Op de Noordzee komen ver uit de kust meer windparken en gaswinningslocaties. Foto: ANP
In de haven van Delfzijl heeft het Openbaar Ministerie het lossen van een lading, afkomstig van een NAM-locatie in Den Helder, stilgelegd. Volgens het OM gaat het om gevaarlijk afval dat van het gaswinningsbedrijf is. Naar nu blijkt loopt er al langer een strafrechtelijk onderzoek naar de NAM.
Dat heeft het Functioneel Parket, een onderdeel van het OM, woensdagmiddag bekendgemaakt. Woordvoerder Arnie Loos stelt dat er een groter strafrechtelijk onderzoek naar de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) loopt. Het controleren en binnenvallen van het schip in Delfzijl is onderdeel van dit onderzoek.
Loos stelt dat het onderzoek zich richt op de wijze waarop gaswinningsbedrijf NAM omgaat met afvalverwerking ‘op een aantal locaties in het Noorden van het land’. Concreter dan dat wil het OM nog niet worden.
Het OM stelt dat de lading die woensdag op het schip is aangetroffen mogelijk gevaarlijke stoffen bevatte. Het was bestemd voor de Opslag- en ScheidingsFaciliteit (OSF) in Delfzijl. Ook deze locatie is van de NAM. Het gaswinningsbedrijf zelf ontkent dat het om gevaarlijk afval gaat.
Het schip in de haven van Delfzijl is gecontroleerd en doorzocht door medewerkers van het OM, Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).
Het betrokken schip vervoerde afval afkomstig van de gasbehandelingsinstallatie in Den Helder. Die installatie is van de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) en is een van de grootste van de wereld. Dagelijks pompt de NAM vanuit de Noordzee door drie pijpleidingen 92 miljoen kuub gas per dag naar de gasbehandelingsinstallatie. Vanuit daar levert de NAM het gas weer aan de Gasunie. Het afvalwater dat meekomt met de gasstromen door de pijpleidingen wordt in Den Helder gescheiden van het gas.
Rommelen met vergunningen
Het Functioneel Parket laat weten dat er een verdenking was dat er werd gerommeld met de vergunningen. De controle in Delfzijl is een onderdeel van een groter strafrechtelijk onderzoek naar afvalwater dat vrijkomt bij aardgaswinning. Uit dat onderzoek zou blijken dat dit vieze water ‘mogelijk in strijd met de geldende regelgeving wordt verwerkt’.
Woordvoerder Loos zegt dat er geen gevaar is geweest in Delfzijl. ,,De controle van vandaag is zoals gezegd onderdeel van een langer proces en gelet op gevaarzetting geen accuut incident.”
NAM eigenaar afval
De NAM laat weten dat het afval niet gevaarlijk is. Volgens het gaswinningsbedrijf is er niks aan de hand en mag de NAM het afval ‘volgens de geldende vergunningen op OSF in Delfzijl ontvangen en verwerken’. Woordvoerder Hein Dek van het gasbedrijf laat in een schriftelijke verklaring weten dat de NAM volledig meewerkt aan het onderzoek van het OM. ,,In lijn daarmee zal de NAM de lading elders laten verwerken”, schrijft Dek.
Volgens het OM is de stempel ‘gevaarlijk afval’ vooral een juridische duiding. ,,Uit de feiten en bevindingen in het onderzoek tot nu toe, komt de voorlopige conclusie van het OM dat dit afval gevaarlijk is.”
Het OM stelt dat dit afval niet naar de OSF Delfzijl had mogen gaan omdat de juiste vergunning daarvoor ontbreekt. Daarop is besloten om het lossen van het afval stil te leggen. ,,De eigenaar dient dit nu aan te bieden bij een verwerker met de daarvoor beschikbare vergunningen.” Volgens Loos is de NAM eigenaar van het afval. ,,Het onderzoek richt zich ook op de NAM.”
De woordvoerder stelt dat dit onderzoek los staat van de afvalwaterinjecties in lege gasvelden in Twente. De woordvoerder van het SodM verwijst naar het Openbaar Ministerie.
Regels lozen afvalwater
Voor de gasindustrie op de Noordzee wordt productiewater eerst behandeld in een productiesysteem met scheidingvaten voordat het geloosd wordt. Geloosd productiewater bevat vergelijkbare concentraties anti-corrosiemiddel en emulsiebreker als geïnjecteerd productiewater.
Voor het lozen van behandeld productiewater moet NAM aan de registratieverplichtingen uit de REACH-verordening voldoen. REACH is een systeem voor registratie, evaluatie en toelating van chemische stoffen in de Europese Unie. Er zijn aanvullende richtlijnen van CEFAS (Centre for Environment Fisheries and Aquaculture Science) en OSPAR. Verder zijn de Mijnwet, het Mijnbouwbesluit, de Mijnbouwregeling en de Biocidenrichtlijn CTBG van belang.
Voor het Nederlandse deel van de Noordzee mogen de toegestane hulpstoffen de waarden in de vergunningen niet overschrijden. Daarnaast moet het water minder dan 30 mg/l opgeloste olie bevatten. Ofwel minder dan 0,003%. In de loop van de tijd kan het oliegehalte van het productiewater veranderen. Daarom is NAM wettelijk verplicht wekelijks een monster te nemen van het water dat we op de zee lozen. Er wordt volgens de kwaliteitseisen voor laboratoria volgens de ISO17025-norm gemeten. Indien nodig nemen we maatregelen die we altijd ook aan Staatstoezicht op de Mijnen melden. BRON: website Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM)