Boxer Bas is onvermoeibaar tijdens de wandeling met zijn baas Henk Brink. Foto: Marcel Jurian de Jong
Drenthe is een wandelprovincie bij uitstek, zegt gedeputeerde Henk Brink. Zelf loopt hij veel in de omgeving van zijn boerderij in het buitengebied van Zwiggelte, waar hij geboren en opgegroeid is. Verslaggever Annemiek Meijer ging met hem op pad in het Zwiggelterveld, waar hij vele voetstappen heeft liggen.
‘Hej der weer iene, jong?’ Hond Bas draaft voor de zoveelste keer met een dikke stok tussen Henk Brink en mij door. De 3-jarige boxer is niet moe te krijgen. Hij rent vooruit, dan weer terug om ons vervolgens weer voorbij te sprinten met regelmatig een nieuwe stok in de bek.
Het is half acht ’s ochtends als we vertrekken bij de boerderij. Brink (64), gedeputeerde met onder meer recreatie en toerisme in portefeuille, is dan al drie uur wakker. Hij heeft zijn zoon en bedrijfsleider Erwin vervangen met melken. Hun bedrijf telt 150 koeien, duizenden kippen en ze verbouwen onder meer aardappels en bieten.
80 tot 90 uur per week werken is voor Brink – inmiddels bijna twaalf jaar gedeputeerde – gebruikelijk. „Ik kan slecht stilzitten. Ik vind het zalig om ’s weekends thuis te zijn, maar ik ben wel bijna altijd bezig. Als ik zit, lees ik mails of stukken.”
Radiotelescoop
Na een paar honderd meter fietspad lopen we via een verkavelingspad het veld in. „In dit bosje kwam ik als kind vaak met kameraadjes”, wijst Brink een eindje verderop. „We maakten er paadjes waar we overheen raceten met de fiets en bouwden hutten. We gingen ook wel naar Kamp Schattenberg, daar in de verte achter het bos, waar destijds Molukkers woonden. En toen in de jaren 60 de grote radiotelescoop werd gebouwd, konden we achter ons huis de schotelantennes tellen. De bomen eromheen waren toen veel minder hoog.”
In het bos waar Brink graag wandelt, komt bijna nooit iemand. Foto: Marcel Jurian de Jong
We slaan een bospad in. „Onlangs hebben we dit gedeelte gekocht”, vertelt hij verder. „Ik ben hier in de herfstvakantie al geweest om wat vogelkers eruit te zagen. Maar er is meer onderhoud nodig. In de kerstvakantie wil ik hier daarom met Erwin aan de slag. In het bos bezig zijn, is voor mij echt ontspanning.”
Werken heeft hij van kinds af aan gedaan. „Mijn vader overleed toen ik bijna 5 jaar was. Tijdens het melken van de koeien in het weiland werd hij door de bliksem getroffen. Mijn moeder heeft het bedrijf voortgezet. Ze was een echte boerin en reed op de trekker. Een heel geëmancipeerde vrouw dus. Haar ouders, die bij ons in woonden, en een oom hielpen eerst mee en later mijn broer en ik ook.”
Op zijn 15de stopt hij met school om zich volledig op de boerderij te richten. „Eigenlijk kon ik geen boer worden. Mijn broer zou het bedrijf overnemen, het was niet zo groot. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Later heb ik wel allerlei cursussen gedaan, van lassen en Engels tot boekhouden, om mijn kennis bij te spijkeren.” 37 jaar lang hebben zijn broer en hij samen de boerderij. In 2011 splitsen ze het bedrijf om het toekomstbestendig te maken voor hun zonen.
Bas met weer een nieuwe 'buit', gadegeslagen door zijn baas. Foto: Marcel Jurian de Jong
„Het boer worden, dat zit je in de genen. Het is een way of life, denk ik. Als je dat gevoel niet hebt, kun je het werk - 7 dagen per week, 365 dagen per jaar - niet volhouden”, gaat hij verder. Boeren geen natuurliefhebbers? Dat is een groot misverstand, zegt hij stellig. „Het doet wel een beetje pijn als dat wordt gezegd. Je groeit op met de natuur. Ik ben ervan overtuigd dat elke boer een natuurliefhebber is.”
Dassenburcht
De ochtendzon schijnt tussen de bomen door. „Je ziet wel, het is hier prachtig. Kijk, hier zit een dassenburcht.” Brink wijst op enkele ingangen en een bult tussen de bomen. „Dat gele zand daar hebben ze allemaal omhoog gewerkt.”
Verderop in het bos stopt hij bij een waterplas, omringd door bomen. „Eigenlijk wil ik dit nog wat toegankelijker maken voor de dieren want zoals het nu is, groeit het dicht. De dassen drinken hier, vermoed ik. Net als reeën. Hier komt verder nooit iemand. Ik wil dit onderhouden er een beetje van genieten. Misschien zetten we hier een bankje neer.”
De ochtendzon maakt de natuur nog mooier. Foto: Marcel Jurian de Jong
Brink wandelt hier regelmatig met zijn vrouw Gea en Bas, die als we even stilstaan, fanatiek een stok afkluift. „Zelf fiets ik graag, maar Gea wandelt liever. Ze mag graag dieren fotograferen en als je loopt, zie je toch meer dan op de fiets. Zij kan rustig een half uur wachten tot een vogel ergens gaat zitten zodat ze er een foto van kan maken.” Lachend: „Daar heb ik het geduld niet voor.”
Het wandelknooppuntennetwerk door heel Drenthe, dat volgens hem voor ongeveer driekwart klaar is, vindt hij een verrijking. „We hebben Drenthe eerder vooral gepromoot als fietsprovincie, maar de provincie is net zo geschikt voor wandelen en paardrijden. Er is zoveel natuur, we hebben een prachtig landschap. Niet iedereen weet het, maar in Drenthe wordt meer gewandeld dan gefietst. We hebben een unieke wandelprovincie.”
Hoge berg
Na ruim een uur lopen komen we in een heidegebied. „Hier hebben we vroeger geschaatst. En kijk, dat is de hoge berg, een zandverstuiving waar ik vroeger vaak kwam met jongens uit de buurt. We noemden hem zo, omdat hij zo hoog was. Ja, je lacht, want zo hoog is hij inderdaad niet. Laten we het erop houden dat het zand deels is weggewaaid door de jaren heen. Hier lagen ’s zomers trouwens vaak adders.”
Brink kwam als kind vaak op de heide in het Zwiggelterveld. Foto: Marcel Jurian de Jong
„Het is hier zo mooi als ’s ochtends de zon opkomt. Er zijn veel mooie gebieden in Drenthe, hoor. Het Mantingezand vind ik mooi, het Balloërveld en het Reestdal bijvoorbeeld ook. Het is hier niet mooier dan op andere plekken, maar voor mij betekent dit meer, omdat ik hier groot geworden ben.”
Bas lebbert water uit een grote plas. Dat het pad zompig is en onze voeten niet helemaal droog blijven, deert niet. „Ik ga zo douchen en trek mijn pak aan. Om tien uur moet ik op het provinciehuis zijn.”
Wandelen met zijn baasje is voor boxer Bas één groot feest. Foto: Marcel Jurian de Jong