Van een jongen die zich graag verschuilde achter een enorm hammondorgel, groeide Thijs Boontjes (38) uit tot een entertainer die in zalen en op festivals grote massa’s in beweging brengt. Hij viert dat hij tien jaar onder zijn eigen naam muziek maakt. ,,Ik meen heel erg wat ik zing.’’
Met het album Dancing Boontjes werd het jubeljaar van Thijs Boontjes vorig jaar al ingeluid. Hiermee brengt de zanger-toetsenist ook meteen een ode aan zijn geboortegrond Schagen. Daar waar in het garagebedrijf Boontjes regelmatig dansavonden werden georganiseerd. Iets wat Thijs overigens alleen kent uit de overlevering, want toen hij in 1987 geboren werd waren die tijden al lang voorbij.
,,Ik maak al muziek zolang als ik me kan herinneren’’, vertelt hij. ,,Maar het moment dat ik dat onder mijn eigen naam ging doen is voor mij wel een ijkpunt. Ik ging tien jaar geleden zelf Nederlandstalige liedjes schrijven en zingen. Tegenwoordig is het niet zo raar om in het Nederlands te zingen, maar tien jaar geleden was het nog een beetje de vraag: waarom doe je dat in godsnaam niet in het Engels? Bij mij is het ook een beetje uit armoede geboren, omdat ik me nooit echt thuis heb gevoeld in het Engels. En ik vind Nederlands gewoon een waanzinnig interessante taal.’’
Op de twee albums die Boontjes tot nu toe heeft uitgebracht, verraden de teksten een grote taligheid, waarmee hij inhoud met humor combineert en dat verpakt in strakke metrums. ,,Nederlands was op de middelbare school mijn lievelingsvak, maar ik ben niet echt een boekenwurm. Ik sla er wel op aan wanneer er met taal gespeeld wordt. Ik heb er zelf een stijl in gevonden die voelt als een thuisbasis.’’
Wennen aan je eigen stem
,,Ik vind het ook belangrijk om me met de teksten niet anders voor te doen dan ik ben. Op taalgebied dan, want op zich kan ik me inhoudelijk in de tekst wel heel anders voordoen dan ik ben. Hoe gekker, hoe beter. Maar de taal zelf is zoals ik het ook tegen iemand zou kunnen zeggen. Mijn vader schreef erg goede sinterklaasgedichten. Dat is natuurlijk ook hét moment om elkaar eens even flink de waarheid te vertellen, terwijl je het daar de rest van het jaar misschien niet meer over hebt. Dat je even weet: oh, zo staat het ervoor. Maar dat je ook merkt dat er liefde is. Het hele pakket in een sinterklaasgedicht. Dat is meer dan een rijmpje met bijgaand cadeau. In zo’n gedicht moet het metrum ook extra goed kloppen, omdat iemand anders het moet vertolken.’’
,,De taal zelf is zoals ik het ook tegen iemand zou kunnen zeggen.'' Foto: Marcel Molle
Zichzelf presenteren als zanger was voor Boontjes ook een flinke stap. ,,Ik zong altijd, maar meer binnenskamers, onder de douche en aan de piano. Op het podium was ik meer van de achtergrondzang en de tweede stem. Maar ik heb daar mijn weg in gevonden. Je moet aan je eigen stem wennen en leren het oprecht te brengen. In het begin overschreeuwde ik mezelf, als ik het nu terugzie. Er zit wel een lijn in waarin ik mezelf altijd blijf herkennen. Ik zal nooit heel erg dol worden op mijn eigen stem, maar ik kan ermee leven. Ik ambieer het niet om geschoold en mooi te zingen. Ik wil mijn teksten gewoon zo goed mogelijk overbrengen.’’
Voor hij ’solo’ ging,verschool Boontjes zich onder meer in de band King Jack graag achter de enorme kast van het hammondorgel, een instrument waarvan het geluid hem al heel jong raakte. ,,Ik ben altijd nog heel blij dat het orgel weer mee is wanneer we ergens spelen. Maar ik pak ook steeds vaker de microfoon en loop van het orgel weg. Dan probeer ik meer connectie te maken met het publiek. Zo’n orgel is een soort stadsmuur. Dat heeft altijd heel veilig gevoeld, maar het voelt ook bevrijdend om erachter weg te stappen.’’
,,Bij het contact met het publiek voel ik me steeds meer senang. En dat is een understatement. Ik had niet verwacht dat ik dat ooit zou durven. Ik vond dat gewoon eng. Nu haal ik er plezier uit en merk ik dat het een optreden naar een volgend niveau tilt. Het repertoire leent zich er ook goed voor. Dat volkse heeft er altijd al een beetje in gezeten, hand in hand met iets wat ik niet helemaal kan benoemen. Er zit altijd zelfspot in. Mensen denken ook vaak: hij meent niet wat hij zingt. Maar dat is echt niet waar. Ik meen heel erg wat ik zing. Ik zet graag humor in, dat kan ermee te maken hebben. Daar kun je mensen even mee wakker schudden.’’
Tijd om kleur te bekennen
Op sociale media zet Boontjes de humor ook graag in, vaak samen met bassist Jeroen Overman, met wie Boontjes een melig gevoel voor humor deelt. ,,Er mag wel een flinke portie onzinnigheid in mijn week zitten. Maar in mijn teksten kan ik ook een politieke boodschap brengen. Op het laatste album heb ik dat een paar keer gedaan. Het werd wel tijd om kleur te bekennen. Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken waar ik zelf sta. Maar over hoe het nu gaat in Nederland heb ik me wel een paar keer heel kwaad gemaakt. Daar zijn teksten uitgekomen waar ik wel blij mee ben.’’
,,Ik heb een heel breed publiek en ik weet dat niet iedereen het meteen eens is met wat ik te melden heb. Maar ik onderbouw het allemaal redelijk en dat probeer ik in die liedjes al te doen. Bijvoorbeeld in het lied Nachtportier. Daarin maak ik een opsomming van redenen waarom mensen een bepaalde dancing niet in komen. Ik stel dat het veel gezelliger zou zijn wanneer je wat minder bekrompen denkt. Ik begrijp wel dat mensen die al in het nauw zitten vatbaarder zijn voor iets als zondebokpolitiek. Maar dat wil nog niet zeggen dat ik het eens ben met mensen die op antidemocratische partijen stemmen. De democratie is een kwetsbaar systeem, dat alleen werkt wanneer iedereen het serieus neemt. Ik hoop wel dat ik via mijn muziek mensen op andere gedachten kan brengen.’’
Dat het ’volkse’ waar Boontjes zo van houdt nog wel eens samenvloeit met rechts gedachtegoed, daarvan is hij zich bewust. ,,Dat is meteen mijn probleem wanneer ik een bruine kroeg binnenloop. Ik hou heel erg van dat soort cafés, maar gesprekken aan de bar over hoe het land ervoor staat, mijn God, dat kan verschrikkelijk zijn.’’
,,Het is een tweestrijd waarin ik me bevind, maar ik probeer daarin een verbinding te leggen. Ik vind het lekker om af en toe ergens met een gestrekt been in te gaan, maar ik zoek vaker de nuance. Ik wist van mezelf eerst ook niet dat ik zó geëngageerd was dat ik daar een halve plaat over zou volschrijven, maar dat is wat er gebeurd is. Ik krijg er goede reacties op, maar er zijn natuurlijk ook mensen die me een linkse flapdrol vinden. Ik kan wel wat hebben hoor, maar wanneer er een dreigende toon in zit, dan trek ik me dat aan. Maar het weerhoudt me nergens van.’’
Het gevoel dat ik begrepen word
Naast het engagement zijn er nummers als Campari soda en vooral ook Ambiance waarmee Boontjes en zijn band op dit moment de zalen en festivalterreinen helemaal op hun kop zetten. ,,Ons repertoire heeft zich langzaam gevormd, want ik schrijf niet zo snel. Maar als ik dan nu zie hoe we een optreden opbouwen en het publiek langzaam maar zeker los gaat, dan is dat precies wat ik wilde. Missie geslaagd.’’
,,In tien jaar ja, dat kan sneller, maar het kan ook een stuk langzamer. Ik wantrouw snelle successen als de neten. Het is supermoeilijk om heel hard omhoog te gaan en dat vast te houden. Er zijn zeker plekken in Nederland waar ze ons nog niet zo goed kennen, maar als we in studentensteden als Nijmegen, Groningen en Utrecht spelen, dan sta ik al handenwrijvend in de coulissen, omdat ik weet: dit wordt één groot feest.’’
,,In studentensteden als Nijmegen, Groningen en Utrecht weet ik: dit wordt één groot feest.’’ Foto: Marcel Molle
,,We hebben de idiote luxe dat er niet alleen heel veel mensen zijn die een kaartje voor een show kopen, maar die ook nog eens al die nummers meezingen. Ik droomde er wel van dat dat zou lukken, maar ik had niet verwacht dat dat ooit zou gebeuren. Die mensen zitten echt in ons team en als ik dat besef dan tel ik echt mijn zegeningen. Ik heb dan ook het gevoel dat ik begrepen word. Je bent als artiest kwetsbaar, je kijkt natuurlijk ook naar andere artiesten die het voor jouw gevoel beter doen. Ik ben een heel gevoelig figuur. Maar dan heb je toch echt die Noord-Hollandse nuchterheid nodig waardoor je je niet gek laat maken.’’
,,Er zijn mensen die naar een optreden komen, eigenlijk alleen om Ambiance te horen. In Tilburg hebben we eens een soort woedende volksmenigte gehad die ons dwong om dat nummer in de toegift nog een keer te spelen. We konden daar niet onderuit, anders waren we met brandende fakkels de stad uitgejaagd, denk ik. Waanzinnig wat er dan gebeurt, zo’n nummer is dan groter dan jezelf geworden. Ik heb het geschreven vanuit de doodsimpele behoefte aan iets sfeerverhogends.’’
,,Dat nummer en Campari soda hebben voor mij ook wel iets anti-calvinistisch. Op die manier heeft het ook iets activistisch: de kost hoeft niet altijd voor de baat uit te gaan. Je mag jezelf ook best kietelen wanneer je het niet verdiend hebt. We zijn wel grootgebracht met dat calvinistische, maar ik zie daar zelf de noodzaak niet van in. Natuurlijk, er wordt hard gewerkt, het stikt van de succesvolle bedrijven, en dat heeft daar absoluut mee te maken. Maar je mag wel wat méér genieten dan eens per jaar lam te worden op de kermis.’’
,,Ik ben zelf Italofiel, daar komt dat Campari soda-nummer ook vandaan. Hoe er in Italië wordt geleefd, dat is voor mij echt een openbaring geweest. Ze staan er daardoor economisch een stuk beroerder voor, maar ze genieten wel van het leven. Het zou mooi zijn wanneer we in Nederland daar een beetje een middenweg in gaan bewandelen.’’
Heel veel verdieping
Thijs Boontjes woont zelf in Amsterdam Nieuw-West met zijn vrouw en stiefdochter. Hij komt regelmatig in Schagen, waar zijn moeder nog steeds woont. Lange tijd maakte hij daar ook muziek in de schuur, omdat zijn eerdere woning in Amsterdam daarvoor te gehorig was. Maar dat is inmiddels niet meer nodig. ,,Ik kan nu ook thuis lawaai maken, in een kamer die ik helemaal heb geïsoleerd.’’
,,Het is een heel ander leven dan tien jaar geleden. Toen had ik niet gedacht dat ik ooit op het schoolplein zou staan met een hond om mijn stiefdochter op te halen, maar het bevalt me heel goed. Ik heb zelf nooit per se een kinderwens gehad, maar toen ik mijn vriendin ontmoette, wist ik natuurlijk wel dat haar dochter daar bijhoorde. Ik heb met haar een heel goede band, het is echt een grote verrijking van mijn leven. Het geeft heel veel verdieping.’’
Ruim voor hij zelf voor het grote publiek stond, had hij als muzikant al ervaring opgedaan op de grotere podia, toen hij met zijn hammond toetrad tot de bands van Anouk en Douwe Bob. Met laatstgenoemde trad hij zelfs op tijdens het Eurovisie Songfestival in Zweden, waar Slow down werd gespeeld. In diezelfde band speelde ook de eerdergenoemde bassist Jeroen Overman.
Zelf denkt hij er voorzichtig over na ook eens een nummer in te sturen voor het Songfestival. ,,Ik zou dat nog wel een keer willen meemaken. Ik vond het een waanzinnig spektakel. Ook heel idioot. Ik had natuurlijk al best wat meegemaakt met Anouk, maar dit was van een heel andere orde. Zo strak georganiseerd. Een heel raar en een heel groot podium tegelijk. Ik zou op die plek heel graag het landsbelang een keer willen dienen.’’
,,Spelen met Anouk en Douwe Bob was heel leerzaam. Ik ben met die twee artiesten overal wel een keer langs geweest en achter de schermen heb ik iedereen wel een keer gezien. Met heel veel mensen heb ik toen een goede verstandhouding opgebouwd. Het is heel leuk om nu weer op al die plekken te komen. Ik ben destijds wel flink in het diepe gesmeten. Bij Anouk speelde ik meteen in Gelredome en de grote festivals als Pinkpop, Lowlands en Rock Werchter. Allemaal in twee jaar tijd. Ik was toen net 20, ik scheet echt in mijn broek voor die dingen, maar ik wende er natuurlijk aan. Daardoor heb ik nu niet meer die zenuwen voor een show. Toen we laatst in Paradiso speelden voelde ik vooraf spanning, maar ik loop daar toch ook heel monter en ontspannen het podium op. De spanning valt dan na een paar seconden van me af.’’
Hammond spelen is gekkenwerk
Vanaf het eerste moment dat Boontjes als jonge jongen in Schagen zijn handen op de toetsen van een hammondorgel legde, wist hij dat hij dat instrument moest gaan bespelen. ,,Hammond spelen in een band is ergens natuurlijk gekkenwerk. In de generatie muzikanten voor mij zijn ook allemaal mensen die wel iets hebben meegemaakt als een hernia en dergelijke, die dingen zijn echt loodzwaar.’’
,,Ik weet nog heel goed het eerste moment dat ik zelf zo’n orgel bespeelde. Dat was in het muziekcentrum in Schagen. Daar had Pieter de Wijn, die ook veel voor Gerard Joling heeft geschreven, zijn oude studiotroep gestald. En die had daar ook een hammondorgel staan, met een Lesliebox, waarin een soort roterende luidspreker zit die dat typische geluid geeft. Het was in een heel donkere ruimte, waar maar een klein beetje zonlicht binnenkwam. Ik heb de stekkers erin gedaan en er begon meteen van alles te draaien. Toen ik het geluid uit die Lesliespeaker hoorde komen, was ik meteen helemaal betoverd. Ik raakte meteen mijn gevoel voor tijd kwijt. Dat heeft me nooit meer losgelaten, echt prachtig. Precies wat ik zocht.’’
,,Ik herkende het natuurlijk ook van al die platen uit de jaren zestig en zeventig. Het was bijna een religieus moment, dat is heel bepalend geweest. Ik ben daarna altijd heel gefixeerd met dat orgel bezig geweest en daardoor ben ik ook zo jong bij die grote artiesten terechtgekomen. Dat is een heel mooie tijd geweest. De ambitie om zelf te gaan schrijven is pas later gekomen, met alle gevolgen van dien. Maar ik kan nog steeds orgel spelen, zo veel als ik wil.’’
IN HET KORT
Thijs Boontjes werd in 1987 geboren in Schagen. Van jongs af aan is hij met muziek bezig. Als toetsenist en zanger speelde hij in de band King Jack. Na een periode toetsen te hebben gespeeld bij Anouk en Douwe Bob, met wie hij naar het songfestival ging in 2016, ging hij zelf Nederlandstalige nummers schrijven en vormde hij het Dans en Show Orkest. In 2019 werd het eerste album uitgebracht: Geen achttien meer. Vijf jaar later volgde Dancing Boontjes. Met zijn eigen versie van All night long van Lionel Richie (Deze nacht), dat ook op single werd uitgebracht, kreeg hij meer bekendheid. Thijs Boontjes en zijn band staan inmiddels voor uitverkochte zalen en op grote festivals. In december en januari gaat de band op tournee, met onder meer optredens in Groningen (Simplon, 18/12, uitverkocht) en Leeuwarden (10/01).