Ecoloog Irene Lantman bestudeert een meidoorn. Foto: DUNCAN WIJTING
Inheems groen neemt af en is zeldzaam geworden. Wat er nog is, wordt in Groningen en Drenthe in kaart gebracht. Houtwallen, bossen en bosjes zijn doorzocht zoals op landgoed Nienoord in Leek. ,,Er moet hier ergens een zeldzame koraalmeidoorn staan. Dat zou toch geweldig zijn?’’, zegt Irene Lantman.
Ecoloog Irene Lantman is een van de vijf onderzoekers van Landschapsbeheer Groningen die door heel de provincie struinen om zo veel mogelijk flora van ‘oeroude’ Groningse herkomst te registreren. ,,We lezen het groen’’, zegt Lantman.
Dat doen ze al tweeënhalf jaar. In Groningen zijn ontelbare vierkante meters op meer dan driehonderd locaties in kaart gebracht. De onderzoekers verdiepen zich in bomen en struiken rond borgen, kerken en boerderijen, als onderdeel van wegbeplanting en houtwallen. Het meeste is te vinden op plekken waar de tijd stil lijkt te staan: op oude kerkhoven en begraafplaatsen en op borgterreinen. Deze zomer wordt het project Onderzoek autochtoon plantmateriaal afgerond.
Op cursus in Drenthe
In Drenthe loopt een soortgelijk project. Alleen worden daar vooral vrijwilligers opgeleid om de inventarisatie te doen. Eind mei gaf Landschapsbeheer Drenthe een eerste cursus waarin deelnemers leren om Drentse soorten te herkennen en in kaart te brengen.
,,Op 5 september start de tweede cursus’’, zegt Lantmans collega Anja Verbers van Landschapsbeheer Drenthe. ,,Vijftien mensen doen mee. De afgelopen weken gingen ze op verschillende locaties in kleine groepjes op vooronderzoek uit. Samen het veld ingaan om onderzoek te doen, is heel belangrijk. We leren van elkaar.’’
Verbers: ,,We zijn begonnen bij het Amerdiep onder Assen. Daar staan mooie bomen- en struikenrijen. Anloo en het Anloërdiep hebben we gehad. Half september is er in de omgeving van Vledder nog een bijeenkomst waar we alle resultaten met elkaar vergelijken. Er is zo veel animo dat we het volgend jaar weer gaan doen.’’
Bedreigd
De terreinbeheerders in beide provincies werken samen met Ecologisch Adviesbureau Maes uit Utrecht. Samen zetten ze zich in om te redden wat er nog aan wilde flora is. En dat is niet veel. Nog maar 3 procent van alle bossen en houtwallen bestaat uit wilde bomen en struiken. De helft van de soorten is zeldzaam of wordt bedreigd.
Lantman: ,,Wat er nog is, willen we beschermen, koesteren en gebruiken. We geven eigenaren advies hoe ze struiken en bomen kunnen beheren. En we willen zaden en vruchten winnen om nieuwe aanplant te kunnen kweken.’’
Op speurtocht
Met haar gaan we op speurtocht op en rond landgoed Nienoord in Leek. ,,Hier vind je veel soorten en beplanting bij elkaar. Het is iedere keer genieten.’’ Ze is goed voorbereid. Op de telefoon heeft ze een veldinventarisatieapp. In een tas zitten geplastificeerde landkaarten van 1850 tot heden. Die worden met elkaar vergeleken. ,,Zo zien we in een oogopslag: waar is wat veranderd, wat is gebleven?’’
De veranderingen zijn duidelijk zichtbaar. ,,Eeuwenoude houtsingels staan onder druk door schaalvergroting in de landbouw. Ook met de aanleg van wegen, woningbouw en industrie ging veel verloren’’, vertelt Lantman.
Ze maakt zich zorgen om de kwaliteit van het bomenbestand en het landschap. ,,We willen op zo veel mogelijk plekken oorspronkelijke planten terugbrengen in de eigen omgeving. Met aanwas uit oude bossen, singels en bosschages. Die dienen als kraamkamer voor volgende generaties streekeigen bomen.’’
Ze wijst naar een plek waar vooral jonge esdoorns groeien. Zo ziet ze het liever niet. ,,Een gevarieerd, liefst streekeigen sortiment is minder kwetsbaar voor plagen en ziektes. Genetische variatie is heel belangrijk voor het herstel van biodiversiteit.’’
Nieuwsgierig
Voor een leek mag het allemaal groen zijn. Lantman leest het landschap. ,,Deze houtwal met hulst is echt al eeuwenoud.’’ Bij een slootwal stopt ze. De ecoloog vermoedt iets bijzonders en trekt een tak van een meidoorn naar zich toe. ,,Ik kan het niet laten. Ik moet even kijken. We vermoeden dat er in dit gebied een koraalmeidoorn voorkomt. Die is eigenlijk uit Nederland verdwenen.’’
Ze kijkt voor de zekerheid ook nog even in het boek Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen van ecoloog en cultuurhistoricus Bert Maes uit Utrecht. Met hem liep ze onlangs nog over het landgoed. Als ze een zucht slaakt, is het duidelijk. ,,Het is ‘m niet.’’
Ze straalt als ze over haar werk vertelt. ,,Het is fantastisch. Ik heb de provincie opnieuw leren kennen. Groningen is zo afwisselend. Neem de Coendersborg in Nuis. Daar zijn grote hakhoutstoven van 2 meter in doorsnee. Dat zijn oude boomstronken waar zoveel generaties hout hakten. Je treedt in hun voetsporen.’’
Rembrandt en Van Gogh
Maes is blij met de Groningse en Drentse initiatieven. De ecoloog en cultuurhistoricus is kenner van inheemse bomen en struiken en zit meer dan dertig jaar in het vak. In alle hoeken en gaten van Nederland is door hem naar zeldzaam materiaal gezocht. Hij en zijn medewerkers inventariseerden wat er maar aan wilde bomen en struiken is. Met als resultaat de vuistdikke Atlas wilde bomen en struiken van 750 pagina’s die in 2021 verscheen. Maes: ,,We moeten koesteren wat we nog hebben. We hebben het over zeldzaam genetisch erfgoed: de Rembrandts en Van Goghs onder de bomen en struiken.’’
Autochtoon
Bomen en struiken noemen we autochtoon als ze afkomstig zijn uit wilde populaties die al vele duizenden jaren op dezelfde plek staan en daardoor zijn aangepast aan de lokale omgeving, schrijft Landschapsbeheer Drenthe. Ze hebben zich eeuwenlang genetisch kunnen aanpassen aan de omstandigheden van een bepaald gebied. Ze zijn sterker en minder vatbaar voor ziektes en plagen en beter toegerust voor schommelingen in bloeitijd en temperatuur.
Veel mag dan verdwenen zijn. Ze zijn er nog, zeggen de landschapsbeheerders, de pareltjes in het landschap zoals de beekdalen ten zuiden van de stad Groningen, de houtsingels in het Westerkwartier, natuurgebied Lieftingshsbroek langs het riviertje de Ruiten Aa in Westerwolde, Gieselgeer bij Onnen of het Lieverder Noordbos. Daar groeien soorten als de meidoorn, zomereik, beuk, es, zwarte els, hulst, de vuilboom, de zachte berk, de ruwe berk en de sleedoorn. Bossen mogen dan volstaan met naaldhout, zoals sparren en dennen, die horen niet op het lijstje.
Genenbank
Staatsbosbeheer heeft sinds 2006 een eigen kraamkamer van hier oorspronkelijk groen. De Genenbank bronnen voor Nieuwe Natuur is ingericht in boswachterij Roggebotzand bij Dronten in Flevoland. Op een terrein van 28 hectare staan zeker vijftig verschillende soorten. In totaal zo’n 18.500 bomen en struiken zijn er aangeplant. De Groningse en Drentse landschapsbeheerders willen zaden en vruchten aanleveren om daar op te kweken.
Op termijn wordt overwogen in Groningen een eigen kweekprogramma op te zetten. Een paar jaar geleden was het bijna zover. Bij Meerstad moest een kwekerij komen. Door allerlei omstandigheden kwam het er niet van.
,,Zaden en vruchten oogsten en verzamelen, opkweken en weer uitplanten klinkt eenvoudig maar is een hele uitdaging. Je zet niet zomaar even een kwekerijtje op’’, zegt Bert Maes die geregeld in Groningen en Drenthe te vinden is.
,,Je moet investeren in opleiding en kennis waar je leert over oude bossen en inheemse planten. Het vergt een andere manier van denken en werken. Welke bomen plant je waar en met welk doel. Je kijkt op een andere manier naar de natuur, de omstandigheden en de omgeving.’‘
Maes: ,,Je kunt als reguliere boomkweker nog zo goed zijn. Dit is andere koek. Ik vergelijk het met een huisschilder die op zijn gebied heel kundig is. Die vraag je niet om een Van Gogh te restaureren. Zo is het op dit gebied ook.’’