Coba Wesseling-Sterken (67) werkte ruim 51 jaar lang in de supermarkt in Nieuw-Amsterdam. Dinsdag beleefde de enthousiaste caissière haar allerlaatste werkdag. Foto: Jan Anninga
Woon je in Nieuw-Amsterdam/Veenoord, dan kan het bijna niet anders of je hebt met Coba Wesseling te maken gehad. Niemand werkte zo lang in de plaatselijke supermarkt als zij. Deze week zwaaide ze af, na ruim 51 jaar trouwe dienst.
Als jong meisje wist Coba Wesseling het zeker. Kapster, dat wilde ze later worden. Thuis was ze vaak in de weer met het haar van haar oudere zussen en dat vond ze geweldig. Van de plannen om in een kapsalon haar geld te verdienen kwam niets terecht. „In de buurt was geen opleiding voor kapster, dus zou ik van huis moeten. Nou, daar voelde ik niets voor’’, blikt de inmiddels 67-jarige Nieuw-Amsterdamse terug. In plaats daarvan belandde ze in de supermarkt in haar woonplaats. „Aanvankelijk als vakantiewerkster, maar het werk beviel me daar zo goed, dat ik nooit meer ben vertrokken.’’
Even voor de beeldvorming. Coba Wesseling ging in 1972 aan de slag bij de supermarkt in Nieuw-Amsterdam. Dat was het jaar waarin schaatser Ard Schenk drie gouden medailles won op de Olympische Spelen in Sapporo, de Amerikaanse president Nixon de Chinese leider Mao Zedong bezocht en het komische duo Peppi en Kokki voor het eerst op de Nederlandse televisie verscheen. In de wereld veranderde sindsdien van alles en in de wereld van de supermarkten was dat niet anders. Jan de Boer, de supermarkt waar Wesseling begon, bestaat al jaren niet meer. En dat geldt ook voor de twee bedrijven waarvan de naam daarna op de gevel kwam: Super de Boer en C1000.
Papieren zak en viltstift
Sinds 2015 is Albert Heijn in het pand aan de Vaart ZZ gevestigd en gezien de marktpositie van dit bedrijf, zal dat voorlopig niet veranderen. Alhoewel, wat is er zeker in het leven? Toen Wesseling als jong meisje begon, had ze ook nooit kunnen vermoeden dat er apparaten kwamen waarmee klanten alles zelf konden afhandelen. „Nee, ik was niet bang dat ik mijn baan zou verliezen toen die zelfscankassa’s kwamen. Er bleef genoeg ander werk over. Wat ik wel hoop, is dat die nieuwe kassa’s niet alle gewone kassa’s gaan verdringen. Even persoonlijk contact bij het afrekenen, daar hechten best veel mensen waarde aan. Als dat niet meer kan, dan wordt het allemaal wel heel onpersoonlijk. En trouwens, zeker ouderen hebben moeite met die zelfscankassa’s.’’
Een nog jonge Coba Wesseling als medewerkers op de afdeling groente en fruit. Foto: Collectie Coba Wesseling
In 1972 begon Wesseling als vakkenvuller en al heel snel maakte ze de overstap naar verse groente en fruit. „Dat leek me leuk, vanwege het persoonlijke contact met klanten. Alles werd zo mooi mogelijk uitgestald en klanten vertelden ons wat ze wilden hebben en hoeveel. Dan woog je alles keurig af, deed de groente of fruit in een papieren zak en zette vervolgens met een viltstift de prijs op die zak. Een rekenmachine hadden we niet, we moesten alles zelf uitrekenen. Dat gold ook voor de lege flessen, die mensen vlakbij de groente- en fruitafdeling inleverden. Mijn eerste loon kreeg ik betaald uit de kluis, dat vergeet ik nooit weer. Apetrots was ik, ik had mijn eigen geld verdiend.’’
Klompen en oude Mercedes
Jan de Boer, de grote baas, kwam geregeld langs. „Op klompen en in een oude Mercedes. Een heel aardige man, zonder enige vorm van verbeelding. Hij kwam altijd ook even in de kantine en maakte dan met ons een praatje. Niet over moeilijke toestanden, maar gewoon over alledaagse dingen.’’ Zo’n 25 jaar werkte Wesseling op de afdeling groente en fruit, tot ze daar niet meer nodig was. „Alles was zelfbediening geworden.’’ Zo’n tien jaar ontfermde ze zich over de afdeling non-food, met onder meer zeep en cosmetica. Daarna volgde de overstap naar de kassa’s. Daar maakte ze flinke veranderingen mee. Het intikken van de prijzen veranderde in het scannen van artikelen, de al genoemde zelfscankassa’s verschenen en het betalen met behulp van de mobiele telefoon werd mogelijk.
Het zal even wennen zijn voor de klanten van Albert Heijn in Nieuw-Amsterdam. Vanaf morgen geen Coba Wesseling meer achter de kassa. Foto: Jan Anninga
Ook kwamen steeds meer camera’s in de winkel, op allerlei plekken. „Vroeger had je die niet. Een plek waar dieven relatief makkelijk hun slag konden slaan, was een grote koelcel waar zuivel te vinden was. Geregeld keken we daar door een kier van de deur om te kijken of alles daar nog volgens de regels gebeurde. In de loop der jaren zijn er in de winkel meerdere winkeldieven betrapt. Met behulp van camera’s, maar ook gewoon door als personeel goed op te letten op gedrag. Veel winkeldieven gedragen zich verdacht, ogen vaak ook wat zenuwachtig. Maar gelukkig komen verreweg de meeste mensen naar de supermarkt om gewoon op een normale manier hun boodschappen te doen. Het is het persoonlijke contact met veel van die klanten dat ik straks wel zal gaan missen.’’
Goed geweest
De Nieuw-Amsterdamse zegt in al die 51 jaar nooit de drang te hebben gevoeld om iets anders te gaan doen. ,,Nee, ook niet om alsnog kapster te worden. Het is goed geweest. Als ik het over mocht doen, dan deed ik het precies zo weer.’’