Het invoeren van een rekenkundige ondergrens voor stikstof, wordt in de nieuwe plannen van het kabinet uitgesteld. Foto: Anjo de Haan
Gedwongen krimp van de veestapel blijft een optie als het stikstofpakket van het kabinet niet genoeg effect heeft. Minister Jaimi van Essen (Landbouw) wil daarnaast met een spoedwet de door boeren gehate kritische depositiewaarde (KDW) van tafel halen. Hij heeft ook honderd natuurgebieden in het vizier waar stevig moet worden ingegrepen.
Dat besluit ligt op tafel bij het kabinet, dat vrijdag een stikstofpakket wil presenteren. Dat melden ingewijden aan De Telegraaf, die ook vertrouwelijke kabinetsstukken in handen heeft. Het minderheidskabinet werkt op dit moment de laatste details van het pakket uit, dat eind van de week in Den Haag wordt gepresenteerd.
Volgens de plannen moeten er ’bufferzones’ van 500 tot 1000 meter rond stikstofgevoelige Natura2000-gebieden komen. Volgens stukken in handen van De Telegraaf gaat dat om in totaal honderd gebieden. Bij ruim driekwart wordt gemikt op 500 meter, maar op andere plekken is een grotere bufferzone van 1000 meter nodig. Voor de Veluwe, een van de meest overbelaste gebieden qua stikstof, wordt een speciale aanpak opgetuigd.
Stikstofdepositie in Natura2000-gebieden
Volgens bronnen bevat het pakket ook maatregelen waar boeren blij mee zijn. Dat laatste betreft de spoedwet die Van Essen zal aankondigen en die direct na de zomer in het parlement moet worden behandeld.
De door boeren zo gehate KDW (de maximale hoeveelheid stikstof die een natuurgebied kan incasseren zonder dat de natuur daar schade van ondervindt) verdwijnt daarbij uit de wet, melden ingewijden.
De huidige wetgeving schrijft voor dat de stikstofdepositie in Natura2000-gebieden onder de KDW moet blijven. Daardoor leidt elke extra uitstoot tot juridische blokkades, wat het verlenen van vergunningen bemoeilijkt en grote economische gevolgen heeft voor onder meer bouw en landbouw.
Concrete emissiedoelen
In plaats daarvan worden concrete emissiedoelen voor 2035 in de nieuwe spoedwet vastgelegd: een reductie van 42 tot 46 procent ammoniak voor de landbouw ten opzichte van 2019, 50 procent voor de industrie en 50 procent stikstofoxiden voor mobiliteit.
De sturing verschuift daarmee van neerslag naar daadwerkelijke uitstoot. Bovendien wordt voortaan uitgegaan van de feitelijke staat van de natuur, in plaats van een theoretisch model.
Rekenkundige ondergrens
Een andere versoepeling, het invoeren van een hogere stikstofgrens (de rekenkundige ondergrens), wordt volgens gelekte stukken op de lange baan geschoven. Die aanpassing zou op z’n vroegst in 2028 mogelijk zijn.
Met het nieuwe pakket wil het kabinet een juridisch ’geborgde’ aanpak neerzetten die stand moet houden bij de rechter. Daarmee zouden maatregelen kunnen worden doorgevoerd die eerder op politieke en juridische bezwaren stuitten.
Strenge koeiennorm nog niet van tafel
Boeren en provincies pleiten al langer voor deze wijziging: emissievermindering is volgens hen beter ’stuurbaar’ zodat boeren ook daadwerkelijk aan knoppen kunnen draaien om de uitstoot te verminderen.
Er komt volgens bronnen in de plannen ook een passage over een ’strenge koeiennorm’, bedoeld om de rundveestapel de komende jaren te verkleinen. Die maatregel ligt gevoelig bij boerenorganisaties, omdat deze niet gericht op stikstofreductie maar op verbetering van de waterkwaliteit.
En mocht er onvoldoende resultaat bereikt worden, houdt het kabinet hardere ingrepen als stok achter de deur. In de stukken wordt gesproken van een ’ultieme remedie’: „Het kabinet legt voor de sector landbouw sectorale stikstofplafonds wettelijk vast, zodat bij overschrijding van deze plafonds gekort kan worden op dier- of fosfaatrechten.” Dat houdt in dat boeren gedwongen nog verder in hun eigen veestapel moeten snijden.