Advocaat Liesbeth Zegveld, advocaat van de nabestaanden van de Molukse treinkapers: ,,Ik heb niets tegen Van Agt.’’ Remko de Waal
Geen uitgelaten reactie van Jan Beckers over nieuwe getuigenissen over de bevrijding van de gekaapte trein in De Punt 11 juni 1977.
Drie voormalige officieren willen getuigen dat mariniers die betrokken waren bij de acties van hogerhand opdracht hadden gekregen dat zij er voor moesten zorgen dat de kapers geen krijgsgevangenen zouden worden.
Beckers reageert eerder argwanend. ,,Het is wel heel toevallig dat Zegveld drie weken voor het vervolg van het proces voor de rechtbank in Den Haag weer met nieuwe getuigen naar buiten komt. Dat heeft zij al een keer eerder gedaan met een anonieme marinier.’’
Liesbeth Zegveld is de advocaat van nabestaanden van twee treinkapers, Beckers de man die samen met ex-kaper Junus Ririmasse zelf onderzoek deed naar de bevrijding van de trein.
Beckers en Ririmasse concludeerden in een in juni 2013 door het Dagblad van het Noorden gepubliceerd rapport dat de nog levende en gewonde Zuid-Molukse kaper waren geëxecuteerd.
Zeker drie en mogelijk vier kapers zouden door mariniers zijn doodgeschoten en niet door een spervuur van buiten de trein zoals door de overheid steeds werd beweerd.
Het onderzoek van Beckers en Ririmasse was aanleiding voor de staat om een nieuw onderzoek te starten. Volgens toenmalig minister Ivo Opstelen (Veiligheid en Justitie) wees dat uit dat er geen kapers opzettelijk waren doodgeschoten.
De nabestaanden van de omgekomen kapers en Ririmasse schakelden vervolgens Zegveld in om een zaak tegen de Nederlandse staat te beginnen. Overigens vertegenwoordigt Zegveld niet meer alle treinkapers en dus ook Ririmassa niet meer, maar alleen nog Max Papilaja en Hansina Uktolseja.
Beckers is daar nog steeds boos om, maar zegt van harte te hopen dat de getuigenissen leiden tot een doorbraak. Hij heeft er echter een hard hoofd in.
,,Het zijn geen officieren die bij de actie zelf waren betrokken. Wat is dan de waarde van deze getuigenis. De vraag is dan of ze het alleen hebben van horen zeggen en dan of ze het gezamenlijk hebben gehoord uit de mond van de commandant of ieder afzonderlijk.
Zegveld had ook van acht bronnen gehoord dat een kaper met de handen omhoog zou zijn geëxecuteerd. Daar heeft de rechter korte metten mee gemaakt. En voor wat betreft de executies in de trein, die zijn al aangetoond in ons rapport.’’
Noes Solisa uit Assen noemt het ,,een goede ontwikkeling dat mensen met hun verhaal naar buiten komen. Er komt licht aan het eind van de tunnel.’’ Solisa is nauw betrokken bij de Molukse gemeenschap en fungeerde als woordvoerder bij de treinkapingen in de jaren zeventig.
Over de betekenis en impact van de getuigenis van de drie voormalige officieren zegt hij weinig te kunnen zeggen. ,,Dat moeten we maar over laten aan Zegveld en de rechtbank.’’
Solisa vindt het van belang dat de uitspraken worden gedaan door betrokken officieren. ,,Dit werpt een heel ander licht op de zaak dan de overheid altijd naar buiten brengt. Mogelijk wordt Van Agt ook opgeroepen om te getuigen. Dat is interessant. Maar we moeten eerst nog maar even afwachten.’’