Nona Metiarij en Djodjie Rinsampessy op de trappen van theater De Nieuwe Kolk in Assen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Assen krijgt een Moluks monument als eerbetoon aan de eerste generatie Molukse Assenaren. Dat werd hoog tijd, vinden de initiatiefnemers. „Wij wonen hier al zo lang en toch kennen veel Nederlanders onze geschiedenis niet.”
„Hier moeten de drie beelden komen, in een diagonale lijn achter elkaar, van boven naar beneden.” Nona Metiarij (33) staat op de trap voor theater De Nieuwe Kolk in Assen. „Of in het midden van de trap, waar ze in een driehoek bij elkaar kunnen staan. Er moet ruimte zitten tussen de beelden, zodat mensen om ze heen kunnen lopen.”
De keuze voor een van de prominentste plekken van Assen is een bewuste, zegt initiatiefnemer Djodjie Rinsampessy (63). „In Nederland staan veel van dit soort monumenten, maar allemaal in of voor een Molukse wijk. Wij willen de Nederlanders deelgenoot maken van ons verhaal.”
Eerbetoon
Vorige week donderdag besloot de gemeenteraad van Assen dat de stad een Moluks monument krijgt, dat naar verwachting volgend voorjaar wordt onthuld. Of de beelden daadwerkelijk op de trappen van De Nieuwe Kolk komen te staan, is overigens nog afwachten. Hoewel de gemeente enthousiast is, is de kogel nog niet door de kerk. Eind oktober volgt een gesprek met de Vereniging van Eigenaren van de appartementen boven De Nieuwe Kolk.
Het monument moet een eerbetoon worden aan de eerste generatie Molukse Assenaren, die in 1951 in de haven van Rotterdam aankwamen. Een deel van hen werd ondergebracht in Kamp Schattenberg, het voormalige Kamp Westerbork. In 1964 kwam een grote groep Molukkers terecht in de speciaal aangewezen ‘Molukse wijken’ in Assen, naar verluidt de grootste Molukse wijken van Nederland.
Een actuele schets van de silhouetten die het Moluks monument vormen. Foto: Baru21/Nona Metiarij
Het kunstwerk bestaat uit drie silhouetten van staal: een man van de Alifuru (een bevolking waar veel Molukkers zich mee identificeren), een vrouw (‘ibu’ in het Maleis) in traditionele kledij en een kind (‘anak’). De beelden staan symbool voor het verleden, het heden en de toekomst. In de silhouetten worden uitsneden gemaakt van onder meer traditionele voorwerpen en eilanden. Voorbijgangers kunnen met hun telefoon een QR-code scannen voor meer informatie over de Molukkers in Nederland. Bovendien wordt het kunstwerk interactief gemaakt met behulp van augmented reality.
‘Nog niets dat ons bij elkaar brengt’
Het idee voor het monument komt uit de koker van de Molukse initiatiefgroep Baru21. Naast dichter en publicist Djodjie Rinsampessy zijn ook John Polnaija en Joop Metiarij betrokken, alle drie tweedegeneratie Molukkers uit Assen. Ontwerper en docent beeldende kunst Nona is van de derde generatie, groeide op in Assen en woont tegenwoordig in Groningen.
Bijna drie jaar heeft de groep nauw met de gemeente aan de plannen gewerkt. „Een oudere Molukse dame bracht me op het idee”, zegt Rinsampessy. „Zij vroeg zich af waarom Assen nog niet zo’n monument had en andere steden wel. Dat zette me aan het denken. Er is hier niets dat Assenaren en Molukkers bij elkaar brengt.”
Toekomst
Volgens Rinsampessy heeft generatie van zijn ouders het moeilijk gehad na hun aankomst in Nederland. „Ik zag de pijn en de vechtlust. Ze kwamen terecht in het kamp. Daar hebben ze geleefd in de barakken, in de kou. Uiteindelijk verhuisden ze naar de Molukse wijk in Assen. En de koffer bleef maar dicht, bij wijze van spreken. Ze hebben heel lang gehoopt dat ze terug zouden keren naar de Molukken.”
„Mijn vader raakte verbitterd, mijn moeder keek naar de toekomst”, vervolgt Rinsampessy. „Ze had kinderen op te voeden. Zo was het voor veel mensen van de eerste generatie. Inmiddels zijn veel van hen er niet meer. We missen ze.”
„Daarom wordt het monument een ode”, vult Metiarij aan. „Maar die had er eigenlijk al moeten zijn toen de oudere generatie nog leefde. Het is jammer dat veel van hen dit niet meer kunnen meemaken.”
Baru21 hoopt dat het monument een gesprek op gang brengt tussen Assenaren van Nederlandse en Molukse afkomst, ondanks de beladen geschiedenis (zie kader). „Wij wonen hier al zo lang, en toch kennen veel Nederlanders onze geschiedenis niet”, zegt Rinsampessy. „Daar verbaas ik me over. De buitenwereld, vooral de oudere generaties, associëren Molukkers vaak met de gijzelingen. Maar we moeten naar de toekomst kijken en met een andere manier met onze pijn omgaan. Dat geldt voor de Nederlanders en de Molukkers.”
Molukkers in Nederland: hoe zat het ook alweer?
Lange tijd koesteren de Molukkers de vurige hoop dat hun verblijf in Nederland tijdelijk is. Ze worden naar Nederland gehaald omdat het in Indonesië te gevaarlijk voor hen is geworden. Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Indonesische leider Soekarno vechten de Molukkers in het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger) aan de kant van Nederland.
Maar het liefst keren ze terug naar een eigen staat, die in 1950 wordt uitgeroepen: de Republiek der Zuid-Molukken (RMS). Maar de Molukse staat wordt door Indonesië en Nederland (nog altijd) niet erkend. Dit terwijl Nederland in de jaren 50 een spoedige terugkeer belooft aan de Molukkers. Eenmaal in Nederland worden de KNIL-militairen meteen ontslagen uit het leger.
De Molukkers voelen zich door de Nederlandse overheid in de steek gelaten. In de jaren 70 bereiken de emoties een kookpunt, waarop de gijzelingen in Bovensmilde en het provinciehuis en de treinkaping bij De Punt volgen.