Nederland is in West-Europa een buitenbeentje: waarom hebben we nog geen vrouwelijke premier? Illustratie: De Limburger
Nederland heeft nog nooit een vrouwelijke premier gehad. Hoe opmerkelijk is het dat een natie die zich lange tijd beschouwde als taboedoorbrekend ‘gidsland’ op dit onderdeel ver in de achterhoede zit? Over ambities, gemiste kansen, valse bescheidenheid en ‘heksificatie’.
De vraag waarom Nederland nog geen vrouwelijke minister-president heeft gehad wordt vaak gesteld, vooral in de aanloop naar verkiezingen. Zeker ook nu, in een politieke maand die door crisis, chaos en leegloop wordt gekenmerkt.
In 2019, Sanna Marin is dan net op haar 34ste de jongste premier ooit van Finland geworden, stelt het NOS Jeugdjournaal ook de vraag waarom Nederland kennelijk niet in staat is een vrouw aan het roer van het land te krijgen. Op dat moment zijn er dertien landen in Europa met een vrouwelijke premier. Waarom wij niet?
Het programma toont een kaartje van Europa waarop de landen met een vrouwelijke leider rood kleuren. Interessant wordt het als alle landen rood worden gekleurd die een vrouwelijke premier hebben of hebben gehad. Het overgrote deel van de landkaart verandert van kleur. En dan zie je dat Nederland in West-Europa een buitenbeentje is. ‘We’ worden omsloten als een Asterix-achtig dorpje onder een vergrootglas: hier is de laatste verzetshaard tegen een ontwikkeling die elders al heeft plaatsgegrepen. Zo lijkt het althans.
Een ‘kleinigheidje’: de vrouw moet het ook echt willen.
Toch is het niet zo simpel. Politicologe Liza Mügge van de Universiteit van Amsterdam (en directeur van het Amsterdam Research Center for Gender and Sexuality) legt in de uitzending uit dat de kans dat een vrouw premier wordt, sterk afhangt van de vraag of die vrouw leider is van een grote partij. En die grote partij moet bovendien als winnaar uit de verkiezingen komen waardoor de positie van premier kan worden opgeëist. Die twee hindernissen moeten worden genomen voordat er überhaupt sprake kan zijn van een vrouw als minister-president. En dan is er nog een ‘kleinigheidje’. De vrouw die in de positie komt om premier te worden moet het ook echt willen.
Neem nu de antwoorden die Caroline van der Plas (BBB) vorige week gaf op de vraag van een verslaggever van Trouw of ze de nieuwe premier van Nederland wordt. „Ik zal je heel eerlijk vertellen: ik denk dat het echt níks is voor mij. Niet dat ik de verantwoordelijkheid niet aankan, maar volgens mij beland je dan in een totaal andere, onwerkelijke wereld. Met het risico dat je het contact met de samenleving een beetje kwijtraakt, dat opeens allemaal communicatiemensen gaan bepalen wat jij moet doen. Daar zou ik enorm tegenop zien, dan heb ik niet meer het idee dat ik nog echt Caroline van der Plas ben (…) Nee, mensen moeten er niet vanuit gaan dat ik premier word. Liever niet.”
Het kan natuurlijk gaan om zelfkennis bij Van der Plas. Maar mogelijk speelt een fenomeen mee dat in vele studies naar voren komt: de zelfvertrouwen-kloof. Simpel samengevat: mannen hebben de neiging om hun kwaliteiten te overschatten en vrouwen hebben de neiging hun kwaliteiten te onderschatten. Het gaat dus niet om competentie. Als mannen en vrouwen exact dezelfde geloofsbrieven bezitten, zal de keuze vaker op de man vallen. Niet omdat die beter is, maar omdat hij minder twijfels heeft dan de vrouw.
Een stemmetje in je hoofd dat in je oor fluistert dat je eigenlijk niets kan
De succesvolle Amerikaanse zakenvrouw Sheryl Sandberg (Google, Meta) rept over dagen waarop ze wakker wordt, zich een fraudeur voelt en ze niet zeker weet of ze wel op de plek moet zitten waar ze is. Dit zogeheten imposter syndrome – een stemmetje in je hoofd dat in je oor fluistert dat je eigenlijk niets kan – komt bij getalenteerde mannen en vrouwen gemiddeld even vaak voor.
Maar het maakt onder vrouwen onevenredig veel slachtoffers omdat de cultuur waarin ze moeten wedijveren is afgestemd op (zich breed makende) mannen. Mannen hebben ook twijfels, maar laten zich daar minder vaak door stoppen dan vrouwen. Sterker nog: de man verdubbelt vaak de inzet. Als een vrouw bijvoorbeeld een promotie misloopt, heeft ze de neiging om te denken dat ze misschien niet goed genoeg is.
Binnen elke organisatie en ook binnen de politiek zijn er individuen naar wie beter geluisterd wordt en voor wie meer bewondering is dan voor anderen. Die personen (doorgaans mannen) behoren niet noodzakelijk tot de besten in hun vak. Ze bezitten ook lang niet altijd de meeste kennis. Wel stralen ze het meeste zelfvertrouwen uit. Daarnaast bestaat bij vrouwen een neiging om de schuld op zich te nemen als iets misgaat en omstandigheden aan te wijzen als ze succesvol zijn. Mannen doen vaak het tegenovergestelde.
Met Marga Klompé was het bijna raak
De reputatie van Nederland als slechtste jongetje van de klas is terecht wanneer je puur naar de statistieken kijkt. Maar het verbloemt ook dat het zeker één keer bijna raak was. De journalist Paul van der Steen schrijft in De Ongehoorde Helft (De eerste vrouwen op het politieke pluche) dat Nederland in 1967 het derde land ter wereld kan zijn met een vrouwelijke premier. De eerste vrouw als premier is Sirimavo Bandaranaike (Sri Lanka), de tweede Indira Gandhi (India). Nummer drie op dit podium aller tijden kan Marga Klompé (KVP) zijn. De linkervleugel van haar partij ziet in haar de ideale kandidaat na de verkiezingen die niet goed zijn verlopen voor de KVP. Die partij is wel nog de grootste, met het nu als sprookjesachtig klinkende aantal van 42 zetels. Ook partijleider Norbert Schmelzer noemt haar in een gesprek met informateur Jelle Zijlstra naast Piet de Jong als optie.
Klompé zelf houdt de boot af omdat ze vindt dat ze financieel-economisch onvoldoende is onderlegd. Van der Steen haalt de journalist Jan Rogier aan die dat betreurt. ‘Als een De Quay, een Marijnen en een De Jong daar kunnen zitten, is een Klompé er bijna te goed voor.’
In een dagboek dat Klompé bijhoudt, noteert ze dat de situatie psychologisch niet rijp is voor een vrouwelijke premier. Daarmee is de kans voorbij. De derde vrouwelijke premier ter wereld wordt niet Klompé maar Golda Meir (Israël). Ook in deze kwestie speelt mee dat Klompé haar kwaliteiten zeer waarschijnlijk onderschat. Of, zoals dat zo mooi wordt omschreven in de wetenschap, ze kan haar prestaties niet goed internaliseren. Er zijn van die momenten waarop ook de meest bescheiden geest tegen zichzelf moet kunnen zeggen: dat heb ik toch maar mooi geflikt.
‘Kenau-achtig en en geharnast’
Van der Steen typeert Klompé als een vrouw die zich keer op keer kwalificeert. ‘Als vrouwen in haar dagen meer dan honderd procent moesten geven om in aanmerking te komen voor hoge posten, dan voldeed Klompé moeiteloos aan de functie-eisen. Ze beheerste de dossiers en het politieke spel, wat betreft ijver en betrokkenheid was ze misschien wel ieders meerdere.’ Ze heeft eigenschappen zoals vasthoudendheid en assertiviteit die van een man makkelijker worden gepikt dan van een vrouw. De mannen om haar heen hebben in toenemende mate problemen met haar kordaatheid omdat ze die niet kunnen rijmen met hun vrouwbeeld. ‘Vuur en venijn wordt in het geval van vrouwen gauw synoniem wordt voor kenau-achtig en geharnast’, merkt Van der Steen op.
En dat zijn niet de enige problemen waarmee ambitieuze vrouwen in de politiek kampen. Plaatjes zoals die in het NOSJeugdjournaal liegen weliswaar niet als het puur gaat om het aantal vrouwelijke premiers. Maar wie goed kijkt, ziet dat veel vrouwen die door de jaren heen partijleider of regeringsleider zijn een conservatieve achtergrond hebben. Van Margaret Thatcher en Theresa May tot Angela Merkel. Veel vrouwen die het in Europa schoppen tot premier komen uit het rechtse politieke spectrum. In het geval van Giorgia Meloni (Italië) ook uit de extreemrechtse hoek.
Dat vrouwen niet allemaal dezelfde gedachten hebben over feminisme, vluchtelingenproblematiek of de rechten van lhbti’ers zou geen verrassing mogen zijn. Maar als zo’n vrouw macht krijgt of in een positie komt waarin ze macht kan uitoefenen, blijkt dat voor velen zo’n grote schok dat ze van schrik de loopgraven induiken.
Een recept voor ellende.
Rechts-populistische vrouwelijke politici als Marine Le Pen (Frankrijk), Rocío Monasterio (Spanje), Frauke Petry (Duitsland), Beata Szydło (Polen) en Siv Jensen (Noorwegen) veroorzaken groot ongemak en verhitte debatten omdat hun ideologie niet rijmt met gangbare denkframes over vrouwen. En dat vrouwen in Europa ook stemmen op vrouwen die geen expliciete feministische standpunten uitdragen, is voor velen al helemaal niet te volgen. Toch blijkt uit onderzoek dat dit stemgedrag vooral te maken heeft met zorgen over financiële zekerheid, baanzekerheid en goede kinderopvang. Het zijn die speerpunten die populistische partijen in heel Europa op hun sociale agenda hebben gezet, vaak verweven met anti-immigratiestandpunten.
Kijk ook naar de bliksemsnelle opmars van Caroline van der Plas in Nederland. Die werd bepaald niet gevierd als een toonbeeld van feministische daadkracht. Net zoals de kandidaatstelling van Dilan Yesilgöz-Zegerius voor het VVD-lijsttrekkerschap voor opvallende reflexen zorgde. Mannelijke maar ook vrouwelijke commentatoren met een andere politieke achtergrond dan de VVD-minister hadden het plots over haar als ‘de Turkse immigrant’ en ‘het mediaproduct’. Sommigen vonden het ook relevant om twintig jaar oude krantenknipsels te recyclen waaruit bleek dat Yesilgöz-Zegerius ooit links was. Dit lijkt een recept voor ellende. De bagger en vrouwenhaat die Sigrid Kaag over zich heen kreeg en leidden tot haar vertrek, lijkt nu ook te worden uitgespreid over de wegen die Yesilgöz-Zegerius wil bewandelen. Met dit verschil dat de drek nu uit een andere hoek komt.
IJzeren Rita en Geerts Angels
Maar of vrouwen nu ‘links’ of ‘rechts’ zijn, stereotypen zijn nooit ver weg. Er zijn de tamelijke platte en licht onnozele bijnamen zoals Iron Lady (Thatcher), Mutti (Merkel), IJzeren Rita (Verdonk) en Geerts Angels (Fleur Agema en Vicky Maeijer). Als de vrouw de ‘pech’ heeft om jong en aantrekkelijk te zijn, loopt ze ook het risico ongevraagd stempels opgedrukt te krijgen.
Vrouwelijke leiders zoals Jacinda Ardern (Nieuw-Zeeland) en Sanna Marin (Finland) hadden te maken met cheerleader-volgelingen. Maar je had ook critici die, op momenten dat dit hen uitkwam, meenden dat de vrouwen de functies dankzij hun uiterlijk hadden bemachtigd. En dan zijn er altijd nog in de tijd bevroren mannen die, zoals columniste Loes Reijmer het in een andere context formuleerde, hun ‘recht op een lekker wijf’ opeisen.
De ambitieuze vrouw op weg naar de top krijgt, aldus schrijfster Rebecca Traister (Good and Mad: The Revolutionary Power of Women’s Anger), steevast te maken met pogingen om van haar een karikatuur te maken. Ze is afwisselend: gemeen, boos, gek, elitair, lichtgewicht of huichelaar. En hoe succesvoller ze is, hoe heftiger haar competenties worden betwijfeld. Uiteindelijk wordt ook haar karakter gerecenseerd en, als de nood erg hoog is, moedwillig beschadigd. Dan is ze de bitch. Of de heks.
Annedieke Kuchler heeft het in een recent artikel voor Vrij Nederland over ‘heksificatie’. Dit is, schrijft ze, het internationaal middel tot eliminatie voor vrouwen die té zichtbaar zijn, té hoorbaar of té ambitieus zijn. Margaret Thatcher, Hillary Clinton, Angela Merkel en Sigrid Kaag hebben er allemaal te mee te maken (gehad).
Het zwarte-schaap-effect en jaloezie
En hoe zit het met vrouwelijke solidariteit? Kuchler haalt een onderzoek aan van de Universiteit Utrecht waaruit blijkt dat vrouwen op het werk de voorkeur geven aan een man met zelfvertrouwen boven een vrouw met zelfvertrouwen. ‘Wanneer de man blundert, zien vrouwen dat vaak door de vingers. Maar wanneer een medevrouw dezelfde fouten maakt, is het oordeel niet mals. Dit heet het zwarte-schaap-effect: mensen veroordelen de overtredende leden van hun eigen groep harder dan die van buiten de groep. Er speelt tevens jaloezie mee: waarom zij wel op die positie en ik niet?’
De feministische blogger Deborah Cameron merkte een paar jaar geleden op dat het hoogste tijd wordt dat we stoppen met het bekritiseren van vrouwelijke politici op manieren zoals we mannelijke politici nooit bekritiseren. Zolang die praktijk voortduurt zullen vrouwelijke talenten bedanken voor de eer. Het podium zal dan in handen blijven van mannen in blauwe pakken (en, met een beetje pech, ook nog leverkleurige schoenen eronder).
Nog twee adviezen van Cameron: kunnen we eens gaan denken en praten over vrouwelijke autoriteit op een manier die past bij de 21ste eeuw? Verder zou het ook helpen als het genre commentaren en cursiefjes van vrouwen in kranten en bladen die beginnen met ‘waarom ik als vrouw deze vrouw niet kan uitstaan’ in de vuilnisbak van de geschiedenis worden gesmeten.