Premier Mark Rutte bood maandag in het Nationaal Archief in Den Haag excuses aan voor het aandeel van Nederland in de slavernij. Foto: ANP/Robin van Lonkhuijsen
‘Een erkenning’ noemen Groningse organisaties die zich bezighouden met het slavernijverleden de excuses van premier Mark Rutte. Maar ze vragen zich ook af: hoe nu verder?
Verschillende afgevaardigden van lokale belangengroepen volgden de toespraak in de Remonstrantse Kerk in Groningen.
Omdat de bijeenkomst volgens de betrokkenen pas ‘kort dag’ kon worden georganiseerd, hadden zich slechts zo’n vijftien mensen naar de kerk begeven. Daar werden de woorden van Rutte naderhand besproken. Media waren daarbij niet welkom.
„Als groep waren we onder de indruk van de toespraak en dit historische moment”, zegt Roberto Refos van Comité 30 juni 1 juli Groningen in een telefonische reactie. Hij leidde de bijeenkomst in de kerk. „Een aantal zaken die men wilde horen werden benoemd. Zoals dat slavernij een misdaad tegen de menselijkheid is, wat eerder al door de Verenigde Naties werd gezegd. Ook dat Rutte zijn persoonlijke leerproces noemde, is positief.”
Refos reageert terughoudend. „Omdat er vandaag niet zoveel mensen waren, zijn er nog niet zoveel mensen over gehoord.”
Dat Rutte sprak van het zetten van een komma achter de geschiedenis, in plaats van een punt, doet zaait twijfel. „Het is goed dat we de komende tijd met elkaar in gesprek gaan, maar dat doen we al zo lang. Het was fijn geweest als hij concreter was geweest over de volgende stap.”
Excuses namens regering
Premier Mark Rutte bood maandag in het Nationaal Archief in Den Haag namens de regering excuses aan voor het Nederlandse aandeel in de Trans-Atlantische slavernij. Hij sprak over ‘een misdaad tegen de menselijkheid’ en noemde de slavernij „een misdadig systeem, dat wereldwijd onnoemelijk veel mensen veel en groot leed heeft gebracht. Dat doorwerkt in de levens van mensen in het hier en nu.”
Het plan om excuses aan te bieden voor de slavernij wekte de afgelopen weken verontwaardiging en boosheid. Al vanaf dat de plannen in de media uitlekten, werden vraagtekens geplaatst bij de gekozen datum van 19 december. Die heeft volgens Surinaamse en Caribische belanghebbenden geen speciale betekenis. Liever zagen zij de excuses uitgesproken worden op 1 juli volgend jaar. Dan wordt herdacht dat de slavernij 150 jaar geleden feitelijk werd afgeschaft. In zijn toespraak erkende Rutte dat ‘dat de aanloop naar deze dag beter had gekund’.
‘Meer aandacht voor slavernijverleden buiten de Randstad’
Met die woorden is Cissy Gressmann van de Groningse culturele manifestatie Bitterzoet Erfgoed en de werkgroep Dia di Tula Groningen het eens. „Maar ondanks de slordige aanloop zijn wij blij met de erkenning van het leed dat mensen is aangedaan tijdens de slavernij”, zegt ze in een eerste reactie. „Het draagt bij aan de bewustwording. We moeten het nog even laten bezinken, er zijn veel emoties.”
Ook Gressmann is benieuwd naar de volgende stap. „Wat komt er na de komma van Rutte? Daar is het nog niet concreet over gegaan.”
Gressmann ziet graag dat ook gebieden buiten de Randstad bij het gesprek over het slavernijverleden betrokken worden. „In de speech van Rutte ging het daar niet over, maar voor aanvang werd daar op tv wel over gepraat. Over Groningen en Friesland. Maar er zijn natuurlijk meer regio’s waar ook nazaten wonen. Rutte had afgelopen jaar wel langs mogen komen tijdens onze manifestatie in Groningen. We zijn niet moeilijk te vinden.”