,,Take me down to the paradise city, where the grass is green and the girls are pretty.” Het zijn zo ongeveer de laatste woorden die de zestigjarige Axl Rose iets na half elf donderdagavond zingt in het Groningse Stadspark tijdens een legendarische rockshow.
Wat heet, Guns N’ Roses hoeft eigenlijk alleen The Rolling Stones (1999) voor te laten als het gaat om het geven van de grootste show in het Noorden. Zonder Tina Turner (2000) tekort te willen doen, maar aan haar kleven minder direct termen als hedonisme en rebellie.
Truly memorable twittert Slash
Wat volgt is een diepe buiging die de Amerikanen na 190 minuten maken om de ruim 52.000 bezoekers te bedanken. Na 28 songs zit de klus erop en kan het enorme circus door naar Hellfest in Frankrijk voor het vervolg van de Europese tournee. Gitarist Slash twittert nog even voor hij gaat slapen, tenminste, als gitaargoden überhaupt slapen: ‘Massive rockin crowd in Groningen, NL today! People having a blast for as far as the eye could see, it wat truly memorable, Dank je! iiii}; )’.
Gedenkwaardig is de komst van de iconische rockband naar Groningen op voorhand al absoluut. De enige show in Nederland, waar de laatste keren steevast werd gespeeld in het Nijmeegse Goffertpark. Het publiek kwam dan ook overal vandaan, de Groningers konden eens op fiets. En ondanks die massaliteit bleef het sfeertje relaxed in een bloedheet Stadspark. Zelfs de lange rijen voor de veel te weinig en onhandig opgestelde dranktenten mochten de pret niet drukken.
Wie de bijna honderd euro neertelde, kreeg wat lengte van het concert betreft beslist waar voor het geld. Over de kwaliteit van het voorgeschotelde optreden valt te twisten. Maar eigenlijk is dat al decennia het geval, ook toen precies dertig jaar geleden in het kader van de Use Your Illusion World Tour in De Kuip werd gespeeld.
Gekte en hysterie
Nieuwe inzichten zijn er sindsdien nauwelijks gekomen, maar de mythe rondom een van de best verkopende bands ooit – met Slash en bassist Duff McKagan sinds een paar jaar terug op het oude nest – is alleen maar gegroeid. Wonderlijk, zeker als je beseft dat zelfs de meest verstokte fan zal toegeven dat Axl Rose al zolang een droeftoeter is die kampt met stemproblemen maar ondanks alles stug doorgaat. Heeft ook wel weer wat, want laten we eerlijk zijn, voor een beminnelijke streling van het oor is de rock van de band uit Los Angeles nooit bedoeld natuurlijk. Gekte en hysterie lijken beter van toepassing te zijn op de rock-’n-roll van dit stel.
Het fenomeen Guns N’ Roses verklaren is niet te doen, maar het moet iets te maken hebben met een vorm van romantiek, een liefde die bij velen ooit is ontstaan bij het verschijnen van Appetite For Destruction (1987) en ondanks overspel, relatiecrises en drank- en drugstoestanden nooit volledig naar de kloten is gegaan. Je weet dat dit niet de juiste partnerkeuze is, maar ja, liefde maakt blind en het verlangen nog eens wild te doen wil maar niet temperen.
Blikvanger
Voor Rose is het een geluk dat Slash een blikvanger van formaat is. Laat een kind een rockgitarist tekenen en het resultaat lijkt vast op hem. En Slash overtuigt wel en blijft fier overeind met de talloze lyrische solo’s waarin hij onder meer Jimi Hendrix eert. De geboren Brit tovert de ene na de andere gitaar tevoorschijn en leidt al met al de aandacht flink af van Rose. Die heeft het vanaf de opener It’s So Easy lastig, maar toont goede wil. ,,Hello, how are you all doing?” Veel meer zal hij vanavond niet zeggen en als hij al wat zegt is dat vrij onverstaanbaar.
Al vroeg komt Welcome To The Jungle langs (met Rumble van Link Wray als intro) en in Back To Black van AC/DC houdt Rose zich redelijk staande. Dat kan niet gezegd worden van de prestatie die hij levert in Live And Let Die (Paul McCartney), want dat lied zingt hij zo tenenkrommend dat je bijna medelijden kan krijgen met de rockster die er zelf vast lachend met de poen vandoor gaat. Echt vaart zit er niet in de breed uitgesponnen set die pas na een uurtje of twee een hoogtepunt krijgt middels Sweet Child O’ Mine.
Gevaarlijkste band ter wereld
Rose kruipt zowaar achter de piano voor het gevoelige November Rain: ,,Nothing lasts forever, and we both know hearts can change.” Het luidt de climax in die verder gaat met Bob Dylans Knockin’ On Heaven’s Door, even later in de toegift gevolgd door Patience. Rose heeft ondertussen voor de zoveelste keer van shirtje gewisseld en warempel, hij loopt op een drafje over het podium. Zonder noemenswaardig vuurwerk klinkt dan de monumentale gitaarriff van Paradise City en neemt Guns N’ Roses, 35 jaar geleden nog de gevaarlijkste band ter wereld genoemd, zonder een spoor van vernieling achter te laten vreedzaam afscheid.