Het afscheid nadert. Een afscheid zonder toespraken. „Geen poespas. Dat past niet bij deze haven en ook niet bij mij", zegt havendirecteur Harm Post van Lauwersoog. Foto: Anjo de Haan
Vrijdag nam Harm Post afscheid als havendirecteur van Lauwersoog. Het werkende leven zit erop voor de man die Groningen Seaports groot maakte en Lauwersoog nu nalaat als een authentieke, maar moderne visserijhaven. Met een wandeltocht door de haven brengt Harmen Dirk Post (72) een laatste groet.
Vanaf restaurant Schierzicht wandelt Harm Post richting het splinternieuwe Wereld Erfgoed Centrum, dat in april de deuren opende. „Op die plek stond eerst het oude havenkantoor”, vertelt Post. „Vroeger stonden er Urker vrieshuizen waar ze vis in bewaarden. Die waren afgebroken, maar de funderingen waren blijven liggen. Een rommelpotje. Maar kijk nu naar dit prachtige gebouw”, wijst hij trots.
Hij spreekt van ‘wij’ en ‘ons’, voelt zich onmiskenbaar thuis in Lauwersoog. „Het is leuke gemeenschap, totaal anders dan in de Eemshaven." Foto: Anjo de Haan
Het afscheid is voorgekookt, zelf bepaald ook. „Dit is een natuurlijk moment, het voelt logisch om die stap nu te zetten”, zegt Post. Toen hij in 2017 zijn afscheid aankondigde in Delfzijl, was de krant hem net voor. „Stond ik daar op een grote container voor vierhonderd man. ‘Mannen’, zei ik. ‘De hoofdboodschap stond vanochtend al in de krant. Uit het feit dat niemand hier een spandoek in de lucht houdt met ‘Post moet blijven’, leid ik af dat het een goed besluit was’.”
‘Vissers zijn vrije jongens’
Hij kwam in 2013 als interim-directeur in Lauwersoog. Hij wijst naar de tweehonderd meters kade die hij als eerste daad destijds aanlegde voor de visserskotters. Die hadden hun plek ingeleverd ten faveure van een passantenhaven, maar er was niets voor teruggekomen. „Dat was het grote item toen ik hier kwam”, kijkt Post terug. „Vissers zijn vrije jongens, die hebben een notoire hekel aan centraal gezag. Ik wist: als ik het vertrouwen wil terugwinnen, dan moet ik de belofte van toen waarmaken.”
Post kreeg als directeur van de visserijhaven de vissers aan zijn kant. Maar hij vond de visserij tegelijkertijd een kwetsbaar fundament voor het bedrijf. Hij haalde scheepsbouwer en -reparateur NG Shipyards naar Lauwersoog, waardoor de haven plots ook interessant werd voor offshore windparken. „We zijn nu voor een derde afhankelijk van de visserij”, berekent Post.
Als je de gemeenschap dicht bij elkaar weet te trekken, kun je samen heel mooie dingen doen
Hij spreekt van ‘wij’ en ‘ons’, voelt zich onmiskenbaar thuis in Lauwersoog. „Het is een leuke gemeenschap, totaal anders dan in de Eemshaven. Het grote verschil is dat alle ondernemingen hier een directeur/groot aandeelhouder hebben die hier ook echt ís. Bij RWE gaat het over heel veel geld, maar de beslissingen worden in Essen genomen.”
‘De haven geeft ’s nachts net zoveel licht als de stad Oldenburg’
Op die manier is Lauwersoog straks ‘pilothaven’ voor wetenschappelijk onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen naar donkerte. „De haven geeft ’s nachts net zoveel licht als de stad Oldenburg. Belachelijk toch? Waaróm? We zijn met z’n allen in een zaaltje gaan zitten en de volgende ochtend is besloten dat we het anders gaan doen. Als je de gemeenschap dicht bij elkaar weet te trekken, kun je samen heel mooie dingen doen.”
Daar - aan het einde van de nieuwe kade - staat de scheepslift. „Ons unique selling point”, wrijft Post zich in de handen. „Dat heeft de Eemshaven niet eens." Foto: Anjo de Haan
Daar - aan het einde van de nieuwe kade - staat de scheepslift. „Ons unique selling point”, wrijft Post zich in de handen. „Dat heeft de Eemshaven niet eens. Het stikt daar van de windenergie, maar ze hebben geen scheepslift waardoor je even snel zo’n crewtender kan repareren.”
Er is een groot verschil tussen hoe mensen er zelf bijzitten en wat ze van de samenleving vinden
Hij is een positief mens, telt zijn zegeningen. En tegelijkertijd hoort hij veel negativisme om zich heen. „Iedereen is gespannen en onrustig: dit is niet goed, dat is niet goed. Maar als je vraagt: hoe is het met ú, dan hebben ze het goed voor elkaar. Er is een groot verschil tussen hoe mensen er zelf bijzitten en wat ze van de samenleving vinden. Kijk even naar de feiten, denk ik dan: we leven in een van de rijkste landen van de wereld, we hebben de laagste jeugdwerkeloosheid van de hele EU. En neem maar van mij aan: we hebben een van de beste zorgsystemen ter wereld, sowieso het beste pensioenfonds. Kijk naar Duitsland, waar ouderen jouw boodschappen inpakken omdat hun pensioen onvoldoende is.”
‘Zeventig procent van de Kamerleden heeft een verbroken relatie’
Een rol in de politiek dan maar? „Nee”, zegt Post resoluut. „Zeventig procent van de Kamerleden heeft een verbroken relatie. Mijn Anneke, mijn grote liefde Anneke, is mij meer waard dan een politieke carrière. Anneke is ook nooit de dupe geworden van mijn werk. Alle grote beslissingen hebben we samen genomen. Je bent samen, hebt samen een gezin, de liefde. Dat gaat voor het werk.”
Een rol in de politiek dan maar? „Nee”, zegt Post resoluut. „Zeventig procent van de Kamerleden heeft een verbroken relatie. Mijn Anneke, mijn grote liefde Anneke, is mij meer waard dan een politieke carrière." Foto: Anjo de Haan
Maar Harm Post zit niet stil. Werkt nog voor Urk Maritime, aan de verzelfstandiging van de haven van Oudeschild op Texel en zit namens alle havens in het Omgevingsberaad Waddengebied. „Ik ga in elk geval niet klassiek met pensioen, om te tuinieren en te reizen.”
Het afscheid nadert. Een afscheid zonder toespraken. „Geen poespas. Dat past niet bij deze haven en ook niet bij mij.”
Hij wijst naar restaurant ’t Aailand, waar het feest plaatsvindt. „Van Barbara en Jan Rodenburg”, weet Post. „Een wat alternatieve plek. Het ziet er wat rommelig uit, de stoelen staan dwars door elkaar en er staan allemaal verschillende tafels. Zo’n sfeertje. Ik heb er zakenrelaties ontvangen en zet er een accordeonist neer. Alle bazen van grote bedrijven zaten daar zeemansliederen te zingen. Dát sfeertje. Dat menselijke, zelfs bij de grote jongens. Dat vind ik mooi. Want sfeer vind ik belangrijk.”