Van links naar rechts: Jan Buist met partner Joke Claassen, Erik Eerkens en echtgenote voor de boerderij in Scheemda en Jan Willem Roelofs uit Nieuwolda. Foto's Duncan Wijting
Talloze boerderijen in het Oldambt verkeren in slechte staat. Wat ooit de motor van het gebied was brokkelt langzamerhand af. Het advies: maak een verdienmodel en start met renoveren. Redden wat er te redden valt.
,,Het is nu vijf voor twaalf, ik ben al heel blij als we dat kunnen terugdraaien naar tien voor twaalf. We moeten de komende drie, vier jaar proberen bijvoorbeeld vijf in slechte staat verkerende boerderijen in het Oldambt weer in redelijke staat te brengen. Niet eens in briljante staat, maar toonbaar. Klinkt niet zo ambitieus? Maar het is wel een eerste aanzet.”
Sommige boerderijen staan op instorten
Ger Klein is wethouder in Oldambt en heeft onder meer erfgoed in zijn pakket. Dan heb je het al snel over de honderden boerderijen die het Oldambt telt. Ze werden ooit met een trots ‘kastelen van het Oldambt’ genoemd, maar de tijd achterhaald het cliché, want inmiddels hebben we het over ‘huilende bruiden’. Een verwijzing naar de uiterst slechte staat waarin veel boerderijen zich bevinden. ,,Sommige staan zelfs op instorten. Een paar boerderijen moet eigenlijk ontruimd worden en gesloopt maar we krijgen niet overal toestemming om het erf te betreden”, schetst Klein een somber beeld.
Boerderijen waren eeuwenlang de motor in Oldambt. Ze waren synoniem voor oude rijkdom. Een visitekaartje. Niet voor iedereen trouwens, want veel arbeiders uit de dorpen hadden niet zo’n goede band met de boeren. Door veranderingen in de lokale economie, landbouw, klimaat en demografie hebben veel boerderijen hun functie verloren. Talloze eigenaren worstelen met - en lijden onder- de instandhouding van hun boerderij. Maak een ritje door de polders en zie hoe sommige boerderijen achteruitgaan. De identiteit van het Oldambt staat onder druk. En daar probeert de gemeente iets aan te doen.
Oldambt telt nog 342 boerderijen
Oldambt telt nog 342 boerderijen, onderverdeeld in Rijksmonument, gemeentelijke monument en karakteristiek pand. De helft heeft nog een agrarische bestemming, de andere helft is in bezit van particulieren, waarvan een deel er een toeristische bestemming van heeft gemaakt. B&B’s bijvoorbeeld. Vooral een deel dat in particulierbezit is verdient veel meer onderhoud. Klein schat dat ongeveer 120 boerderijen in slechte staat verkeren.
Voor de gemeente Oldambt is er dus werk aan de winkel, om wat nog steeds de trots van het gebied is, enigszins in ere te herstellen. Urgentie is geboden. Redden wat er te redden valt, klinkt door in de woorden van Klein. Een boerderijenloket moet de opmaat zijn om een inhaalslag te maken. Dat doe je niet met een simpele crawl beweging, maar vergt veel doorzettingsvermogen en energie.
,,Vooral van de eigenaren van deze boerderijen wordt veel inzet verwacht”, stelt Klein. ,,Het is niet zo dat ze de hand kunnen ophouden bij de overheid en een bak met geld krijgen. Wij willen graag meewerken en faciliteren, maar het begint bij de eigenaar zelf. Een afwachtende houding is niet gepast. Daarom maken wij op het gemeentehuis speciaal iemand vrij om eigenaren van boerderijen te begeleiden in een wereld die bol staat van regelingen enzovoort.”
‘We maken een doorstart’
Klein legt niet alleen de schuld van slecht onderhoud bij de eigenaren. ,,We moeten ook naar ons zelf kijken. In 2019 zijn we voortvarend begonnen met als doel meer aandacht te schenken aan wat Oldambt zo boeiend maakt om te bezoeken. Onze boerderijen in de Graanrepubliek. Ze zijn cultureel erfgoed. Lees het boek De Graanrepubliek er maar op na. Maar door allerlei oorzaken, corona en wisseling van personeel heeft het onvoldoende aandacht gehad. We maken nu een doorstart. Daar is ook behoefte aan vanuit de boerderijen bezitters.”
Belangrijk vindt Klein dat de mensen met een plan komen inclusief verdienmodel. ,,Want besef dat onderhoud ontzettend veel geld kost.” Klein kent de verhalen van met name idealisten uit het Westen die een boerderij in de polder kopen, maar niet weten wat onderhoud van zo’n boerderij kost. Kopen is simpel, maar er gaat een groter verhaal achter schuil. Dus we dagen de eigenaren uit met de vraag: ‘wat wil je, waar wil je naar toe en waarmee kan de gemeente je helpen’. Wij willen wat dat betreft ook flexibel zijn om een bestemming te wijzigen. Als een eigenaar er een aantal appartementen in wil bouwen moeten we daar met een positieve blik naar kijken. Het is ieders belang dat boerderijen in stand worden gehouden.”
UNESCO wereld erfgoed
Het is ergens aan het eind van het gesprek als Klein probeert er toch de moed in te houden en een positieve stip aan de horizon plaatst. ,,Het zou mooi zijn als we een speciale ANWB-boerderijenroute krijgen in het Oldambt. En we streven er naar om in 2050 het predicaat UNESCO-werelderfgoed te bemachtigen. Maar eerst gaan we voor nationaal landschap. Dat willen we in 2030 hebben gerealiseerd.”
Jan Willem Roelofs (36) uit Nieuwolda
Jan Willem Roelofs voor zijn boerderij. Foto: DUNCAN WIJTING
,,Vroeger woonde ik ook al in een boerderij dat Rijksmonument is, De Blinke in Nieuwolda. Ik weet wat er op je afkomt, qua onderhoud. Toch heeft ons dat er niet van weerhouden om twee jaar geleden dit rijksmonument - 1750, met een voorhuis uit 1905 - te kopen. De naastgelegen schuur is ook rijksmonument. De boerderij en bij-schuur zitten in de versterking. Het pand vertoont scheuren. Al met al duurt het versterkingstraject al acht jaar. Volgend jaar moeten we enkele maanden ons onderkomen verlaten. Daarna kan de restauratie beginnen. Ik denk dat we over twee jaar alles achter de rug hebben. De bedoeling is dat we een B&B beginnen, iets met horeca gaan doen, de kinderwagenmuseum openhouden voor het publiek en een deel voor antiek inrichten. Wij zijn echte liefhebbers van Frans antiek. Kroonluchters, spiegels en empire-meubelen enzovoort. We wachten al een jaar op een vergunning om een B&B te mogen openen. De gemeente laat ons veel te lang wachten. Ze zijn hier geweest, met mensen van Libau, ze zijn onder de indruk van onze plannen. Promoten zelf boerderijeigenaren om een B&B te beginnen, maar waarom we al een jaar moeten wachten is ons een raadsel. Gelukkig heb ik een foto van de vergunningsaanvraag gemaakt, want door allerlei wisselingen op personeelsgebied waren ze de aanvraag kwijt. Dat frustreert. De gemeente wil nu een boerderijenloket opzetten. Eigenaren van boerderijen kunnen daar met hun vragen terecht. Hopelijk gaat dan alles wat sneller. De gemeente moet meer tempo maken. Geen woorden maar daden. We zijn tot dusver heel gelukkig hier. We hebben al tal van besloten feesten hier gehad. Partijen, vergaderingen en zelfs een uitvaart.”
Rob van Groningen (70) uit Ganzedijk
De boerderij van Rob van Groningen in Ganzedijk. Foto: Huisman Media
,,Ik ben Amsterdammer en bezit daar een grachtenpand. Naar voorbeeld van kennissen wilde ik ook een tweede huis. Ik heb mij eerst georiënteerd op Zuid-Frankrijk, maar dat is niet gelukt. 26 jaar geleden heb ik de boerderij in Ganzedijk gekocht. Het is geen Zuid-Frankrijk, maar in de zomer doet het daar aan denken. Het heeft z’n charme om hier te wonen. Er is altijd zeewind, frisse lucht. Ik voel me bevoorrecht. ‘s Winters is het hier een ander verhaal. Dan doet het denken aan Rusland. Mijn boerderij is een historisch pand. Toen ik het kocht stond er nog een boerderij op mijn grond. Die is later afgebroken, maar van de toenmalige gemeente Reiderland had ik toestemming om deze eventueel te herbouwen. Maar na de herindeling, en ik met de gemeente Oldambt te maken kreeg, viel die toezegging weg. Ik ben nu al elf jaar bezig om toch een tweede pand te mogen bouwen, zoals toegezegd. Aan de boerderij van mij ontstaat steeds meer schade. Veel schade haalt je gewoon in. Maar hoe haal ik mijn recht, op welke subsidie heb ik recht. Allemaal vragen waarvoor eigenlijk een vast aanspreekpunt nodig is. Dus zo’n boerderijenloket lijkt zinvol.”
Erik Eerkens (30) uit Scheemda
Erik Eerkens en echtgenote voor de boerderij in Scheemda. Foto: DUNCAN WIJTING
,,In 2018 hebben we deze boerderij gekocht. We zagen het op Funda en zijn direct gaan kijken. Het woongedeelte is uit 1851 en dus Rijksmonument. Nee, ik ben geen boer. Ik heb een zelfstandig bedrijf en doe aan bodemonderzoek. Sonderen heet dat. Ik onderzoek hoeveel gewicht de ondergrond kan dragen. Ja, ja dat onderzoek heb ik ook bij mijn boerderij uitgevoerd. De schuur gebruiken we voor stalling van caravans. Misschien dat we er in de toekomst nog een schuur bij bouwen. Voor mijn bedrijf heb ik ruimte nodig en misschien is er ook behoefte aan meer plek voor caravans. Daarom wil ik ook dat de agrarische bestemming op deze boerderij gehandhaafd blijft. Ik denk vaak als eigenaar van deze boerderij: ‘is dit nu een lust of een last’. Het vergt veel onderhoud aan tuin en pand. In 2021 hebben we het woongedeelte nagenoeg helemaal gerenoveerd en opgeknapt. Een nieuw dak is er gekomen, schoorstenen, dakgoten en allemaal nieuw hout. Het volgende project wordt de schuur. Daar zit nog asbest op het dak. Onderhoud van een boerderij kan een enorme valkuil zijn. We zijn niet heel rijk, maar gelukkig zijn er wel subsidiepotjes. Maar daar moet je veel voor doen en als de medewerking van de gemeente niet zo goed is....Voor subsidie voor het schilderwerk en nieuw glas waren we afhankelijk van de medewerking van de gemeente Oldambt. De provincie wilde de subsidie verlenen, maar de gemeente moet daarvoor toestemming geven. Nou, dat was een stressperiode. Hoe vaak ik niet heb gebeld. Tien minuten voor de deadline op vrijdagmiddag heeft een ambtenaar de handtekening gezet en naar de provincie gestuurd. Ik moest die ambtenaar thuis bellen, want op vrijdag was hij vrij. Gelukkig heeft de gemeente ons wel toestemming om nieuwe pannen op het dak te leggen. Eigenlijk moesten het oude Hollandse pannen zijn, maar dat lijkt mooi, maar ze waaien zo van het dak. Dus toch maar gekozen voor nieuwe pannen.”
Jaap Buist (68) en Joke Claassen (65) uit Nieuwolda
Jan Buist met partner Joke Claassen. Foto: DUNCAN WIJTING
,,Ik ben op een boerderij op het Hogeland opgegroeid”, vertelt Jaap Buist. ,,M’n hele jeugd heb ik er doorgebracht. Ik weet wat er op je afkomt wat betreft onderhoud. Maar op en rondom een boerderij heb je veel ruimte. Daar houd ik van. In 1981 heb ik bewust gekozen voor deze plek in het Oldambt en deze karakteristieke boerderij. Ik wilde dichter bij mijn werk in Delfzijl wonen. Zestien jaar hebben we keihard gewerkt en steen voor steen in handen gehad. Uit idealisme. Het oude woongedeelte hebben we laten staan en daar hebben we een identieke woning aan vast gebouwd. We hebben dus de voorkant van de boerderij gespiegeld. Eigenlijk is het nu een landhuis geworden, maar de bouwstijl is in tact gebleven. Mensen die een boerderij kopen adviseer ik planmatig te werk te gaan en ze moeten vooral overzien wat er qua onderhoud op hun afkomt. Wij zijn erg handig en kunnen alle werkzaamheden zelf uitvoeren. Ik heb nu een hoogwerker aangeschaft zodat ik alle werkzaamheden aan de bovenkant zelf kan uitvoeren. Ieder jaar verven we bijvoorbeeld een kant van ons landhuis. We willen nu een B&B beginnen of een trekkershut realiseren. Dat hoeven we niet om het geld te doen, maar we zijn geen stilzittende mensen. Over de medewerking van de gemeente Oldambt niets dan lof.”