Het Prins Bernardhoeveterrein in Zuidlaren. Rechts de tijdelijke winkel van Abert Heijn. Foto: Willem Braam
Een uitspraak van de Hoge Raad uit 2021 heeft grote invloed op de manier waarop gemeentes in Nederland hun grond mogen verkopen. „Al zou ik het willen, ik mág helemaal geen dealtjes sluiten.”
Al jaren praat de gemeenteraad van Tynaarlo over een grondige verbouwing van het centrum van Zuidlaren. Vooral het braakliggende terrein waar vroeger het evenementencomplex Prins Bernhardhoeve stond is een doorn in het oog. Daar moeten twee supermarkten, een zorgcentrum en een cultuurhuis komen, besloot de raad eerder deze maand. Maar welke supermarkten dat worden? Daar mag de gemeente niets van vinden.
Alle partijen gelijk
Sinds een uitspraak van de Hoge Raad, de hoogste rechter van Nederland, mogen gemeenten niet meer een-op-een grond verkopen aan projectontwikkelaars. Vroeger gebeurde dat op grote schaal, zoals in 2021 in de gemeente Montferland. Daar werd een oud gemeentehuis in het plaatsje Didam verkocht aan een projectontwikkelaar, die daar een supermarkt wou vestigen. Een andere ondernemer had daar ook wel oren naar en spande een rechtszaak aan.
De Hoge Raad oordeelde uiteindelijk in de kwestie. In het vonnis, dat later het Didam-arrest is gaan heten, is de Raad heel duidelijk: gemeenten moeten zich houden aan het gelijkheidsbeginsel. Iedereen moet een kans krijgen om te bieden op een stuk grond. „Eigenlijk is het een kinderlijk eenvoudige uitspraak”, zegt professor Arjan Bregman van de Rijksuniversiteit Groningen. „De overheid moet zich houden aan regels voor behoorlijk bestuur. Daarbij hoort ook dat je alle partijen gelijke kansen biedt.”
Verkeerd toegepast
Dat veranderde van de ene op de andere dag de manier waarop gemeenten in Nederland grond mochten verkopen. „De laatste keer dat een uitspraak van de Hoge Raad zoveel impact had was toch al gauw dertig jaar geleden”, zegt professor Bregman. Het idee dat de wet is veranderd, klopt volgens hem echter niet. „De wet is altijd al zo geweest, maar we hebben hem altijd verkeerd toegepast. Daar heeft de Hoge Raad zich over uitgesproken. Dat is het enige wat er veranderd is.”
Op het lege terrein van de voormalige Prins Bernhardhoeve staat nu een tijdelijke Albert Heijn. Foto: Archief DVHN/Marcel Jurian de Jong
Voor wethouder Jurryt Vellinga van de gemeente Tynaarlo heeft het Didam-arrest van de Hoge Raad veel impact op de centrumontwikkelingen in Zuidlaren. De eigenaar van de lokale Albert Heijn verwachtte een plekje te krijgen op het hernieuwde PBH-terrein. Het oude winkelpand is al afgestoten, en de supermarkt huist nu in een noodwinkel op het terrein waar gebouwd gaat worden. Ook de andere supermarkt in het dorp, de Jumbo, wil graag nieuwbouw; op de huidige locatie aan de Stationsweg is niet voldoende uitbreidingsruimte.
Maar wethouder Vellinga staat machteloos. „Zelfs als ik een dealtje zou wíllen sluiten, mag ik dat niet doen. De beslissing is aan de markt, ik moet een openbare aanbesteding uitschrijven.” Volgens hem zitten er twee kanten aan het arrest. „De uitspraak zorgt ervoor dat ongelijkheid wordt tegengegaan. Overheden moeten heel zuiver zijn, en dit voorkomt de schijn van voortrekken. Tegelijkertijd zijn er ook situaties waarin je graag zou willen bemiddelen. De markt moet het zelf regelen, maar dat zijn niet automatisch de beste oplossingen.”
De tijdelijke winkel van Albert Heijn aan de voorzijde van het Prins Bernardhoeveterrein in Zuidlaren. Foto: Marcel Jurian de Jong
In het geval van Zuidlaren heeft hij zelf „natuurlijk” geen voorkeur voor welke supermarktketen er neerstrijkt. „Maar de ondernemers en de inwoners van het dorp hebben dat wel. Als wethouder kan ik niet meer aankloppen bij een ondernemer en vragen om ons te helpen door flexibel te zijn en samen iets op te lossen, in ruil voor een nieuwe plek op een andere locatie. Die plek kan ik niet garanderen.”
Tegelijkertijd dragen gemeenten ook verantwoordelijkheid voor de inrichting van de openbare ruimte, zegt professor Bregman. „Zij bepalen wat er op welke plek gebeurt, en niemand anders. Daar zitten wel mogelijkheden om te sturen.”
Zwaard van Damocles
Advocaat Elmer van der Kamp van Trip Advocaten in Leeuwarden helpt overheidsinstanties om te gaan met de gevolgen van het Didam-arrest. „Op het moment dat er zo’n uitspraak wordt gedaan ontstaat er veel onduidelijkheid. Vooral gemeenten die middenin een verkoopproces zaten twijfelden: is deze transactie nu wel geldig? Het hing een tijd als het zwaard van Damocles boven lopende zaken.”
Het arrest van de Hoge Raad laat ruimte voor één grote uitzondering, zegt Van der Kamp. „Als een gemeente kan aantonen waarom er maar één partij is die in aanmerking komt voor een transactie, dan mag je toch een-op-een zaken doen. Je moet die beslissing wel publiceren, zodat andere partijen bezwaar kunnen maken en een kort geding kunnen aanspannen.”
Gele olifant, blauwe hamster
Ook kunnen gemeenten de uitkomst van een aanbesteding bijsturen door specifieke criteria te stellen bij de verkoop van een stuk grond. „Zolang die eisen maar redelijk zijn, kan je daarin duidelijk aangeven wat je verwachtingen zijn, en wat voor type partij in aanmerking komt.” Die criteria mogen niet zijn toegeschreven op een specifieke partij, benadrukt Van der Kamp. „Je mag dus niet zeggen dat er plek is voor een supermarkt met een gele gevel en een olifant als beeldmerk, of met blauwe winkelwagentjes en een hamster.”
Op deze manier hoopt wethouder Vellinga van Tynaarlo de supermarktkwestie in zijn gemeente ook tot een goed einde te brengen. „We zijn op dit moment bezig om de aanbesteding vorm te geven. Daarin vragen we projectontwikkelaars niet alleen om een supermarkt te vinden voor de nieuwbouw op het PBH-terrein, maar ook om te zorgen dat er niet te veel supermarktmeters komen in Zuidlaren. Om die balans te houden moeten de huidige supermarktpanden een andere bestemming krijgen. We hopen dat er dus goeie afspraken ontstaan tussen supermarkt en ontwikkelaar.”
Krijgen wat je wil
Toch blijft het proces spannend, zegt Vellinga. „We hoeven niet te verdienen aan deze verkoop, maar we financieren de rest van de ontwikkelingen wel met deze grond. Het is zoeken naar een balans tussen het financiële deel, en wat onze inwoners graag willen zien in het dorp.” De kunst zit volgens hem in het zorgvuldig uitschrijven van de aanbesteding. „Dan boeit het eigenlijk niet zoveel welke ontwikkelaar aan de slag gaat, want jij krijgt wat je wil.”
Professor Bregman blijft de ontwikkelingen rond de uitspraak op de voet volgen. „Sinds 2021 heb ik daar bijna een dagtaak aan, ik ben net bezig met een presentatie over alle juridische gevolgen die het Didam-arrest heeft gehad. De Hoge Raad is om toelichting gevraagd op een aantal punten, dat kunnen we binnenkort verwachten. Ik zal je niet vervelen met allerlei juridisch geneuzel, maar dit blijft een hele bijzondere.”