Thuis in het landelijke Overleek is Hans Goedkoop nog amper bekomen van het maken van Indonesia roept! Foto: Lilian van Rooij
De ervaren presentator en historicus Hans Goedkoop kan toch wel met de constante nabijheid van een camera omgaan, zou je denken. En zelf dacht hij dat wellicht ook. Wat een vergissing.
In Indonesië, waar hij twee maanden was voor opnames op locatie voor de achtdelige NTR-serie , waarvan deze week de eerste aflevering te zien was op televisie, overvielen Hans Goedkoop emoties die hij met een draaiende camera genadeloos op hem gericht niet eerder had. „Ik wilde weglopen, stond te trillen. Je weet dat de camera aanstaat en je waarschijnlijk iets moet zeggen, maar je weet gewoonweg niet wat.”
Thuis in het landelijke Overleek (NH), een vlek te midden van waterrijke weilanden tussen Monnickendam, Ilpendam en Broek in Waterland, blijkt hij amper bekomen. Ook niet nu de research, de reis en de montage zijn afgerond van de documentairereeks over een Nederlandse koloniale familie in Indië gedurende de eerste helft van de 20ste eeuw. Want die familie is de zijne. En de strijd waarover de serie gaat, is die van de jonge republiek Indonesia tegen het Koninklijk Nederlandsch-Indische Leger (KNIL), waarin de opa van Hans Goedkoop generaal was.
1947: in het midden Rein van Langen. Foto: Nationaal Archief
Zijn opa nam Djokjakarta in. Nam de president van de jonge republiek Soekarno gevangen, en zijn rechterhand Hatta. Die laatste had hij hoog zitten maar Soekarno minachtte hij. Zijn leven lang had hij spijt dat hij hem niet had doodgeschoten toen hij de kans had. Onder internationale druk moest Nederland Soekarno weer installeren in zijn hoofdkwartier in Djokja en het KNIL terugtrekken uit die plaats. „Wat mijn opa met de kaken op elkaar doorstond.”
Spreidstand
In aflevering 1 komen een broer en neven en nichten bij hem over de vloer voor een rijsttafel. Ze halen herinneringen op aan het Indische verleden en hun bijzondere opa Rein van Langen, die ze grappig vonden – want een beetje gek. Of ze na aflevering 8 nog zo gemoedelijk terugkijken… Goedkoop, eerder deze week: „Donderdag is in kleine kring de voorpremière, maar niet iedereen kan. Ik ga daarna op vakantie.” Het klinkt als een vlucht. Niet zozeer voor de familie, maar voor de reacties van de rest van Nederland. „Iedereen zal er wel weer iets van vinden.” Indië blijft beladen.
„Bij het debat over onze koloniale erfenis zie je een vergaande polarisatie. Op rechts wordt verdedigd wat wij hebben gedaan en heerst trots op het koloniale verleden. Er tegenover wordt geroepen dat het allemaal moordenaars waren en het een schande is. Er zit heel weinig tussenin.” Goedkoops wens was laten zien dat een heleboel verschillende perspectieven waar kunnen zijn. „In de slotaflevering wilde ik de werkelijkheid van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd hebben gevonden. En dat ik mijn opa daarvoor niet kwijt hoefde te raken. Ik zit nog steeds daar ergens in, op weg daarheen. In de spreidstand van koloniale families. Of je bent een schande, of je bent iets om trots op te zijn.”
Hij hoopt door alle perspectieven en beelden te laten zien, de kijkers te laten zeggen: ’Wow, misschien weet ik even niet wat ik ervan moet vinden. Wat is het godvergeten ingewikkeld’. „Ik wil ze voeren naar de sprakeloosheid die ik zelf ook zo vaak voel. Dat weten van ons, dat oordelen dat het een schandaal is, dat is geen weten. Dat is louter afweer tegen de complexiteit. Net als de dooddoener dat in oorlogen nu eenmaal vreselijke dingen gebeuren. Ik zal vast van alle kanten, van links en rechts, op mijn lazer krijgen, maar ik ga laten zien hoe ingewikkeld het is.”
Brommertje
Zo strijdbaar als dat klinkt, zo klein werd Goedkoop toen hij op Java werd geconfronteerd met de oorlogsmisdaden van de onder bevel van zijn opa staande Tijgerbrigade van het KNIL. „Aan het eind van een draaidag zei de regisseur: ’We hebben toch nog een dingetje’. Ik zag die jongen op z’n brommertje, met wie we eerder gedraaid hadden, al staan en dan voel je iets van ’waar gaat dat heen’. Je loopt door zo’n poortje naar een herdenkingsplek en denkt ’o fucking hell’.”
Het was afgesproken dat Goedkoop niet overal op zou zijn voorbereid. „Ik wilde het ter plekke tot me laten doordringen. Maar dat het je zo omgooit, dat wist ik toch niet.” De jongen vertelde dat zijn grootvader gelukkig genoeg was om weg te kunnen komen, maar dat vrienden van hem hier een kuil moesten graven en werden doodgeschoten door de Tijgerbrigade. „Zowel soldaten als burgers, die waren ’leeggemarteld’ door de Nederlandse inlichtingendienst. Vierhonderd zijn er daar opgegraven in Getasan.”
Trillende knieën
Goedkoop raakte overstuur. „Ik sta met trillende knieën. De regisseur vraagt na afloop of het gaat. Ik zeg: een beetje. Waarop hij, echt als een journalist, zegt dat ik er ook best wel hard in ging qua emoties. Dan ontstaat er zo’n moment waarop je jezelf hoort praten terwijl je niet weet wat je zegt. Ik hoor mezelf zeggen: Het zijn vierhonderd lijken! Bij hoeveel lijken mag ik dan wél emotioneel zijn? Hoeveel moeten het er worden?”
„Op dat moment zak je door al je eigen gelul en geredeneer en bedenksels heen. Toen die jongen het mij vertelde en de camera draaide, kon ik me nog nét ervan weerhouden hem uit te leggen hoe dit soort dingen aan Nederlandse kant konden gebeuren. Ik realiseerde me: wat heeft die jongen met mijn Nederlandse argumenten te maken? Die mensen zijn gewoon dood, die zijn afgemaakt. Het enige wat ik kon doen was die jongen omhelzen en simpelweg bedanken dat hij het mij verteld heeft.”
Het hoofdkwartier van zijn opa lag 4 kilometer van deze plek. Het moorden hier ging een paar jaar door. „Hoe aannemelijk is het dan dat een legercommandant in een paar jaar tijd niet hoort wat er op 4 kilometer afstand gebeurt? Indonesiërs hebben de verhalen en de Nederlanders hebben de papieren. Maar of mijn opa hierbij was betrokken, valt niet te achterhalen. Als een oorlog vuil wordt, gebeurt er natuurlijk veel waarvan superieuren zeggen: los het maar op maar vertel mij niet hoe. Regel het, ik weet nergens van.”
Boekenkast
Dat er wandaden zijn gepleegd door Nederlandse militairen, wist Goedkoop. „Natuurlijk, ik heb een boekenkast vol. Wat ik alleen onderschat heb, is hoe anders het is als je in Nederland iets in een boek leest, of in Indonesië op de plek staat waar het gebeurd is met een Indonesiër die zijn emoties net zo hoog heeft als ik, maar wiens opa aan de andere kant heeft gestaan dan de mijne.”
Door de reis verafschuwt Goedkoop wat zíjn opa heeft gedaan. „Aan de andere kant ben ik tot tranen toe geroerd door die man. Dat is zo gek. Hij was een dader maar verloor zijn oorlog en zijn land. Hij werd ook een slachtoffer en droeg dat lot met waardigheid. Zwijgzaam was hij, heel recht. Dat militaire zat er altijd in. Strak, star en verlegen gek genoeg ook. Als oma hem vroeg naar de bakker te gaan om een brood te halen, kreeg hij dat bijna niet gedaan. Als we bij ze waren in Doorn, zaten wij in een kring en hij met zijn krant. Heel vaak stond hij even op en ging voor het raam staan, kijkend naar de bosrand. Een wonder van discipline en trouw, die geen uitvaart van een dienstkameraad oversloeg. Maar als ik zo terugkijk denk ik ook: PTSS. Zoals hij driftig kon worden om niets.”
Kampvuurverhalen
Rein van Langen overleed toen Goedkoop 20 was. Hij herinnert zich boswandelingen met de honden, de ’kampvuurverhalen’ die loskwamen op zulke momenten, over de bush op Sumatra, de tijgers die er rondslopen. Maar ook over patrouilles waarop krijgsgevangenen waren gemaakt. Dan werd het donker en gingen die jongens lawaai maken. De patrouille werd een schietschijf. Dat konden ze natuurlijk niet gebruiken dus werd er een eind aan het lawaai gemaakt…
„Ik ben opgegroeid met dat puntje puntje puntje. Dan werd gezwegen. Maar waarover dan? Daar wilde ik achter komen. Ook als dat niet leuk is voor mijn opa, voor mijzelf, voor mijn neven en nichten die dit ook allemaal meekrijgen nu. Je hoopt toch echt dat de waarheid bevrijdend werkt. Maar dat punt heb ik nog niet bereikt.” Zijn peinzende blik valt op de verjaardagstaart op tafel. Goedkoop is 60 geworden. Hij grinnikt: „Puntje?”
Zijn opa bracht met zijn oma drie fijne, liefdevolle, zachtmoedige, empathische dochters groot, die alle drie gezinnen kregen ’met heel goeie mensen’. „Dat is toch wel een getuigenis van hoe mijn opa ook was. Godvergeten ingewikkeld is het dus, dat iemand die heel dicht bij aperte oorlogsmisdaden heeft gestaan, tegelijkertijd zo’n fatsoenlijk en honorabel mens was. En ik schrik nu ik dit zeg, want straks staat het in de krant en krijg je weer woedende reacties. Maar ik denk toch dat het zo is, dat die twee uitersten allebei waar zijn en dat dat niet mijn opa’s probleem is, maar ons probleem. Mijn probleem om te beginnen, dat ik die twee dingen niet meer bij elkaar krijg.”
„Ze zijn er allebei. Ik heb twee opa’s. Ik heb mijn opa zoals ik die had, van wie ik op een rare manier eindelijk ben gaan houden door de dingen die ik net noem. En dan is er de commandant die ik nu heb leren kennen. Het is één mens, maar ik kan er niet één mens van maken. Ik weet niet of dat nog komt. Bij de montage dacht ik: wat heb ik mezelf aangedaan? Wat ik heb ik de ploeg aangedaan, wat ga ik de kijker aandoen en waarom doen we dit in godsnaam allemaal, al die ellende?”
Het gezin Van Langen in Indië, links de nog jonge Rein. Foto: Familiearchief
Pathetisch
Een gedachte die hij zelf ’belachelijk en pathetisch’ vindt, is daarmee verbonden. „Ik denk dat ik soms in een oorlog ben geweest. Maar iets ervan is ook waar. Ik was ook ergens anders dan mijn eigen ploeg. Die doen hun werk, die bekijken dat technisch. Ze zien de emoties en denken, goede scène, goed gedraaid vandaag. Terwijl ik in een parallelle wereld zat. Heel gek, dat had ik nooit eerder meegemaakt.”
Goedkoop realiseert zich dat ’niemand in Nederland weet wie mijn opa is en dat zou hij zelf ook veel beter vinden’. „Je had commandanten in die strijd die hielden van de publiciteit. Generaal Spoor was een soort glamourboy, Raymond Westerling hield van een soort gewelds- en mannelijkheidscultus en vond het fantastisch Indonesiërs persoonlijk door het hoofd te schieten. Dat was mijn opa allemaal helemaal niet. Die heeft gedaan wat hij vond dat er moest gebeuren. Ook dingen waarvan hij niet vond dat ze moesten gebeuren. Maar je bent militair dus je gehoorzaamt wat er komt uit Den Haag, ook al zijn het slampampers daar.”
Hij is onderscheiden met de Bronzen Leeuw. „Mijn opa verachtte het ding. Een Militaire Willemsorde had hij moeten krijgen!” Goedkoop is ervan overtuigd, dat als de Nederlanders Djokja hadden kunnen houden en het gezag over de kolonie hadden kunnen herstellen, zijn opa als een van de grootste Nederlandse legerleiders de geschiedenis was ingegaan. „Vergelijkbaar met Michiel de Ruyter, die uit een zijarm van de Theems het Britse vlaggenschip wist weg te halen, waarvan de spiegel nog steeds bewaard wordt in het Rijksmuseum.”
Zijn opa geloofde in herstel van het Nederlandse gezag, maar zag Soekarno, die hij eigenhandig dood had willen schieten, triomfantelijk terugkeren om de stad weer in ontvangst te nemen. „Waanzinnig, dat de bijna-overwinning en de totale nederlaag zo dicht bij elkaar liggen. Vraag je mij hoe ik daar in sta, dan overheerst dwars door dit alles heen bij mij de gedachte: wat hebben die Indonesiërs geluk gehad en wat goed dat de Nederlanders deze strijd verloren hebben.”
Indonesia roept!
De achtdelige documentaireserie ’Indonesia roept!’, gemaakt door de redactie van ’Andere tijden’, wordt vanaf vrijdag 1 september wekelijks op NPO 2 uitgezonden, steeds meteen na ’Nieuwsuur’, om 22.10 uur.