Marcel Buzzoffi en Fernando Rey in The French connection. Op de achtergrond een van de torens van het World Trade Center in aanbouw.
Het was een broeierige tijd, eind jaren 60, begin 70, ook bij de film. Nieuwe, andere films waren niet alleen succesvol, maar zorgden voor discussie en verandering. De komende tijd herbekijken we grote films uit 1972, vijftig jaar oud dus. Wat was er met die film? Wat is ervan overgebleven? Deze week ‘The French connection’.
New York was aan het begin van de jaren 70 een verloederde, misdadige stad. Na zonsondergang kon je beter wegblijven uit Central Park, de ondergrondse was onveilig en viel om de haverklap uit, drugs waren overal en de politie was corrupt. Dat was breed bekend sinds klokkenluider Frank Serpico er in 1971 mee naar buiten was gekomen.
In die verlepte stad speeltThe French connection zich af, de politiethriller over twee narcotica-agenten die een grote slag slaan. De film (hij kreeg vijf Oscars) is grotendeels op straat opgenomen, hij is groezelig en rauw als een oorlogsdocumentaire. Voor kijkers van nu is het interessant dat het World Trade Center er even in te zien is, in aanbouw. De opening, in 1972, werd destijds gezien als een van de weinig positieve punten van de stad.
In dit New York is donker echt donker, dit is niet die fonkelende stad die we kennen uit duizenden series en romantische komedies, het is een hardvochtige, racistische jungle. Gene Hackman maakte zijn doorbraak als de driftige en volhardende agent ‘Popeye’ Doyle, Roy Scheider is zijn maat ‘Buddy’ Russo.
Beroemde heroïnezaak
Ze zijn gebaseerd op twee echte agenten en een beroemde heroïnezaak, maar regisseur William Friedkin ging daar vrij mee om. Hij deed iets bijna onmogelijks: het saaie, procedurele politiewerk in beeld brengen (er wordt veel in auto’s gewacht ) en die afwisselen met plotselinge actiescènes die er niet om liegen. De scène waarin Popeye Doyle een trein (eigenlijk een soort tram, op verhoogde rails) achtervolgt is klassiek en nooit overtroffen.
Die afwisseling werkt, als kijker weet je nooit wat je te wachten staat. De uitbarstingen van de nogal experimentele muziek van Don Ellis verhogen dat gevoel nog.
Schokte de film destijds door het geweld (daar kijken wij niet meer van op), achteraf heeft hij vooral het ruige beeld van New York neergezet, dat tot ver in de jaren zeventig in andere films en series overeind zou blijven. En The French connection is nog steeds een spannende, verrassende politiefilm.