De nieuwe eigenaren van de poffertjessalon op de Brink in Zuidlaren, Gabry Arjaans en Maarten Eckenhaussen. Foto: Jaspar Moulijn
De poffertjessalon in hartje Zuidlaren wordt nieuw leven ingeblazen door Maarten Eckenhaussen (42) en zijn vriendin Gabry Arjaans (36) uit Groningen. Ze willen terug naar de oorsprong: niet te zuinig met de roomboter en alles met de hand.
„Je moet niet op de calorieën letten. Als je poffertjes eet, moet je het wel goed doen”, zegt Arjaans. Met rappe hand prikt ze een stuk of wat poffertjes van de gloeiendhete koperen bakplaat aan de vork. Ze zwiert met de vork over het bord en daar liggen ze dan, de goudbruine kermissnacks. Twee serieuze plakkaten roomboter erover en een royale wolk poedersuiker en aanvallen maar.
Wie caloriearme poffertjes wil („die bestaan niet”), moet niet naar Zuidlaren. Misschien dat de supermarkt wat heeft liggen. Arjaans kijkt er zuinigjes bij. „Van die droge meuk. Nee, dat vind ik echt helemaal niks. Wij bakken de poffertjes zoals ik die vroeger ook at op de kermis.”
Bakplaat in de brand
Poffertjes zijn volgens haar onlosmakelijk verbonden met het kermisleven. Arjaans kan het weten. Ze groeide op in een kermisfamilie. Haar vader had vroeger een glazen doolhof, later een mini-zweef en een oliebollenkraam. Samen met Eckenhaussen bestiert ze ook een oliebollenkraam in Stadskanaal.
Twee weken geleden staken Eckenhaussen en zij de bakplaat in de vermaarde poffertjessalon weer in brand. Eigenlijk is Eckenhaussen de drijvende kracht, maar hij staat er op dit moment alleen in de weekenden.
Eerst moet hij zijn baan in Groningen nog afronden. Tot die tijd hangen Arjaans en haar zoon Jesse (12) voornamelijk boven de bakplaat. „Daarna kan ik me gaan richten op het creatieve deel, de aankleding, social media. Bovendien ben ik zangeres en treed ik geregeld op als Jessy Arjaans.”
Gabry Arjaans en Maarten Eckenhaussen poederen de poffertjes. Jaspar Moulijn
‘Slag moet je echt leren’
Na het overlijden van kermisondernemer Arnold Por vorig jaar mei draaide de poffertjessalon nog maar op halve kracht. „De kraam is van mijn neef. Ik wilde ook niet meteen na het overlijden van Por aankloppen. Maar op den duur vroeg ik toch wat hij ermee wilde gaan doen”, vertelt Arjaans. Van het een kwam het ander.
Eind maart kwam alles rond. Daarna bouwde het Groninger stel in rap tempo de kraam op. Een monnikenklus. Alles werd fris geboend, geverfd en gerepareerd. Inmiddels zijn ze alweer twee weken in bedrijf.
Het ondernemende duo hecht waarde aan traditie. De kuiltjes op de bakplaat worden ingesmeerd met ossewit. „Geen bakboter”, zegt Arjaans hoofdschuddend. ‘Moderne fratsen’ als een doseermachine of een trechter om het beslag in de kuiltjes te gieten? Niets ervan.
„De echte bakkers streepten vroeger de poffertjes met een pollepel. Kuiltje voor kuiltje vulden ze. Dat is best moeilijk, die slag moet je echt leren”, zegt Arjaans. „We oefenen deze techniek na sluitingstijd en tussen de bedrijven door. Op YouTube kijken we filmpjes van andere bakkers. Als je deze slag onder knie hebt, dan gaat het volgens mij nog sneller.”
'Een beetje kneuterig’
Tot de Zuidlaardernacht in oktober is de poffertjessalon geopend. Daarna gaat de tent dicht en gaat de blik op de oliebollen. Voor de kraam wacht dan een grote renovatie: de keuken en het bargedeelte worden ondergebracht in een container, om het opbouwen eenvoudiger te maken. De boel wordt rood geverfd („de ultieme kermiskleur”) en het interieur krijgt een make-over. Geblokte tafelkleedjes, wandjes tussen de tafels, dat werk.
„Een beetje kneuterig. We willen toegankelijk zijn voor iedereen. Kermis is vermaak, kermis verbindt”, zegt Arjaans.
Gabry Arjaans en Maarten Eckenhaussen poseren op hun terras. Foto: Jaspar Moulijn