Lisette de Vries (63) is dankbaar dat ze in het hospice in Emmen extra tijd heeft gekregen. Foto: Boudewijn Benting
Dat Lisette de Vries (63) er nog is, komt omdat ze tegen haar karakter in op haar strepen is gaan staan. Vanuit het hospice heeft ze een advies voor artsen en voor iedereen die ooit voor hetzelfde komt te staan.
‘Ik leef nog’ staat in grote letters op een spandoek in de kamer van Lisette de Vries uit Emmen. De wanden zijn behangen met honderden kaartjes van vrienden en familie. Beterschap is niet meer van toepassing. De Vries ligt in het hospice, waar mensen verzorgd worden die nog weken of hooguit enkele maanden te leven hebben. Het Huis van Heden heet het hier en het ligt op een prachtige plek in de Emmerdennen, het bos aan de rand van De Vries’ woonplaats.
En leven doet De Vries nog. Afgelopen weekend ging ze voor het laatst op de koffie bij haar twee dochters en haar zoon, die alle drie in de buurt wonen. Met de wensambulance, van A tot Z geregeld door de vrijwilligers van het hospice. ,,Ik wilde eerst ook nog in mijn eigen woning kijken”, zegt De Vries. ,,Maar dat heb ik niet gedaan. Dit hier is mijn laatste huis”, doelend op haar ruime kamer met uitzicht op de vallende bladeren. ,,Beter had ik me niet kunnen wensen.”
Veel te snel
Dat ze er nog steeds is, komt omdat ze voor zichzelf is opgekomen. ,,Dat zit helemaal niet zo in mij”, zegt De Vries. ,,Maar ik moest wel, want het ging me allemaal veel te snel. Mijn hoofd kon niet bijhouden wat er in mijn lichaam gebeurde.”
In juli kreeg De Vries last van extreme hoofdpijnaanvallen. Toen haar spraak begon te haperen en ze wankel ging lopen, terwijl ze een fanatiek wandelaar was, verwees haar huisarts de Emmense resoluut door naar het ziekenhuis. Een scan bracht een tumor bij de hersenen aan het licht. ,,Goedaardig, werd me verteld”, zegt De Vries. ,,Ik dacht: even een operatie in Groningen en dan is Lisetje er weer.”
Zo ging het niet. Omdat ze niet goed kon slikken, kreeg ze een maagsonde. Een scan van het bovenlichaam moest duidelijk maken of die goed was aangebracht. De foto’s brachten half augustus iets heel anders aan het licht. Het was longkanker, met uitzaaiingen, waarvan die in haar hoofd er één bleek te zijn. Haar botten waren al zo broos, dat een rib was gebroken. Geknakt was ook De Vries’ geloof in een goede afloop.
Vervlogen hoop
Bestralingen, chemotherapie en immuuntherapie waren voor haar niet mogelijk. Een vorm van gentherapie, om de kanker af te remmen, heel misschien nog wel. Haar kinderen wilden haar al aanmelden voor het hospice. Maar omdat er nog een kleine kans op een behandeling was, raadde het ziekenhuis dat af. Maar toen bleek dat ook gentherapie niet zou aanslaan, vervloog het laatste sprankje hoop.
,,Het was alleen maar slecht nieuws. Het slechtste nieuws denkbaar”, zegt De Vries. ,,Ik kreeg te horen dat ik ontkoppeld naar het hospice moest. Mijn sondevoeding zou stoppen, omdat het de tumoren alleen maar zou voeden en er wat behandelingen betreft voor mij niks meer mogelijk was. Het zou betekenen dat ik binnen twee weken zou overlijden.”
Het begon haar te duizelen. Dit ging veel te snel. ,,Zo wilde ik het niet. Vooral voor mijn kinderen. Ze hebben hun vader al vroeg verloren en nu moesten ze ook nog halsoverkop afscheid nemen van hun moeder. En ik van hen. Ik kon dat niet aan.” Ze kijkt naar haar dochter Kim en moet dan even pauzeren. Het voelde onrechtvaardig, zegt De Vries. ,,Het zit niet in mij om op mijn strepen te gaan staan en artsen tegen te spreken, maar dit kon ik niet accepteren. Ik wilde het einde van mijn leven zelf bepalen, om er goed afscheid van te nemen.”
Tijd gekregen
Sinds twee maanden ligt De Vries in het hospice. Via haar huisarts kon ze toch sondevoeding houden, waardoor ze er nog steeds is, ondanks de groeiende pijn. ,,Het houdt straks op, ik weet het. Maar ik heb wel de tijd gekregen die ik nodig had, waarin ik alles enigszins heb kunnen verwerken en nog tijd met mijn dierbaren kon doorbrengen. En dat op deze plek, met geweldige vrijwilligers met wie ik ook een band heb opgebouwd. Daar ben ik heel erg dankbaar voor.”
Natuurlijk weet De Vries dat er afspraken zijn over welke zorg waar wordt verleend. Wie uitbehandeld is, kan niet meer in het ziekenhuis terecht. ,,Maar de overdracht kan beter, is mijn ervaring. Ook als de ziekenhuiszorg ophoudt, kunnen artsen en verpleegkundigen wel meedenken over het vervolg en goed luisteren naar de patiënt. Met als uitgangspunt de vraag wat de patiënt wil en belangrijk vindt.”
De Vries hoopt dat anderen die ooit een slechtnieuwsgesprek krijgen, ook voor zichzelf op durven komen. Ook al zit het niet in hun aard. ,,Als ik straks overlijd, dan heb ik er vrede mee. Dat gun ik anderen die voor hetzelfde komen te staan ook.”