Boike Teunissen, geschiedenisleraar uit Groningen, bij een portret van zijn opa Auke van der Wal (1923-2019) uit Leeuwarden. Corné Sparidaens
Friesland is op 20 april 1945 net bevrijd als Auke van der Wal zijn fiets pakt. De jonge Leeuwarder gaat op zoek naar zijn broer, een verzetsman in het dan nog bezette Wageningen van wie al maanden niets is vernomen. Aukes tocht krijgt een filmische apotheose, die hij na de oorlog gedetailleerd opschrijft. Kleinzoon Boike, geschiedenisleraar in Groningen, houdt het verhaal nu in ere.
OP NAAR WAGENINGEN
‘Vijf dagen nadat Leeuwarden is bevrijd stap ik op de fiets. Vijf dagen van feesten achter de rug. Maar nu is het doel proberen Yge te vinden. Wij hopen dat hij leeft en gezond is. Ik ben benieuwd wanneer ik hem aantref, onder welke omstandigheden. Het geeft toch wel een flink stuk spanning. Maar ook het avontuur van de tocht lokt.’
Uit de memoires van Auke van der Wal (1923-2019)
Een ochtend aan de Troelstralaan in Groningen, tachtig jaar na de bevrijding van Noord-Nederland. Boike Teunissen heeft enkele multomappen voor zich uitgestald op de keukentafel. Het zijn de ringbanden van zijn opa Auke van der Wal, door Teunissen geërfd toen zijn grootvader ruim vijf jaar geleden op 96-jarige leeftijd overleed. De inhoud: de minutieus uitgewerkte (oorlogs)herinneringen van Auke, een ware schat aan informatie.
Boike Teunissen. Corné Sparidaens
Dat de mappen bij Teunissen terechtgekomen zijn is geen toeval. De 39-jarige stadjer is docent geschiedenis aan het Willem Lodewijk Gymnasium in zijn woonplaats. Als beginnend leraar stond hij zo’n vijftien jaar geleden voor de klas aan de havotop (Liudger) in Burgum. Rond Bevrijdingsdag nam hij zijn grootvader vaak mee naar de lessen. De leerlingen hingen aan de lippen van Auke van der Wal, precies zoals hun docent dat als kind zelf had gedaan.
,,Ik ben opgegroeid in Haaksbergen”, vertelt Boike Teunissen. ,,Toen mijn zus en ik op de basisschool zaten, pasten opa en oma elke woensdagmiddag op ons. Opa las dan vaak voor uit zijn eigen verhalen. Ik vond dat heel spannend. Hij vertelde het ook wel een beetje als een jongensboek. Hij was echt een verhalenverteller en gaf ook graag lezingen.”
Opa vertelde het als een jongensboek. Hij was echt een verhalenverteller
Huizum
De verhalen van de in mei 1923 geboren Auke, de jongste van drie zonen (Jan is van 1914, Yge van 1917) in het ondernemersgezin van Klaas van der Wal en Sytske van der Werf uit Huizum, zijn dan ook het aanhoren waard. Auke is 21 jaar als hij in de laatste maanden van de bezetting Huizum verruilt voor het – relatief – veiliger Sint Jacobiparochie.
Het gezin Van der Wal omstreeks 1940, met vanaf links vader Klaas, Auke, Yge, Jan en moeder Sytske. Familie Van der Wal/Teunissen
Op Het Bildt luistert de jonge student aan de Landbouwschool stiekem naar Radio Oranje. De nieuwsberichten die hij vanuit Londen opvangt, schrijft hij op. Met behulp van een stencilmachine verspreiden hij en anderen de inhoud over meer dan honderd ‘goede’ adressen in de omgeving. Ook helpt Auke mee met het verstoppen van wapens die het verzet bij droppings heeft bemachtigd.
„Het kan beslist niet lang meer duren. Overal moeten de moffen terug!”, schrijft Auke in maart 1945. Nog bijna dreigt hij vanwege zijn jeugdige euforie gepakt te worden. Hij loopt na spertijd met zijn ‘kranten’ op straat als hij ineens moet rennen voor zijn leven omdat een Duitse patrouille hem in het vizier krijgt. „Een onverantwoorde stommiteit die heel slecht had kunnen aflopen”, schrijft hij. Op 15 april volgt de opluchting:
‘Bevrijd! Het is ongelooflijk! Wij vieren feest! (..) Leeuwarden is één vlaggenzee. Iedereen komt op je af, schudt handen en er zijn zelfs van die stijve Friezen die je emotioneel omhelzen. (..) Wat een geluk, wat een weelde. Zomaar op straat te lopen zonder voorzichtig om je heen te kijken of er geen onraad is. (..) Het is ongelooflijk, geweldig om dit te mogen meemaken. Eerlijk, het is met geen pen te beschrijven wat er gebeurt en wat we voelen!’
Ongerustheid om broer Yge
Na de ontlading volgt al snel ongerustheid. Aukes oudere broer Yge is in 1938 als student aan de Landbouwhogeschool in Wageningen beland. Yge (1917-1988) vecht in mei 1940 als onderofficier tegen de Duitsers.
Terug in Wageningen komt hij in het verzet terecht. In januari 1943 maken hij en drie medestudenten bij een overval op het gemeentehuis het bevolkingsregister buit. Dit om te voorkomen dat de bezetter Wageningse Joden, studenten en oud-militairen kan oppakken en afvoeren. In datzelfde jaar is Yge betrokken bij de liquidatie van de Wageningse collaborateur Cornelis Iprenburg.
Bevrijd! Wat een geluk, wat een weelde. Zomaar op straat te lopen zonder voorzichtig om je heen te kijken of er geen onraad is
In het restant van de oorlog blijft Aukes oudere broer veelal onder de radar, in Hardenberg en Wageningen. In de zomer van 1944 schrijft Yge zijn familie in Leeuwarden dat hij in een sanatorium in Renkum verblijft. Niet als patiënt, zoals zijn naasten in de maanden die volgen vrezen, maar als onderduiker. Tot de bevrijding ontvangt zijn familie in Leeuwarden taal noch teken van Yge.
‘Permit to travel’
Auke besluit op 20 april 1945 op zoek te gaan naar zijn broer. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de Canadese bevrijders hebben verboden om je verder dan 5 kilometer van je eigen woonplaats op te houden. Dankzij tussenkomst van een kennis uit het verzet ontvangt Auke echter een ‘permit to travel’. Doel van de reis: ziekenbezoek.
Het 'permit to travel' (bewijs van toestemming om te reizen) van Auke van der Wal. Familie Van der Wal/Teunissen
Wat zal ik aantreffen in de gebieden waar nog maar een paar dagen geleden zwaar werd gevochten of misschien nog gevochten wordt? Uit de radioberichten hebben we opgemaakt dat mijn reisdoel Wageningen nog niet bevrijd is. Het front moet op dit moment ergens op de Veluwe liggen.
Hij gaat op de fiets (‘Die is gelukkig goed in orde, de banden zijn in redelijke staat en dat kunnen niet veel mensen meer zeggen’) op weg. Het wordt een avontuurlijke tocht, langs verwoeste bruggen en door tanks stuk gereden wegen. Vrijwel nergens wordt gewerkt. ‘Veel mensen’, zo valt Auke onderweg op in plaatsen die hij passeert, ‘zijn bezig hun eigen zaken een beetje te beredderen’.
Het geeft toch wel een flink stuk spanning. Maar ook het avontuur van de tocht lokt
Kort voor Steenwijk ziet Auke een kapot geschoten tank half in een sloot liggen. Een jongen die erbij staat vertelt dat de tank midden op de weg vernietigd is. Om de weg vrij te maken hebben de Canadezen het gevaarte in de sloot geduwd. Onderweg naar Meppel treft Auke overal langs de weg door de bevrijders achtergelaten rommel aan, zoals lege munitiekisten, jerrycans en zelfs koekblikken.
Na 90 kilometer fietsen komt Auke aan het einde van de middag aan in Zwolle, de woonplaats van Yge’s vriendin en latere echtgenote Koos Anema. Zij en haar ouders ontvangen hun logé allerhartelijkst. Koos vertelt dat Yge in januari of februari voor het laatst een teken van leven heeft gegeven. Hij blijkt met de Wageningse verzetsgroep mee te zijn geëvacueerd naar Bennekom en later naar Ede, omdat de grond te heet onder hun voeten werd.
Als Auke zijn fietstocht de volgende ochtend voortzet, merkt hij meteen dat de tweede dag een stuk ingewikkelder zal worden. Het begint al bij het Katerveer ten zuiden van Zwolle, waar de Duitsers de brug over de IJssel hebben opgeblazen en waar nu alleen militairen gebruik mogen maken van de pont die er vaart. En de Anema’s hebben hem gewaarschuwd voorzichtig te zijn op de Veluwe, omdat daar nog maar kort geleden hevig gevochten is.
Liften: ‘Just lift your hand’
Aukes ‘permit-bewijs’ biedt soelaas: hij mag de pont op. Sterker: hij mag tot Wapenveld meerijden in een militaire vrachtwagen, met fiets en al. Voor het eerst hoort hij het woord dat de Canadezen voor deze manier van reizen hebben: liften. ,,Just lift your hand and you’ll get a free ride’’, zeggen de militairen. ,,Easy.’’
In Otterlo stuit Auke op de verschrikkingen van de oorlog. Hij ziet een zwartgeblakerd bos. Aan een man die planken voor de ramen van zijn kapotgeschoten huis aan het timmeren is, vraagt de jonge Leeuwarder wat er gebeurd is.
De moffen werden het bos in gedreven. Overgeven was er niet bij. Toen werden de vlammenwerpers erop gezet. Ze zijn er letterlijk uit gebrand
„Het was verschrikkelijk”, zegt de man. „Vier dagen geleden dachten we dat we bevrijd waren, want we hoorden Engelsen. Maar we vergisten ons. Het was een kleine verkenningseenheid. ’s Nachts kwamen de Duitsers terug. Twee dagen geleden waren de Engelsen er weer en is er hevig gevochten. Onophoudelijk ratelden de machinegeweren en hoorden wij het inslaan van granaten.”
,,De Duitsers verdedigden elk huis. Het waren van die Fallschirmjäger, van die felle rotmoffen. Bijna allemaal 16, 17 jaar en van plan om zich dood te vechten voor de Führer. De moffen werden het bos in gedreven. Overgeven was er niet bij. Toen werden de vlammenwerpers erop gezet. Ze zijn er letterlijk uit gebrand. We waren definitief bevrijd maar het plezier is er voor ons wel af.’’
Diep onder de indruk verlaat Auke van der Wal die middag Otterlo. Pas later verneemt hij de exacte omvang van wat de geschiedenis ingaat als de Slag om Otterlo: 150 tot 200 doden aan Duitse zijde, 23 gesneuvelde geallieerde soldaten en 4 doden onder de burgerbevolking.
Verbijstering
In 2025 herinnert Boike Teunissen zich wat zijn opa vertelde over zijn verbijstering als hij tijdens zijn fietstocht op dit soort gruwelijke gebeurtenissen stuit. „Wat ik heel fascinerend vind”, zegt de Groninger geschiedenisleraar, „is de chaos die opa aantrof. Je bent bevrijd en dan toch nog die chaos in het land. Opa schreef ook: ‘overal zag ik de ellende, maar ik wist niet wat zich 25 kilometer verderop had afgespeeld’. In wezen is dat wat we nu zien met Gaza, Oekraïne. Elke dag gebeuren er vreselijke dingen, maar we krijgen lang niet alles mee.”
Auke van der Wal (links) en kleinzoon Boike Teunissen (midden) in 2015. Familie Teunissen
Terug naar 1945.
Ede is nu dichtbij. Nu wordt het opnieuw spannend. Hoe pak ik ’t het beste aan? Bij binnenkomst van het dorp eerst maar eens vragen waar ik het hoofdkwartier van de Binnenlandse Strijdkrachten kan vinden. Een eindje verderop, een groot pand. Binnen vraag ik of hier misschien een Yge van der Wal bekend is. En … o wonder… komt me even later Yge aanlopen!
De begroeting tussen de broers is Fries: onhandig, schutterig.
„Hoe komst do hjir?”, vraagt Yge. ,,Wy wiene dy sûnt septimber kwyt, dat ik tocht: ik moat dy sels mar efkes sykje”, antwoordt Auke.
Yge blijkt een eigen kamer te hebben in het hoofdkwartier van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Hij vertelt dat hij diverse brieven heeft gestuurd, waarvan dus geen enkele Leeuwarden heeft bereikt.
In dit niemandsland – het front ligt een paar kilometer ten westen van Ede/Wageningen – ziet de BS erop toe dat vanuit het nog niet bevrijde westen van Nederland geen ‘foute’ Nederlanders of Duitsers door de linies naar bevrijd gebied gaan. Ede is nog maar een paar dagen geleden bevrijd.
Na een poosje zegt Yge: ik moet er op uit, ga je mee? Tussen de posten van de Engelsen zijn in het niemandsland op hun verzoek posten van de BS om hierbij te helpen. Yge gaat nu op inspectie langs de posten die bezet zijn door mensen van het Wageningse verzet.
Tolk in het leger
Terug in het hoofdkwartier raakt Yge in gesprek met een officier. Als ze klaar zijn krijgt Auke tot zijn verbazing de vraag of hij als tolk wil dienen in het Canadese leger. Er is dringend behoefte aan iemand die Nederlands en Duits verstaat en zo kan helpen bij het verhoren van mensen. Zo mag de jongste Van der Wal zich tot zijn vreugde in een uniform hijsen. „You are a sergeant now”, grijnst de soldaat die hem de spullen brengt.
Dat het dragen van een uniform niet enkel een genoegen is, blijkt uit Aukes memoires. Nota bene op de dag van de wapenstilstand, 5 mei, krijgt hij op korte afstand mee dat enkele Wageningse BS-mannen alsnog door in het nauw gedreven SS’ers worden doodgeschoten. Ook is hij er tegen wil en dank bij wanneer twee landverraders in koelen bloede door leden van de BS worden geëxecuteerd.
Ze bevelen de twee naar buiten te gaan. Ze worden richting bosrand gestuurd. Dan klinkt het bevel: LOPEN! Ik sta een ogenblik als aan de grond genageld. Eén van de mannen krijst, of misschien allebei. Ik kan er niet langer bij zijn. Ik ga naar binnen. Dan ratelt het machinegeweer. Maar kort, dan wordt het stil.
Ik ga op mijn bed liggen. Dat de BS-jongens ontredderd zijn en vol haatgevoelens kan ik me indenken. Maar dit, iemand zonder enige vorm van proces de dood injagen… Had ik moeten ingrijpen? Had ik dit kunnen voorkomen?
Aukes tijdelijke lidmaatschap van de Binnenlandse Strijdkrachten. Familie Van der Wal/Teunissen
Herinneringen
In 1947, twee jaar na de bezetting, besluit Auke van der Wal zijn herinneringen op te schrijven. Met balpen. Veertig jaar later, hij is al gepensioneerd, tikt hij het met de typmachine netjes over en bewaart hij alles in multomappen.
Daarna gaat het boek dicht en draait Auke van der Wal symbolisch een sleutel om in zijn hoofd, weet Boike Teunissen. ,,Opa had alles keurig opgeschreven en vond het prima dat ik dat in mijn lessen op school gebruikte, ook de passages over de executies die hij zag toen hij bij de Canadezen zat, maar erover vertellen wilde hij nooit meer. Dat deed te veel pijn. Ik heb hem er een jaar of twee voor zijn dood nog eens naar gevraagd, maar toen schoot hij weer vol.’’
Maar dit, iemand zonder enige vorm van proces de dood injagen… Had ik moeten ingrijpen?
Het makkelijk met de dood en andere beroerde dingen worden geconfronteerd heeft me veranderd. Ik ben kritischer geworden voor alles wat er om me heen gebeurt. En harder.
Het zal in de roes van de gebeurtenissen zijn, dat de jonge Auke open staat voor de uitnodiging van zijn Canadese commandant om langer met het leger op te trekken. Hij kan mee Duitsland in, de kant van Bremen op. En daarnaast heeft Auke er ook wel oren naar om binnenkort ‘te helpen de Japanners Nederlands Indië uit te gooien’.
Dat vind ik geen gek idee. Ik ga er maar eens met Yge over praten. Die is er gauw uit. Hij komt aandragen met alle krachttermen die hij in het Fries kan bedenken. Knettergek zou ik wel zijn!
Yge houdt zijn jongste broer voor dat het tijd wordt om over zijn toekomst te gaan nadenken en zijn studie weer op te pakken. Er is genoeg tijd verspild, er zijn genoeg avonturen beleefd. Het is tijd om naar huis te gaan. En dat doet Auke. Op 9 mei vertrekt hij. Hij wil voor donker in Zwolle aankomen.
Overal waar ik langskom is het nog steeds een zee van vlaggen, overal is het feestelijk. Maar niet wanneer ik Olst binnenkom. Geen vlag te bekennen. (..) Bij een cafeetje bestel ik een glaasje surrogaat limonade. En passant vraag ik of men in Olst niet blij is met de bevrijding. De herbergier begrijpt ogenblikkelijk waar ik op doel.
Er is daar iets verschrikkelijks gebeurd. (..) Bij Olst hebben de Canadezen een paar dagen geleden in de uiterwaarden mijnen verzameld. Twee vrachtwagens, afgeladen vol, zijn daarna op de markt geparkeerd. Plotseling is de hele boel de lucht in gevlogen. De gevolgen waren verschrikkelijk. Veel doden en gewonden, waaronder kinderen die op de markt speelden.
Veel doden en gewonden, waaronder kinderen die op de markt speelden
Op vrijdag 11 mei is Auke weer thuis. Hij kan moeilijk wennen aan de nieuwe situatie, weet niet zo goed wat hij wil. Hij gaat aan het werk bij de Algemene Friesche Levensverzekerings Maatschappij. In 1946 wordt hij afgewezen voor de Zuivelschool in Bolsward. Een paar weken later wordt hij toegelaten op de opleiding van de landbouwcoöperatie.
Auke van der Wal wordt halverwege de jaren vijftig directeur van de coöperatieve landbouwvereniging in Haaksbergen, waar hij de rest van zijn leven blijft wonen. Hij trouwt met Geesje Hunze en krijgt met haar drie kinderen.
Auke van der Wal in februari 2019, enkele maanden voor zijn overlijden. Foto: Boike Teunissen
Hobby
,,Geschiedenis, de verhalen erachter, is altijd een hobby van hem gebleven’’, vertelt zijn kleinzoon. ,,Ik mag rustig stellen dat opa één van de redenen is waarom ik geschiedenisleraar ben geworden. Ik liet mijn leerlingen opa’s dagboeken lezen en er opdrachten over maken. Pas aan het einde van zo’n serie lessen vertelde ik dat het om mijn eigen opa ging. De volgende les kwam hij dan zelf naar school. Dat hebben we een jaar of drie zo gedaan. Het is een van de mooiste herinneringen uit mijn werkzame leven. Hij was dan heel open.’’ Lachend: ,,Ik moest hem zelfs weleens afremmen.’’
Ook na het overlijden van zijn opa neemt Boike Teunissen diens dagboeken nog steeds mee naar de lessen. Hij vraagt zijn leerlingen of ze zelf ook familieleden kennen die de bezettingsjaren bewust hebben meegemaakt, maar er gaan steeds minder vaak vingers de lucht in.
Is de vraag dan gerechtvaardigd of het na acht decennia niet eens tijd wordt om minder aandacht aan de Tweede Wereldoorlog te besteden?
Boike Teunissen schudt zijn hoofd. ,,Mijn ervaring als geschiedenisleraar is, dat leerlingen de Tweede Wereldoorlog nog altijd het meest interessante lesonderwerp vinden. Het zit nog steeds vooraan in hun verbeelding; ze zien het in films, in games, series en boeken. En anders dan bij veel andere oorlogen is er een heel duidelijke strijd tussen goed en kwaad: democratie tegen fascisme. Zeker nu probeer ik mijn eindexamenklassen die parallel met onze tijd voor te houden.’’
Wat opa Auke van de huidige tijd gevonden zou hebben? ,,Moeilijk om concreet te zeggen. Hij heeft Trump nog meegemaakt in diens eerste termijn als president. Opa vond hem ongelooflijk. Van populisten moest hij niets hebben.’’
,,Toen opa nog leefde kwam er een komische film uit over Hitler: Er ist wieder da. Dat vond hij vreselijk. Hij vond dat je geen comedy over Hitler kon maken. Opa zei: ‘dan maak je het te klein. Daarvoor is wat deze man heeft gedaan té erg’. Fout is fout. Dat moesten we volgens hem goed beseffen.’’
Auke van der Wal in mei 2019 met Yge, de zoon van zijn kleinzoon Boike Teunissen. Foto: Boike Teunissen