'Dit is het allervreselijkste wat ik ooit heb gezien.' Dagboek: negen vrijwilligers rijden met spullen naar Oekraïense grens en nemen veertien vluchtelingen mee terug
De spullen die Oost West Kontakten in maart naar Oekraïne bracht. Henk-Jan Hofman rechts op de foto. Foto: Jaspar Moulijn
Spullen brengen naar de grens met Oekraïne en vluchtelingen mee terug nemen. Een emotioneel avontuur. Vorige week vond de inzameling plaats, afgelopen weekend het transport, georganiseerd door Stichting Oost West Kontakten uit Roden. Dagblad van het Noorden volgde de reis.
Donderdag, 5:21 uur – Inpakken Ceintuurbaan-Noord in Roden
Een grote rode truck en twee bestelbusjes staan klaar in Roden. Bomvol slaapzakken, matjes, medische artikelen, luiers, maandverband, powerbanks, water en blikken voedsel. De verzameling is groter dan verwacht. Heel veel mensen in en rond Roden doneerden geld of hielpen met inpakken.
Bij vertrek kleurt de lucht in Roden rood-oranje. Het ochtendgloren belooft een stralende dag. Henk-Jan Hofman (63), coördinator van de reis, merkt dat hij moe is van al het geregel de afgelopen dagen. Een rollercoaster, in eigen woorden. Toch stapt hij graag in de auto naar Polen. ,,Geld doneren is in mijn geval niet oké. Ik moet iets doen.”
Eindbestemming van de vracht is de stad Przemsyl. Vandaaruit worden de hulpgoederen verder gedistribueerd. Hofman stapt zelf niet in de grote vrachtauto; er gaan ook nog twee personenbusjes mee. Daarmee willen de negen deelnemende vrijwilligers aan de grens twaalf vluchtelingen mee terug nemen.
De reis is 1400 kilometer en moet zo’n 15 uur duren. De voorbereiding is gedegen. Eten, drinken, EHBO-spullen en zelfs speelgoed, voor als er kinderen mee terug komen. De gevoelens zijn gemengd. Grote opwinding, maar ook angst. Wat ga je aantreffen?
De afgeladen truck. Foto: Jaspar Moulijn
Donderdag, 19:10 uur – Onderweg dicht bij Poolse stad Opole
De wagens vol spullen zijn nog 90 kilometer verwijderd van Poolse stad Katowice. Rond 11 uur verwachten de vrijwilligers bij hun hotel te zijn. De truckers gaan naar Krakau, de buschauffeurs naar Zyrakow. Onderweg hebben de mannen steeds meer hulpdiensten voorbij zien komen: wagens van Artsen zonder Grenzen en Rode Kruis. Ook busjes zonder stickers, volgestouwd met spulletjes.
Hofman vertelt erover aan de telefoon: „Fransen, Ieren, Duitsers, Nederlanders. Bijzonder om mee te maken. Ondertussen hadden we best plezier vandaag. We praatten over van alles nog wat.”
Nu het avond is geworden, en donker, wordt het stiller in het busje, merkt Hofman. Spanning is voelbaar. „We zijn moe. We komen nu bij het deel van onze reis dat veel impact op ons gaat hebben.”
Zojuist zaten de mannen even te eten. Ze merken dat het buiten flink koud was. „IJzig”, zegt Hofman. „Sommige vluchtelingen verblijven in dunne tentjes. Verschrikkelijk. Wij weten ook wel dat onze actie een druppel op de gloeiende plaat is. Maar zo kun je mensen niet laten zitten.”
De saamhorigheid in de afgelopen week raakt Hofman ook vandaag weer, tijdens de reis. Hij krijgt allerlei berichtjes van mensen die volgende week wel een tweede ronde willen rijden richting de Pools-Oekraïense grens. „Corona heeft voor verdeeldheid gezorgd in de samenleving. Hoe triest het ook is, deze verschrikkelijke oorlog brengt veel saamhorigheid mee. Al die giften, al die donaties... ongelooflijk.”
„De mensen hebben een groot hart”, zegt Hofman in zijn mobieltje. Hij schraapt zijn keel. „Nu stop ik, want het wordt me even te veel. Dag.”
Vrijdag, 9:01 uur – Onderweg dichtbij Poolse stad Rzeszów
De reis gisteren verliep soepel, al liet bij een van de busjes de bumper los. Gelukkig had de bouwmarkt in Dresden een grote voorraad ducttape. Ironisch, want in de truck staan dozen vol van het spul, alleen niet even makkelijk bij de hand.
Bij het tanken kwamen de negen mannen ook anderen tegen die al bij de grens waren geweest. Ze lieten foto’s en verschrikkelijke beelden zien. „Er staat ons nog wat te wachten”, concludeert Hofman. „We rijden 70 kilometer van Przemsyl. Je voelt en ziet dat het anders wordt. Veel bussen, maar ook legereenheden die richting grens gaan met materiaal.” De zenuwen nemen toe.
Vrijdag, 21:05 uur – In hotel Millennium in Zyrakow
Een slopende dag, vertelt Hofman aan de telefoon. Hij zit nu voor een bord eten in Hotel Millennium in Zyrakow. „Ik heb in mijn leven heel wat afgereisd. Dit is het allervreselijkste wat ik ooit heb gezien. Het leed. De tragiek. Zóveel vrouwen zonder mannen.”
Hofman vertelt over de grote hal in Przemsyl. Een soort winkelcentrum Hoog-Catharijne, met galerijen waar honderden-en-nog-eens-honderden mensen op matrasjes zitten met uitdrukkingloos gezicht. Opgedeeld in reisdoelhallen. Een ‘hal Baltische staten’, ‘hal Scandinavische landen’, ‘hal Frankrijk’, ‘hal Nederland-Duitsland-België-Denemarken’. De mensen moeten in een halve seconde beslissen waar ze de komende maanden, jaren of misschien wel de rest van hun leven willen verblijven. „Bizar”, vindt Hofman.
Opvanghal is Przemsyl. Foto: Henk-Jan Hofman
„Een vrouwtje van een jaar of 70 zat maar te huilen en te huilen. Ze sprak een heel klein beetje Duits en vertelde dat ze er al tien dagen was. Ze had niemand meer. Niet in Oekraïne, niet in het buitenland. Ze wist niet meer wat ze moest.”
Het afleveren van de spulletjes uit de truck ging heel snel. Binnen een uur was alles eruit en overgezet voor transport richting Lviv.
Terug in het hotel zit Hofman aan tafel met veertien vluchtelingen. Hoewel de bedoeling aanvankelijk was om twaalf Oekraïners mee naar Nederland te nemen, vulde het busje opeens zo rap, dat de groep besloot dan maar wat extra in te schikken.
De vluchtelingenclub bestaat uit een gezin met vader, moeder en drie jongens. Twee vriendinnen rond de 30 jaar. Twee moeders met elk één kind en nog één moeder met twee kinderen. Afkomstig uit Marioepol, Odessa en Sumy. De kinderen zijn tussen de 6 en 16 jaar. „We hebben de kinderen speelgoed gegeven. Stiften, kleurboeken. Je merkt dat ze moe zijn.”
„De mensen zijn ontzettend dankbaar”, zegt Hofman. „Eenmaal in de bus naar ons hotel, daalde er een soort rust in. Opluchting. Maar ook tranen. Er zitten mensen bij die niet meer terug willen naar Oekraïne.”
De herinneringen van vandaag blijven. Hofman kijkt op tegen de rit van morgen. Weer vijftien uur in de auto. Hij verzet even zijn gedachten. „Als alles mee zit, neem ik zondag weer een lekkere koudwaterduik in het Leekstermeer.”
Vluchtelingen in een rij in Przemsyl. Foto: Henk-Jan Hofman
Zaterdag, 20:31 uur – In de buurt van Bremen
Zoveel verhalen op de achterbank van de personenbusjes. Het gezin met de drie jongens mist hun oudste zoon, die in Oekraïne moet blijven om te vechten in het leger. De vrouw met haar dochter heeft helemaal geen huis meer; dat is gebombardeerd. De inzittenden hebben alle bezittingen in hooguit twee tassen.
De stemming vanmorgen was goed. „Toen we opstonden had iedereen goed geslapen. In de auto was men aan het praten. Daarna werd het steeds stiller. De inzittenden werden weer bleker.” Hofman begrijpt dat. „Het is een raar idee: wij rijden naar huis. Zij rijden weg van huis, weg van hun land, familie en vrienden.”
Toch zijn er tussendoor bijzondere momentjes, vertelt Hofman. Zoals vanmorgen, toen Paulina van 7 jaar oud op een filmpje liet zien hoe goed ze kan skiën.
Zondag, 12:34 uur – Thuis in Roden
De reis heeft grote impact op Hofman. Hij is weer thuis, maar moet van alles regelen en overleggen voor de veertien vluchtelingen. Ze zijn opgevangen op een recreatie-locatie in de gemeente Noordenveld. Die zaken zijn de afgelopen dagen, tijdens de rit van Hofman en de anderen, nog gauw geregeld. Over praktische onderwerpen zoals weekgeld en zorgverzekering moet de gemeente nog verder beslissen.
De komende dagen wil Hofman gas terugnemen. „Ik moet deze bak ellende een plek geven”, zegt hij. Niettemin is het plan om later deze week nog een transport te doen.
Voor dit verhaal had Dagblad van het Noorden dagelijks contact met Jenny Klerk (49) uit Leek en Henk-Jan Hofman (63) uit Roden. Deze laatstgenoemde reed samen met acht anderen richting Oekraïne. Henk Jan organiseert samen met Arie van Klei (67) al jaren reizen naar Wit-Rusland en omliggende steden zoals Sint Peterburg, Vilnius, Moskou en Kiev. Dat doen zij vanuit werkgroep Tsjernobyl. Zij helpen kinderen die – in de nasleep van de kernramp in 1986 – met gezondheidsproblemen worstelen om weer aan te sterken tijdens speciale vakanties in Nederland.
Jenny Klerk is voorzitter van de werkgroep Tsjernobyl onderdeel van de Stichting Oost-West Kontakten in Roden. De Stichting heeft samen met veel vrijwilligers de inzamelingsactie mogelijk gemaakt. Klerk bleef samen met van Klei voor ondersteuning op afstand en als aanspreekpunt achter in Nederland.
Drie mannen, Sietse Hendriks (34) uit Enschede, Coppe Hermans (37) uit Oldenzaal en Henk Steenbergen (72) uit Norg, reden in de grote truck gesponsord door Sensata Technologies uit Enschede. In de twee personenbusjes reden Marcel van Diemen (62) uit Wenum-Wiesel, Henk Mennes (68) uit Leek, Jasper Bergwerf (43) uit Leek, Klaas Martini (59) uit Roden en Heimen Pijlman (78) uit Peize. De laatstgenoemde reisde namens de stichting Humanitas mee.
Geld geven voor de tweede ronde? Dat kan aan Stichting Oost West Kontakten via NL03RABO0355894262. Ook wordt er nog gezocht naar een bedrijf dat busjes beschikbaar wil stellen.
Gedoneerde kleding in grote hopen bij de opvanglocaties. Foto: Henk-Jan Hofman