Achille Muller toont zijn geweer in zijn thuiskantoor in het Franse Pau. Foto: DVHN
De 100-jarige veteraan Achille Muller is de enige nog levende Franse parachutist die Noord-Nederland bevrijdde. Dagblad van het Noorden zocht hem in juni 2023 op, in zijn woonplaats Pau in de Franse Pyreneeën. Dit is zijn verhaal.
Het is helemaal niet de heldere nacht waarop werd gehoopt. De zeven mannen in het vliegtuig, dat kort daarvoor is opgestegen vanaf vliegveld Rivenhall in de Engelse county Sussex, turen naar beneden. Ze zien niks, behalve dichte grijze mist. Hun landingsdoel zullen ze waarschijnlijk niet zo precies kunnen benaderen als het plan was. ‘Omdraaien en uitstellen, of springen?’, legt de commandant de groep voor. Het antwoord is eensgezind: springen.
Boem of plons
Het rode lampje in het vliegtuig verandert naar groen. Go! Achille Muller is 20 als hij, als tweede van zijn eenheid, uit het vliegtuig springt. Met grote snelheid ziet hij onder zich een grijs vlak opdoemen.
Oproep: wat maakte u mee tijdens de oorlog?
Tot aan Bevrijdingsdag publiceert Dagblad van het Noorden elke week een interview met een ooggetuige van de Tweede Wereldoorlog. Het zijn verhalen van gewone mensen die in uitzonderlijke situaties terechtkwamen, of juist heel weinig van al het oorlogsgeweld meekregen en vertellen hoe het dagelijks leven eruitzag.
Weet u nog veel over die periode en wilt u uw verhaal vertellen? Dan komen wij graag met u in contact! U kunt een mail sturen naar annique.oosting@dvhn.nl.
Hij weet hoe belangrijk het is om niet in het water te landen, maar ontwijken lukt niet meer. Hij vreest voor zijn vijftig kilo zware bepakking met eten voor twee dagen, munitie en zijn gloednieuwe Bren-mitrailleur. ‘Boem!’, klinkt het, in plaats van de plons die hij verwachtte. Tot zijn grote verbazing -en opluchting- blijkt Muller te zijn geland in een veld vol madeliefjes.
De Tweede Wereldoorlog heeft het verloop van Mullers leven voor een groot deel bepaald. In zijn kantoor bewaart hij oorkondes, foto's en andere memorabilia, zoals dit vest.
Wat is operatie Amherst?
Het 3e en 4e French Special Air Service Regiment wordt onder de codenaam ‘Amherst’ ingezet bij de bevrijding van Noord-Nederland. Het belangrijkste doel van de Franse parachutisten is de opmars van het Canadese bevrijdingsleger ondersteunen.
Verwarring zaaien
Om dat doel te bereiken moeten ze zoveel mogelijk verwarring zaaien door bijvoorbeeld Duitse commandoposten aan te vallen, communicatiemiddelen uit te schakelen en hinderlagen te leggen. Ook moeten ze een aantal belangrijke bruggen onbeschadigd in handen zien te krijgen.
De verwachting is dat de para’s dit na hun landing in de nacht van 7 op 8 april drie dagen moeten volhouden, omdat dan de Canadezen zullen arriveren.
Vijand misleiden
Brigadier Jim Calvert is bevelvoerder van de operatie. Hij wil de Duitsers op het verkeerde been zetten door hen te laten geloven dat Amherst een nog grotere operatie is dan in werkelijkheid.
Om die reden worden de 702 parachutisten boven een breed gebied gedropt. Ook krijgen de para’s de opdracht hun parachutes niet te begraven en wordt een aantal dummy-parachutes afgeworpen. De BBC, Radio Oranje en de pers moeten op de dag van de dropping bekendmaken dat er in Noord-Nederland op grote schaal droppings hebben plaatsgevonden.
Slachtoffers van de operatie
33 Franse para’s overleven Amherst niet. Zeven van hen worden door de Duitsers gefusilleerd. Ook 33 Nederlandse burgers vinden de dood. Zij worden op verdenking van hulp aan de parachutisten doodgeschoten. In Spier en Diever vinden grote executies plaats. Kort voor de bevrijding worden op de Wijsterseweg in Spier 21 mensen door de Duitsers doodgeschoten. In Diever tien. In Schoonoord vallen twee slachtoffers.
Op Drentse bodem
Alle soldaten van de eenheid van Muller, de stick onder aanvoering van commandant Forgeat, landen heelhuids op Drentse bodem. Het is 8 april 1945, net na middernacht. Operatie Amherst (zie kader) is begonnen.
Mullers stick bestaat uit vijftien mannen, verdeeld over twee Stirling-vliegtuigen. Pas vier dagen eerder zijn ze op de hoogte gebracht van hun nieuwe missie: meehelpen met de bevrijding van Noord-Nederland.
Ze hebben de kaarten van hun landingsdoel, de bosrijke omgeving van Schoonoord, uitgebreid bestudeerd. In totaal droppen 47 vliegtuigen die nacht 702 Franse parachutisten en 219 bevoorradingscontainers boven Drenthe en Zuidoost-Friesland.
De weg vinden
Dankzij de fluorescerende stickers die de parachutisten, para’s, op de achterkant van hun helm hebben geplakt, hervindt Muller zijn bevelvoerder Forgeat al snel. Net als drie andere kameraden. Maar van de rest ontbreekt elk spoor.
Aan de hand van de foto’s en kaarten die ze in Engeland hebben gekregen probeert het vijftal zich te oriënteren. Muller gaat, zoals eerder afgesproken, voorop. Hij vindt het bos dat op de kaart staat en een weg. Even lijkt het erop dat ze op de bedoelde plek, bij Schoonoord, zijn geland. Maar dan: een huis. Dat staat niet op de kaart.
Op zoek naar hulp
Terwijl drie para’s de omgeving in de gaten houden, lopen Muller en de commandant op het huis af. De deur blijkt niet op slot. Binnen kijken een man, zijn vrouw en twee tienerdochters de twee verbijsterd aan. Muller lacht en probeert ze in het Engels uit te leggen wie ze zijn. Ze snappen er niks van. Hij stapt over op het Duits. Dat lukt wel.
Mullers les uit de oorlog
„Na de bevrijding van Nederland, terug in Ipswich, zat ik in een barak met andere Lotharingers en Elzassers. Daar spraken we over het voorkomen van een nieuwe oorlog. Ik geloof nog altijd in het idee dat we daar bespraken. Namelijk dat we Europa moeten omvormen op een manier gelijk aan de Verenigde Staten. Op die manier worden we krachtiger dan Amerika. Ik heb het zelfs aan president Macron geschreven. Hij schreef terug: bedankt voor je idee over Europa. Maar hij heeft niet gezegd of hij er iets mee zou doen.”
Muller voelt in zijn binnenzak en haalt het papier tevoorschijn dat ze allemaal voor vertrek hebben gekregen. Het is een brief van koningin Wilhelmina, in het Nederlands. Daarin legt ze uit wat deze Franse mannen komen doen en ze roept haar onderdanen op de para’s vooral te helpen.
Met luide stem leest de man de tekst voor aan zijn vrouw en dochters, waarna ze het tweetal vol enthousiasme beginnen te helpen. Op de keukentafel spreiden de Fransen hun kaarten uit. De meiden leggen uit waar ze zijn, waar de Duitsers zich bevinden, waar telefoonlijnen lopen en zelfs bij welke huizen ze op hun hoede moeten zijn. Ze blijken een paar kilometer van hun oorspronkelijke doel te zijn geland, in de bossen ten zuidwesten van Schoonloo.
Achille Muller op 98-jarige leeftijd, thuis in Pau. Boven hem hangt de oorkonde van zijn 'Ordre national de la Légion d'honneur', de hoogste en belangrijkste Franse militaire onderscheiding. Foto: DVHN
Bijna gaat het mis
Het vijftal besluit in de omgeving te blijven. De zware bepakking verstoppen ze in het bos en ze beginnen aan hun opdracht. De telefoon-, en elektriciteitslijnen die ze tegenkomen worden doorgeknipt en bij het krieken van de dag gaan ze naar het postkantoor in het dorp. De beambtes schrikken in eerste instantie behoorlijk, maar zodra ze begrijpen wat er aan de hand is helpen ze volop mee.
Als de para’s na twee dagen teruggaan om de verstopte reservevoorraad eten en munitie op te halen, dreigt het mis te gaan. De voorraad is gestolen en de para’s zijn verlinkt. Er wordt op ze geschoten. Ze weten de kogels te ontwijken, maar op deze plek blijven is geen goed idee. Muller stelt voor de groep te dekken en blijft achter. Ze spreken een plek af om elkaar na de aanval te treffen.
Wie bang is schiet te laat
Muller verstopt zich achter een boom en schiet erop los, afwisselend met zijn karabijn en machinegeweer. Zo moet de vijand het idee krijgen dat er meerdere mannen in het bos verstopt zitten. Tot op de dag van vandaag ziet de Fransman hoe de blaadjes van de boom vallen als ze door een kogel zijn geraakt. Toch is hij niet bang. „Als je bang bent, ben je verloren. De man die bang is, schiet te laat.”
De tactiek lijkt te werken, het schieten stopt plotseling. Muller wacht een tijdje en begeeft zich dan, op zijn hoede, naar de afgesproken plek. Zijn kameraden zijn nergens te bekennen. Hij wacht nog een uur en besluit dan om zijn tijd te besteden aan het verkennen van ‘hun’ bos.
Helemaal alleen
Hij zoekt goede verstop- en overnachtingsplekken. Hoewel helemaal alleen is hij totaal op zijn gemak. De wandelingen met zijn vader, scoutingkampen en het schatzoeken uit zijn jeugd maken dat Muller zich prettig voelt in het bos.
De groep waarmee hij op Drentse bodem landde vindt Muller niet meer terug. Een dag later treft hij in het bos de gevluchte para’s van de zwaar geteisterde stick ‘Simon’. Drie van hun mannen zijn omgekomen in gevecht met de Duitsers bij Westdorp. Vier parachutisten raken gewond en worden gevangengenomen.
De overgebleven mannen zijn volledig uitgeput. Muller patrouilleert die nacht zodat ze kunnen bijslapen. Drie keer verlaat hij kort zijn plek. Bij de derde keer zijn de mannen verdwenen. Aan een boom is een briefje gespijkerd. Merci, staat erop. Verder niks. Vier dagen lang zwerft Muller vervolgens alleen door de Drentse bossen.
Hinderlaag
Pas na een kleine week vindt hij een andere groep parachutisten. Daar sluit hij zich bij aan. Ze bevinden zich inmiddels in de omgeving van Coevorden. Rondom de bevrijde stad wemelt het van de NSB’ers en Duitsers die naar de grens vluchten.
De para’s willen het de Duitse soldaten nog één keer moeilijk maken en ze zetten een hinderlaag op. Ze controleren de papieren van iedereen die passeert. Nederlanders mogen door, Duitsers sturen ze terug. Het is de bedoeling dat zij het leger informeren over de verblijfplek van de Franse para’s.
Muller laat een van zijn collega’s vanuit een boom patrouilleren. Al snel ziet Mullers collega mannen met helmen aankomen. Het plan lijkt geslaagd. De groep maakt zich op voor een gevecht, maar Muller twijfelt.
Muzikanten
Vanuit Forbach kent hij alle Duitse legeronderdelen en de bijbehorende uniformen uit zijn hoofd. En de grijze helmen die zijn kameraad ziet horen niet bij soldaten. Ze hebben muzikanten op hen afgestuurd!
Muller beveelt zijn kameraden, die zich links en rechts van de weg verstoppen, niet te schieten. Maar de muzikanten hebben zware wapens. Een van hen krijgt Muller in het oog. De Duitser heft zijn zware machinegeweer en schiet. Een keer, twee keer..
Muller buigt zijn hoofd en blijft dekking zoeken. Na het derde schot is de munitie op. Muller haalt opgelucht adem, maar ziet de muzikant terugkeren met nieuwe munitie. Hij stelt zich verdekt op en voordat de Duitser kan schieten, schiet hij. „Ik heb hem doodgeschoten. Helaas. Arme kerel, hij is voor niks gestorven. Als ze gewoon muziek hadden gemaakt, hadden ze nog geleefd.”
Een afbeelding uit Mullers fotoboek. Muller ontmoet de Koning en Koningin bij de herdenking van 75 jaar bevrijding in Terneuzen, 2019. Máxima boog zelfs voor de veteraan. Foto: DVHN
Terug naar het bos
De Fransen maken zich uit de voeten. Opnieuw verstoppen ze zich in het bos. Het is inmiddels 15 april en de meeste Drentse plaatsen zijn bevrijd. Dankzij een overvliegende spitfire, die de mannen ziet en seint dat ze noordwaarts moeten lopen, volgt voor Muller en zijn vrienden dan ook eindelijk de verlossing na een loodzware week.
De Canadese bevrijders begroeten de Franse para’s hartelijk. Muller legt ze voor wat hij wil: terug naar de Nederlandse familie die hem in het begin zo goed op weg heeft geholpen. „Ik zie die twee jonge meiden nog voor me. Ze schreeuwden: Vive la France, Vive la France! Hun vader huilde. De Canadezen waren onder de indruk, het raakte hen ook.”
Deze ongelofelijke reis maakt Muller om in april 1945 in Drenthe terecht te komen
Achille Muller is op 1 januari 1925 geboren in Forbach. Dat is nu een plaats in Frankrijk, maar tot de Tweede Wereldoorlog was het afwisselend in Duitse en Franse handen. Na de Eerste Wereldoorlog moet Duitsland het gebied afstaan aan Frankrijk. Als Hitler aan de macht komt, lijft hij het gebied weer in. Alle volwassen mannen moeten vechten voor de Wehrmacht.
Achille, dan 17, is het enige kind van een vader die in de Eerste Wereldoorlog aan Duitse zijde vocht. Toch is vechten voor de nazi’s voor de Mullers uitgesloten. „Onze voorouders zijn Frans en de politiek van Hitler vonden mijn ouders vreselijk”, vertelt de veteraan in vloeiend Duits.
Frankrijk wordt bezet door de nazi’s. Nadat machthebber Philippe Pétain een vredesovereenkomst met Hitler tekent, wordt het land opgedeeld in tweeën. De nazi’s regeren in het ene deel, Pétain heeft de macht in ‘Vichy-Frankrijk’. Hij bestuurt naar voorbeeld van Mussolini en Franco.
Het verzet organiseert zich in Engeland onder leiding van generaal en de latere president Charles de Gaulle. Bij deze ‘Vrije Fransen’ sluit Muller zich aan. Hij is nog maar 17 jaar oud als hij in juli 1942 in zijn eentje van huis vertrekt. Tien maanden later komt hij na een gevaarlijke reis in Engeland aan.
Direct na Amherst gaan de Franse para’s naar Nijmegen, daar beleeft Muller de bevrijding van Nederland. De para’s keren terug naar hun basis in Engeland in de verwachting dat ze nog een keer worden ingezet, maar dat gebeurt niet. Hij keert kort terug naar zijn ouderlijk huis in Forbach, waar zijn ouders de oorlog ongeschonden zijn doorgekomen, en wordt in 1946 beroepsmilitair. Muller vecht onder meer in Indonesië en Vietnam en wordt meerdere keren onderscheiden. Op 98-jarige leeftijd doet hij nog altijd zijn verhaal op middelbare scholen in de omgeving van Pau. De veteraan vierde onlangs zijn 100e verjaardag.