Piet Nienhuis (groene jas) in gesprek met akkerbouwer Koos Bos en Martin Scholma (midden) bij de kolk waar de dijk doorgebroken is. foto peter wassing Peter Wassing
Piet Nienhuis beschrijft in Kerstvloed 1717, een pelgrimstocht, het fascinerende verhaal van waarschijnlijk de zwaarste overstroming ooit die Groningen heeft getroffen.
Op 24 december 1717 beukt een zware, aanhoudende noordwesterstorm met regen- en hagelbuien op de Nederlandse kust. Een storm vanuit het zuiden had al een grote watermassa naar het noorden van de Noordzee opgestuwd. Nadat de wind 180 graden draaide werd dat water de Waddenzee in geblazen.
Anno 2017 zijn rampen voorspelbaar. Weken van tevoren aangekondigd en voorzorgsmaatregelen genomen. Natuurrampen vinden plaats ver van ons bed. In 1717 werden mensen er in hun slaap door overvallen.
In 1717 zijn de dijken in Groningen te smal, te steil en te slap. Onder de druk van het water bezwijken de dijken als een zandkasteel van een kind op het strand. De Waddenzee loopt leeg in de provincie Groningen. Stad lag op de ochtend van eerste kerstdag 1717 aan zee.
Drie jaar geleden kwam Piet Nienhuis (Groningen, 1938) de Kerstvloed van 1717 op het spoor en ontdekte dat daar weinig over geschreven was. Nienhuis woont bij Zaltbommel, is bioloog en emeritus hoogleraar milieuwetenschappen.
Voor een onderzoeksinstituut onderzocht hij gedurende zijn werkzame leven de ecologische gevolgen van de aanleg van de Deltawerken in Zeeland. ,,Wij moesten oplossingen bedenken om de schade aan milieu en landschap te repareren. Mijn expertise aangaande overstromingen heb ik ook elders in de wereld ingezet.’’
Nienhuis houdt, oneerbiedig gezegd, wel van een flinke ramp en de Kerstvloed van 1717, ‘misschien wel de grootste overstroming die Groningen ooit heeft geteisterd’, blijft een spannend verhaal. Het idee om er een boek over te schrijven was geboren, maar een zoektocht in archieven leverde niet veel op. ,,Er werd in die tijd heel weinig opgeschreven.’’
Nienhuis besloot dat hij met eigen ogen wilde zien wat er in de Ommelanden nog aan de Kerstvloed herinnerde. In etappes wandelde hij van Termunten naar Zoutkamp. Hij volgde de Oude Dijk die in 1717 de provincie omsloot. ,,Daar is niet veel van over, maar het tracé is nog goed te volgen.’’
,,Echt Gronings weer’’, zegt Nienhuis met pretoogjes bij de Pastoorskolk naast de boerderij van Koos Bos in Saaksum. Groots weer. Geen briesje, maar windvlagen. Geen schapenwolkjes, maar een armada aan wolkenschepen boven het Reitdiepdal. Lage horizon, driekwart lucht. Een landschap dat doet duizelen. Nienhuis geniet. Hij houdt zichtbaar van Groningen. Van het landschap dat hij de voorbije jaren heeft leren lezen als een boek.
De Pastoorskolk is een doorbraakkolk in de oude dijk aan de zuidkant van het Reitdiep. Het kolkende water zocht zich een weg door de bezweken dijk en door de wervelingen spoelde de grond metersdiep uit. Daardoor zijn kolken rond, de Pastoorskolk is 100 meter in doorsnee.
Nienhuis wijst op de restanten van de oude Reitdiepdijk aan weerszijden van de kolk. ,,Je kunt duidelijk zien dat dat dijkje voor de doorbraak dwars door de kolk heeft gelopen.’’
De Pastoorskolk was het privézwembad van landbouwer Koos Bos. ,,Wanneer ik graan had geoogst en dik onder het stof thuis kwam, dan zette ik de combine in de schuur, deed mijn kleren uit en sprong in de kolk.’’ Zijn kinderen zwommen er en zijn moeder trok er haar baantjes.
Emeritus hoogleraar Nienhuis raakte gaandeweg zijn zwerftocht ook geïntrigeerd door zijn voorgeslacht. ,,Ik ben geboren in de stad Groningen, heb van 1939 tot 1949 in Appingedam gewoond, maar mijn voorouders kwamen uit de Ommelanden. Van het Hogeland, het oude Groningen.’’
Een zoektocht naar wat op het Groningse Hogeland nog herinnert aan de Kerstvloed van 1717, werd zo ook een pelgrimage naar de herkomst van zijn voorouders. Een man uit het rivierengebied op zoek naar zijn Groningse wortels. Het werd de ondertitel van zijn boek ‘Kerstvloed 1717, een pelgrimstocht’.
De dertien etappes van Nienhuis’ pelgrimage leidden tot evenzoveel hoofdstukken in zijn boek. Gaandeweg herkent hij verschillende voorouders. In het voorlaatste hoofdstuk ‘Uithuizermeeden, het olderliek stee’, vindt Nienhuis aan de Kerkstraat de plaats waar zijn grootouders Pieter Nienhuis en Korneliske Franssens hebben gewoond.
Aan de Prinses Irenestraat herkent Nienhuis in de vijver een kolk die waarschijnlijk in de kerstnacht van 1717 is ontstaan. ,,Hier komen de Kerstvloed, het landschap na de vloed en het zoeken naar mijn voorouders samen.’’
De auteur heeft inmiddels bij de gemeente Eemsmond en zijn neef Arie Nienhuis uit Uithuizermeeden, het plan gedropt om bij de vijver aan de Prinses Irenestraat een eenvoudig monument voor de slachtoffers van de Kerstvloed op te richten.