Het edelhert liep enkele maanden geleden zomaar Drenthe binnen. Foto: Notable Cédric
Edelherten en damherten kunnen straks met een gerust hart Drenthe binnenlopen. De provincie stopt met het zogenoemde nulstand-beleid. Wilde zwijnen blijven niet welkom.
Dit staat in het concept beleidsplan ‘Gastvrije natuur’ van gedeputeerde Henk Jumelet (CDA). Het plan beschrijft allerlei aspecten aan het Drentse natuurbeleid. Volgens Jumelet is het voor een groot deel actualisatie van eerdere plannen uit 2014. Provinciale Staten moeten zich er nog over uitspreken, iedereen krijgt nog de kans er zijn zegje over te doen.
Beheersplan raakte achterhaald
Tot voor kort waren edelherten en ander groot wild niet welkom in Drenthe. Doordat de dieren zich ook niet lieten zien, speelde de vraag ook niet wat er moest gebeuren als ze wel zouden opduiken. Toen vorig jaar wel een edelhert opdook, vreesden sommigen dat de provincie er jagers op af zou sturen.
„In 2014 maakten we het faunabeheersplan en daarbij stelden we vast dat het nog wel vele jaren zou duren voor er edelherten in de provincie zouden komen’’, vertelt Jumelet. „Maar dat is nu dus achterhaald, want er is inmiddels al wel een edelhert gezien.”
Mark Tuit van IVN Noord hield al een petitie om het edelhert welkom te heten in de provincie Drenthe. In de Statenzaal op het Provinciehuis overhandigde hij de handtekeningen aan gedeputeerde Henk Jumelet. Foto: Marcel Jurian de Jong
Jumelet heeft met een groot aantal belanghebbenden overlegd en komt tot de conclusie dat er geen reden is om de nulstand voor het edelhert te handhaven. Voor het damhert komt hij tot een vergelijkbare conclusie, met de aantekening dat er ook tamme damherten kunnen rondlopen die uit bijvoorbeeld een hertenkampje zijn ontsnapt. „Die dieren gaan we wel vangen.” Volgens Jumelet kunnen deskundigen uit de uitwerpselen opmaken of het om een tam of een wild damhert gaat.
Wilde zwijnen kunnen in Drenthe echter ziekten verspreiden onder varkens op veehouderijen. Een belangrijke reden om de nulstand voor wilde zwijnen wel te handhaven.
Akkoorden over ganzen
Jumelet wil met boeren en natuurbeschermingsorganisaties voor diverse gebieden ganzenakkoorden afsluiten. Achtergrond is dat het natuurplan ook voorziet in meer watergebieden, om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. Een sprekend voorbeeld is het gebied Tusschenwater bij De Groeve. Hier meandert (kronkelt) de Hunze weer en is meer ruimte voor water. Dit hebben ganzen ook ontdekt en zij verblijven daar graag.
„Maar voor de maaltijd gaan die ganzen graag naar boeren in de omgeving”, weet Jumelet. „Op hun landerijen richten ze dan schade aan. Boeren kunnen die schade vergoed krijgen, maar we willen eigenlijk schade voorkomen. Boeren kunnen bijvoorbeeld gewassen telen die ganzen niet eten. Je moet ter plekke kijken wat de beste oplossingen zijn.”
Druk op natuur wordt groter
De natuur is van iedereen, is het uitgangspunt van Jumelet. De laatste anderhalf jaar hebben veel nieuwe groepen ontdekt hoe leuk het is er te recreëren. Dit vindt Jumelet een goede ontwikkeling, maar het vergroot wel de druk op de natuur. Tegelijkertijd moeten boeren hun bedrijfsvoering aanpassen om de natuur te beschermen. Denk aan de stikstofmaatregelen. Ook in het relatief dunbevolkte Drenthe neemt de druk op de ruimte toe.
Jumelet geniet er duidelijk van om met allerlei organisaties, van Farmers Defence Force en het Agrarisch Jongeren Kontakt tot milieu- en natuurorganisaties, te overleggen, de belangentegenstellingen te overbruggen en tot goede oplossingen te komen. Hij heeft een nogal lenige geest. Maar voorziet hij geen trammelant als hij straks een opvolger heeft die er veel rechtlijniger opvattingen op nahoudt?
„Dit is volgens mij de enige manier waarop het kan”, zegt Jumelet. „We overleggen inderdaad met iedereen, maar er zijn wel duidelijke voorwaarden waar de oplossingen aan moeten voldoen. We hebben strenge regels voor de natuurbescherming. Voorts zijn de belangentegenstellingen lang niet altijd zo scherp als het lijkt. Een boer zit voor zijn werk op de tractor, maar hij of zij geniet er ook van om op zondagmiddag in de natuur te wandelen.”