Monteurs bleken aanvankelijk nog wat onwennig. Foto: ANP/ HH
Waterstof komt na gunstige testresultaten in woningen dichterbij als schone energie voor huishoudens.
De industrie werkt al met waterstof, maar dan gemaakt van gas. Op kleine schaal komt de schonere waterstof, geproduceerd door zon- en windenergie, beschikbaar in proefwoningen.
„Huishoudens zullen anders gaan stoken en verwarmen met waterstof als energiedrager”, aldus de woordvoerder van netbeheerder Stedin. Die werkt met bewoners in het Zeeuwse Stad aan ’t Haringvliet aan de mogelijke overstap op waterstof van een groot aantal woningen. „Pas als een ruime meerderheid instemt, gaat het door. Het is nieuwe technologie, mensen moeten er vol vertrouwen in hebben”, aldus de woordvoerder.
„Een volledige dorpskern over laten stappen naar waterstof is in Nederland nog nooit gebeurd”, verklaart expert Harm Vlap bij consultant DNV de voorzichtige tred aan het Haringvliet. Maar de technologie blijkt goed toepasbaar. „Er moet wel voldoende aanbod van groene waterstof komen nog, en mensen moeten de keuze hebben ook een warmtepomp te gebruiken of een andere technologie.”
Het kabinet wil Nederland van het aardgas af hebben, waterstof is dan een goed alternatief, zegt Vlap. „Maar niet voor iedere woning.”
Hoogeveen en Wagenborgen
Netbeheerders blijken overal bezig met zulke waterstofprojecten. Enkele werken met toestemming van het Rijk aan proefprojecten in bestaande woningen en in nieuwbouw zoals naast het Haringvliet ook in Lochem, Hoogeveen en Wagenborgen. De eerste resultaten zijn volgens bewoners goed. Voor bijvoorbeeld monumenten in Lochem, doorgaans slecht te isoleren, pakte waterstof als energiedrager goed uit.
De uitrol over heel Nederland is nog ver weg, beamen energie-experts. Maar er is bij alle proeven nu voor de overheid nergens reden om met de opmars van de waterstof te stoppen. De waakhond Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) meldde dat deze waterstof toelaten in het gasnetwerk tot nu toe geen onoverkomelijke problemen oplevert. Al bleken er ’aandachtspunten’: monteurs waren wat onwennig met gasdetectiemeters. En omdat gas reukloos is, voegen netbeheerders een pregnant geurtje toe. Maar dat moet wel voor iedere neus als alarm op te vangen zijn.
Zulke testresultaten worden onder netbeheerders gedeeld, om snel tot de grootschalige invoering over te kunnen. „Ergens tussen de vijf tot tien jaar moet het ingevoerd worden, maar je hebt ook voldoende waterstofketels en installateurs nodig”, aldus Vlap.
Onder energie-experts geldt ons gasnetwerk als een troefkaart. Sinds de eerste gasvondst in 1959 werd dat uitgebouwd, wijk voor wijk. Bijna geen land bezit zo’n verfijnd netwerk met 135.000 kilometer omvang.
‘Invoering moet snel gebeuren’
Waterstof is de allerkleinste molecuul,verfijnder dan gas. Het kan via de koppelstukken van gasleidingen ontsnappen. „De koppelstukken en de meters zul je moeten vervangen. Maar het netwerk kan dankzij nieuwe technologie worden omgebouwd voor veilig gebruik. Er zullen vast hobbels komen, technisch kan het”, zegt onderzoeker René Peters van TNO.
„Het grote verschil is dat bij de gasuitbouw één bedrijf verantwoordelijk was voor honderden dagelijkse besluiten. Dat gaf tempo. Voor waterstof moet nu bijna ieder onderdeel op de ander wachten en zelfstandig winst maken”, zegt Martien Visser, lector energietransitie aan de Hanzehogeschool Groningen. „Je hebt een krachtige uitvoeringsorganisatie nodig. Want de invoering van waterstof moet snel gebeuren als we klimaatdoelen willen halen.”