zijn jongere broer Hendrik die voor problemen zorgde. De band met zijn andere broer, Johannes, was wel hecht. ,,Eigenlijk wilde hij hier liever niet zijn’’, zegt Reitsema. ,,Hij mopperde vaak op Groningen. Hij vond de mensen hier boers en grof, voelde zich niet zo gewaardeerd als in het verfijnde Italië. En toch voelde hij zich verbonden met zijn geboortegrond.’’
In Groningen ontwierp hij het orgel voor de Martinikerk. ,,Er zijn nog een paar pijpen van dat orgel bewaard gebleven’’, zegt Reitsema. ,,De beschilderde panelen liggen nog altijd op de zolder van de kerk.’’
Advocaat van de beschaving
Agricola was een begeesterd deelnemer aan de Aduarder Kring, een discussieclub van Noorderlijke humanisten die samenkwamen in het Sint Bernardusklooster om te praten over oude en nieuwe cultuurvormen. Ook theoloog Wessel Gansfort mengde zich in die gesprekken. Dat klooster is nu verdwenen, op de ziekenzaal na, maar het was in die tijd een van de grootste, machtigste belangrijkste kloosters van Europa, een plek waar vernieuwende denkers elkaar ontmoetten en de ideeën ontwikkelden waarop later onder meer de Groningse universiteit werd gegrondvest.
Agricola had intussen internationaal aanzien verworven. In 1480 deed hij op de terugweg vanuit een rondreis door Italië de Latijnse school in Hanzestad Deventer aan om daar te spreken over het humanisme. Onder zijn gehoor bevond zich de jonge Desiderius Erasmus, de latere bijbelwetenschapper van wereldformaat, die een bestseller zou schrijven met Lof der Zotheid.
De jongen was zo onder de indruk van Agricola’s vertoog, dat hij zichzelf later de ‘Intellectuele kleinzoon van Agricola’ zou noemen.
,,Agricola wordt wel de advocaat van de beschaving genoemd’’, zegt Komrij.
Geleerdheid, hoffelijkheid, tolerantie
Taal, moraal en onderwijs. Dat waren de drie pijlers van het humanisme. Het verlangen om zo precies mogelijk onder woorden te brengen wat er in je omgaat, dat was het fundament van de beschaafde wereld.
De enige manier waarop de mens tot werkelijke beschaving zou kunnen komen, meende Agricola, was door parate kennis en niet aflatende studie. Het belangrijkste was iets nieuws te bedenken om na te laten aan anderen. Anders, zo schreef hij, zijn we als mensen niets meer dan een boek dat de dingen vasthoudt. Geleerdheid, hoffelijkheid, vriendelijkheid, goede omgangsvormen en tolerantie: dat zou de mensheid tot heil strekken.
In 1484 verliet hij Groningen en vertrok naar het Hof van zijn vriend de aartsbisschop van Worms. Die resideerde in Heidelberg, destijds dé hotspot voor humanistische denkers. Hij werd er benoemd tot professor en wilde er Hebreeuws studeren om de bijbeltaal nog beter te kunnen begrijpen. In 1485 verbleef hij met de aartsbisschop een paar maanden in Rome om de inhuldiging van de nieuwe paus Innocentius bij te wonen. Maar op de terugweg kreeg hij een soort malaria en lag een maand doodziek in een herberg. ‘Ik lig op bed, ik denk dat ik ga sterven’, schreef hij aan vrienden. ‘Ik zou jullie zo graag weerzien.’ Maar hij overleed bij aankomst in Heidelberg, op 27 oktober 1485, 42 jaar oud.
Waarom hij, de geestelijk grootvader van Erasmus, nooit zo beroemd is geworden? Dat is gissen. Lies Reitsema en Ellie Komrij denken dat het ook komt omdat hij niet zoveel geschriften heeft nagelaten. ,,Hij leefde nog voor de boekdrukkunst’’ zegt Reitsema. ,,Zijn vrienden hebben na zijn dood brieven en manuscripten van hem verzameld. Die zijn pas later gedrukt.’’
Agricola was een van de belangrijkste denkers van zijn tijd. Hij brak als een van de eerste geleerden met de duistere middeleeuwen. Na zijn dood zou Maarten Luther de reformatie inzetten, zou Erasmus zijn satire Lof der Zotheid schrijven, zou de Verlichting intreden, zou Groningen een universiteit krijgen, zou de westerse wereld, kortom, de vrije wereld worden waarin we nu leven, een wereld die we met open blik en gezond verstand kunnen benaderen. Mede door Rudolf Agricola, advocaat van de beschaving, uit Baffelt.
Nu nog een singel voor hem, of een brug. Een grote, graag.
Klanken voor Agricola
Zaterdag 26 oktober eert Baflo zijn beroemde denker met ‘Klanken voor Agricola’. Het programma begint om 13.30 uur met een serie huiskamerconcerten, Grand Café De Hoek serveert een Agricola-diner en ’s avonds om 20.00 uur zingt het Agricola Projectkoor werk van zijn tijdgenoten en van Agricola zelf. Info en tickets te vinden op www.agricolalaurentius.nl