Iryna Yuzevko en Herman van Dijken zamelen hulpgoederen in voor Oekraïne. Foto: Jan Willem van Vliet
De inzameling van spullen voor Oekraïne lijkt wat af te zwakken. Juist nu hulp in de oorlogsgebieden zeer noodzakelijk is.
,,Worden er minder goederen ingezameld voor Oekraïne? Ik vertik het om dat te bevestigen’’, zegt Jan Pijbes uit Hellum. ,,We kiezen voor een positieve insteek en geven onze acties steeds weer een nieuwe impuls.’’
Hoe zijn organisatie ‘BoerenJongens Helpende Handen’ dat doet? Het samenwerkingsverband van ‘betrokken boeren, scouts en vrienden’ wil iets terugdoen voor degenen die goederen brengen. Pijbes noemt dat ‘uitzamelen’. ,,We hebben contact met Kees Huizinga; hij heeft een agrarisch bedrijf in Oekraïne. Zijn vrouw houdt een lezing. Maar we hebben ook patat gebakken voor bezoekers. We doen van alles.’’ Met deze aanpak proberen Pijbes en zijn kameraden een betrokken gemeenschap te creëren, die niet verslapt.
‘Dooie boel’
Net als in Hellum kwam in de stad Groningen na de Russische inval in Oekraïne de goederenstroom flink op gang. De loods aan de Ulgersmaweg 51 puilde bijna uit. ,,De eerste twee weken waren we hier met vijftien vrijwilligers van 6 uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds bezig spullen in te nemen’’, zegt Herman van Dijken van Stichting Emanuel, een samenwerkingsverband van kerkelijke organisaties. ,,De aanvoer was enorm.’’
Op dit moment omschrijft Van Dijken de situatie als ‘een dooie boel’. ,,Er komt bijna niets meer binnen. Toen de oorlog begon, was er heel veel aandacht voor Oekraïne. De verontwaardiging was groot. Na bijna twee maanden is de oorlog niet altijd meer opening van het journaal. Mensen zijn gewend aan de situatie. De interesse wordt minder.’’
Hij somt op waar grote behoefte aan is. ,,Medicijnen, toiletartikelen, zomerkleding, rugzakken, matrassen en voedsel. En dekens, die leggen ze op de grond in de schuilkelders.’’
Van Dijken wijst naar het naastgelegen pand van de Voedselbank. ,,Als je ’s ochtends daar de lange rijen ziet, schrik je ook wel. Al is de situatie in Oekraïne natuurlijk wezenlijk anders. Daar gaan mensen dood.’’
Voor een van de laatste goederentransporten regelde hij vrachtwagens met zeven trailers. Als het aan hem ligt, komt de goederenstroom weer goed op gang.
Gestopt met inzamelen
,,Over aanvoer hebben we niet te klagen’’, zegt Gert Meijer van Samenwerking Diaconieën Gemeente Stadskanaal (SDGS) in Onstwedde. ,,Daarom hebben we een aantal weken geleden de grote inzameling stopgezet. De twee loodsen zijn vol. Met tachtig mensen hebben we alles gesorteerd. De goederen gaan binnenkort op transport naar Oekraïne, Polen en Moldavië.’’
Volgens Meijer heeft SDGS alleen nog een specifieke vraag. ,,Er is behoefte aan matrassen en beddengoed. Mensen kunnen bellen, dan komen we langs en halen het op.’’
Van Dijken zegt dat hulp aan de bevolking van Oekraïne meer dan ooit nodig is. ,,Het aantal kapotte huizen en daklozen blijft stijgen. De regering biedt weinig humanitaire hulp. Al het overheidsgeld gaat naar de oorlog. Het zijn maatschappelijke organisaties, waaronder de kerken, die om internationale steun vragen’’, zegt hij. ,,Als mensen thuis medicijnen over hebben, breng het ons. Zelfs een half doosje antibiotica kan genoeg zijn om mensen beter te maken. Ze hebben niets.’’
‘Alsof je in een oorlogsfilm zit’
Iryna Yuzevko sorteert goederen in de Groningse loods. Ze benadrukt hoe groot het tekort aan eerste levensbehoeften is. ,,Veel mensen zijn halsoverkop gevlucht en hebben niets meer.’’
De lerares Engels vertrok met haar twee kinderen uit Lutsk, een plaats 170 kilometer van Lviv in West-Oekraïne. ,,Op een ochtend vielen er bommen. Alsof je in een oorlogsfilm zit. Onwerkelijk en beangstigend. We vluchtten naar Polen en kwamen dankzij Stichting Emanuel in Loppersum terecht.’’
Yuzevko woont in een huisje dat door de eigenaar beschikbaar is gesteld. De oudste zoon zit in een Oekraïense klas op een school in Spijk. Met haar man heeft ze iedere dag contact via WhatsApp. Hij vecht niet aan het front, maar traint jonge soldaten en zet checkpoints op. Yuzevko is blij met haar onderkomen in Loppersum. ,,Ik ben dankbaar, maar als het in mijn land weer veilig is gaan we terug.’’