Teler Gert Veninga verwacht dat het plan van JA21 geen standhoudt bij de rechter. Foto: Marcel Jurian de Jong
Het idee van politieke partij JA21 om een zone van 100 meter in te stellen tussen leliebollenvelden en woonwijken én waterwingebieden in Drenthe, krijgt voorlopig weinig bijval. „Het is een mooie poging om een brug te slaan, maar het is geen goede brug”, vindt leliebollenteler Gert Veninga uit Hijken.
Gert Veninga vreest dat het voorstel van JA21, mocht dat brede steun krijgen in Provinciale Staten, geen stand gaat houden bij de rechter. „Het is heel simpel, in de leliebollenteelt worden dezelfde gewasbeschermingsmiddelen gebruikt als bij voedselgewassen. Als je zegt dat er een zone van 100 meter moet worden ingesteld rondom leliebollenvelden, dan is er sprake van rechtsongelijkheid. Want waarom geldt dat dan niet voor een akker met mais of uien?"
Veninga verwacht niet dat leliebollentelers rechtszaken gaan aanspannen. „Maar juist omwonenden van percelen met andere gewassen. Zij zeggen dan: bij onze buren zit 100 meter tussen een lelieveld en de woning, waarom bij ons niet? Het zijn dezelfde middelen die worden gebruikt.”
‘Pesticiden terug naar nul’
Joke Kolthoff uit Lhee maakt deel uit van het secretariaat van burgerinitiatief Meten=Weten. Ze vindt het voorstel van JA21 op zichzelf sympathiek. „Maar het is geen oplossing. Een zone alleen om de leliebollenvelden voorkomt niet dat schadelijke stoffen toch uitwaaien over de omgeving. Wij roepen al tijden dat de provincie Drenthe met een stappenplan moet komen om de pesticiden terug te brengen naar nul.”