Drenthe krijgt anderhalf miljard voor het landelijk gebied. ANP
De provincie Drenthe krijgt het meeste geld uit de pot van 1,54 miljard euro die het Rijk nu beschikbaar heeft voor de aanpak van het landelijk gebied.
De provincie Drenthe krijgt het meeste geld uit de pot van 1,54 miljard euro die het Rijk nu beschikbaar heeft voor de aanpak van het landelijk gebied. Drenthe ontvangt 270 miljoen euro, net iets meer dan Utrecht (249 miljoen), Overijssel (234) en Noord-Brabant (231). De provincie Zeeland moet het doen met 7 miljoen euro.
Water, klimaat, natuur en stikstof
Begin dit jaar was de inschatting van het Rijk, na de eerste beoordeling van alle plannen, dat Utrecht met 284 miljoen het meeste geld zou krijgen en dat Drenthe op 131 miljoen kon rekenen. Alle provinciale plannen zijn daarna aangescherpt en opnieuw beoordeeld. Dat heeft geleid tot een andere verdeling van de financiële middelen, staat in een brief van minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof).
Het geld is bedoeld voor projecten en maatregelen die bijdragen aan de doelen op het gebied van water, klimaat, natuur en stikstof. Bijna een jaar geleden dienden alle provincies een plan hiervoor in, het zogeheten Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG).
Het was de bedoeling dat hiervoor een transitiefonds van 24,3 miljard euro zou komen, lang niet genoeg om te voldoen aan de financiële wensen van de provincies (ruim 60 miljard euro). De vier partijen die een kabinet aan het vormen zijn (PVV, VVD, NSC en BBB) maakten onlangs in hun hoofdlijnenakkoord echter bekend dat ze dat fonds helemaal willen schrappen. Daarom is onduidelijk hoe alle provinciale plannen betaald worden.
60 miljoen voor Groningen
Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft begin dit jaar op de begroting wel 1,28 miljard euro vrijgemaakt om de meest concrete plannen te financieren. Daar kwam later nog 434 miljoen euro bij. Onderzoeksinstituut Wageningen Economic Research heeft alle plannen beoordeeld op hun effectiviteit en de risico’s. Voor 1,54 miljard aan voorstellen is nu goedgekeurd. De provincies krijgen dat geld uiterlijk in het laatste kwart van dit jaar. Het is nog niet bekend of ze aanspraak blijven maken op het ‘overgebleven’ bedrag van 170 miljoen euro.
Zuid-Holland ontvangt 188 miljoen, Friesland 180 miljoen. De overige provincies moeten het met kleinere bijdrages doen: 60 miljoen voor Groningen, 55 miljoen voor Limburg, Gelderland krijgt 33 miljoen, Noord-Holland 21 miljoen en Flevoland 13 miljoen.