Bertus van den Hof bij een klompenmachine. Foto: Corné Sparidaens
Het Internationaal Klompenmuseum in Eelde moet een publiekstrekker van formaat worden in het centrum van het dorp, waar horeca, winkels en andere instellingen van kunnen meeprofiteren. Dat schrijft het stichtingsbestuur in uitgebreide verhuisplannen aan de politiek in Tynaarlo.
Het stichtingsbestuur wil verhuizen naar het centrum van Eelde en heeft aangeklopt bij alle politieke partijen in de gemeente, in de hoop dat ze dit plan in hun verkiezingsprogramma’s opnemen. Vlakbij museum De Buitenplaats, aan de Hoofdweg tussen de Rode Kater en café Boelens, ligt een stuk grond (locatie Klinkhamer) waar het museum graag naartoe zou.
Het museum, in 1990 geopend, bevindt zich aan de rand van het dorp in een woonwijk, een eind van het centrum af. Maar het heeft zich volgens het bestuur inmiddels bewezen als serieuze speler binnen het culturele aanbod van Eelde, de gemeente Tynaarlo en de provincie Drenthe.
‘Huidige locatie niet meer van deze tijd’
,,Er zijn meerdere plekken in Eelde die ontwikkeld moeten worden en deze plek is er één van’’, zegt Bertus van den Hof namens de stichting. ,,Op die plek een nieuw Klompenmuseum bouwen is goed voor De Buitenplaats, goed voor ons, goed voor de winkels en de horeca.’’
Het huidige gebouw is ‘af’, meent de stichting. Het voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd en is bovendien te klein voor het museum met een groeiende collectie. De relatieve vochtigheid gaat dusdanig op en neer dat er schimmel op klompen en machines ontstaat, schrijft het bestuur in de verhuisnotitie. Dat is evenmin goed voor de gezondheid van bezoekers en vrijwilligers.
Omdat er niet genoeg plek is in het huidige museum voor de volledige collectie, moet depotruimte worden gehuurd. ‘Wat de exploitatie niet ten goede komt’. Voor het eerst in de bestaansgeschiedenis noteerde het bestuur vorig jaar, door de coronapandemie en -maatregelen, een financieel tekort.
Samenwerking met museum De Buitenplaats
Het bestuur zou graag zien dat de gemeente samen met de stichting en de provincie Drenthe actief op zoek gaat naar Europese fondsen om een verhuizing mogelijk te maken. Met Museum De Buitenplaats - museum voor figuratieve kunst van na 1945 - dat financieel wordt ondersteund door de provincie en de gemeente, zou een gezamenlijk depot kunnen worden gezocht met ruimte voor beide collecties.
,,De provincie wil wel meewerken’’, zegt Van den Hof. ,,Maar voorwaarde is natuurlijk dat de gemeente het fundament legt en de locatie aankoopt en beschikbaar stelt. Op die manier kun je prima ‘subsidiegeld stapelen’, zoals dat heet. Zoals de open plekken in het dorp er nu bij liggen, is eigenlijk een schande voor Eelde. Wij willen daar heel graag wat aan veranderen.’’
De beoogde locatie is in handen van een investeerder.
Geschiedenis van het klompenmuseum
Het Internationaal Klompenmuseum is voortgekomen uit de collectie van de broers Eiso en Egbert Wietzes, de laatste klompenmakers van Eelde. Zij begonnen in 1965 met het verzamelen van klompen. In 1988 hadden zij een collectie van ruim 400 paar klompen uit vele landen. Door de stichting Ol Eel, die historische informatie over Eelde-Paterswolde-Eelderwolde verzamelt werd een aparte stichting opgericht. In 1990 werd hun Klompenmuseum geopend. De klompenverzameling werd eerst aangevuld met een collectie klompen en handgereedschappen uit Enschede, daarna met een collectie uit Frankrijk, ter waarde van meer dan 100.000 euro.
De stichting heeft ‘de meest uitgebreide collectie ter wereld’: 2.800 paar klompen, schoeisel met houten zool en houten zolen uit 43 landen (van over de hele wereld) en handgereedschap uit 6 Europese landen voor het maken van klompen. In 2011 heeft de stichting de naam Internationaal Klompenmuseum op het gebouw geplaatst, omdat het beter past bij de grote internationale collecties.