Volk dromt samen voor het gerechtsgebouw in Leeuwarden op 16 november 1951, de dag die bekend werd als Kneppelfreed.
Infiltreerde de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) in de Ried fan de Fryske Beweging? Er zijn al decennialang hardnekkige geruchten waarin wordt beweerd dat de Friezen doelwit waren van de Nederlandse geheime dienst. Klopt dat? Deze krant vond de waarheid na een speurtocht in de BVD-archieven.
Het is kort voor middernacht, vrijdag 21 december 1951. De stilte aan de Willemskade in Leeuwarden wordt abrupt verstoord wanneer een baksteen bij nummer 31 door de ruit vliegt. Op een papiertje, met touw aan de steen vastgebonden, staat in blokletters AS DE STIENNEN SPREKKE. De woorden zijn gericht aan de bewoner: voormalig rechtbankvoorzitter Carel Willem Stheeman.
Even verderop in de Friese hoofdstad sneuvelen aan de Spanjaardslaan en de Engelsestraat nog eens twee ruiten. Wéér bakstenen, wéér met een boodschap. Ek dou, brút? bij de een. Kin it sa of moat de brânspuit helpe? bij de ander. De huizen zijn wederom allerminst willekeurig gekozen. In de één woont de politiecommissaris Arno Houwing, in de ander de commandant van de Rijkspolitie.
Politieman Houwing weet bijna zeker dat de Fryske Beweging achter de vernielingen schuilgaat. Een maand eerder diende in Leeuwarden een rechtszaak tegen Fedde Schurer, hoofdredacteur van de Heerenveense Koerier, activist en schrijver, uitmondend in rellen op het Zaailand. Die dag ging de geschiedenisboeken in als Kneppelfreed. In een rapport schrijft de commissaris dat er ‘met grote zekerheid kan worden aangenomen’ dat de ingegooide ruiten met Kneppelfreed te maken hebben.
Overtuigd van een staatsgevaarlijk complot
Drie maanden later krijgt Houwing zijn gewenste arrestatie. Nadat een politiek pamflet met Friese leuzen in Leeuwarden wordt verspreid, achterhaalt de politie via de drukkerij wie erachter zit. Dertien mensen worden verhoord, eentje wordt vastgezet: Govert Gezelle Meerburg alias schrijver/dichter Marten Sikkema. Drie dagen later komt hij vrij.
Een arrestatie vanwege een pamflet? Het lijkt overdreven, maar de politie was ‘overtuigd van het bestaan van een staatsgevaarlijk complot’, zo schrijft historicus Sjoerd van der Schaaf in zijn standaardwerk over de Friese beweging. ‘Moai wis is dat ek de Binnenlânske Feilichheitstsjinst meidien hat’, voegt hij eraan toe zonder enige bronvermelding. De Binnenlandse Veiligheidsdienst, de voorganger van de AIVD, zou achter de arrestatie van Friese activisten zitten.
Van der Schaaf is noch de eerste noch de laatste die beweert dat de Friese beweging doelwit was van de Nederlandse geheime dienst. Zo zegt Fedde Schurer in zijn postume autobiografie dat hij zijn eigen naam op ‘een lijst met gesignaleerde personen van de BVD’ heeft gezien.
In een verhalenbundel ter ere van de activistische auteur Eeltsje Boates Folkertsma stelt Albert Sustring van het Fries scheepvaartmuseum in Sneek zelfs dat de BVD de vereniging Striidboun Fryslân Frij wilde infiltreren – en dat ledenlijsten daarom geheim moesten worden gehouden. De geruchten stapelen zich op tot een rijke traditie.
In 2022 werden de dossiers openbaar
Nu, decennia later, kan feit van fictie worden gescheiden. Eind 2022 droeg de AIVD ruim 71.000 persoonsdossiers van de BVD over aan het Nationaal Archief in Den Haag. De Leeuwarder Courant dook de afgelopen maanden in de archieven in Den Haag en Leeuwarden. We vroegen de persoonsdossiers op van kopstukken uit de Friese beweging, spitten door vertrouwelijke memo’s en verslagen, en volgden het spoor naar een geheime briefwisseling.
Het zoekwerk begint tussen de tienduizenden persoonsdossiers. De allereerste naam die opkomt – Fedde Schurer – blijkt gelijk een voltreffer. Ook Jan Piebenga, oud-hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant, komt in de archieven van de geheime dienst voor.
Maar de reeks voltreffers komt al snel ten einde: er blijkt over een groot aantal personen uit de Friese beweging nooit enig dossier te zijn gevoerd. Enkele voorbeelden, in willekeurige volgorde: Douwe Tamminga, Douwe Kalma, E.B. Folkertsma, Tony Feitsma, Roel Falkena, Haring Piebenga en nog een handjevol anderen. Zelfs Govert Gezelle Meerburg, volgens Sjoerd van der Schaaf opgepakt onder toeziend oog van de BVD, heeft de geheime dienst nooit kunnen interesseren.
BVD toont lauwe interesse in Schurer
Fedde Schurer heeft dus wél een persoonsdossier – dat 18 jaar lang werd bijgehouden – maar zijn bemoeienis met de Friese zaak wordt daarin geen enkele keer genoemd. Schurers pacifistische campagnes en socialistische artikelen worden met lauwe belangstelling door de inlichtingendienst gedocumenteerd.
Een brief van de Nederlandse ambassadeur in Moskou is misschien het hoogtepunt. Hij wijst de BVD op een ‘onzinnig’ en wellicht gevaarlijk artikel dat Schurer in het communistisch dagblad De Waarheid publiceerde. Na Schurers overlijden in 1968 wordt er nog een handjevol necrologieën bewaard, maar in het dossier valt het woord Kneppelfreed verder geen enkele keer.
Hetzelfde gaat op voor Jan Tjittes Piebenga, oud-hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant, PvdA-statenlid en een voornaam ‘Fries beweger’. Zijn decennialange inzet voor de Friese zaak blijft nagenoeg geheel onbesproken in zijn dossier, waarvan meer dan de helft bestaat uit krantenknipsels uit 1953. Piebenga sprak dat jaar – naar eigen zeggen per ongeluk – op een conferentie van extreemrechtse Vlaamse nationalisten.
Eén ding valt op. Helemaal achter in Piebenga’s dossier ligt een vergeeld strookje papier. Nov 51. spr. op protestverg. georg. door de Friese beweging te Leeuwarden. OD 1073 staat erop. Piebenga sprak volgens de BVD in 1951 bij een protestvergadering in Leeuwarden, zo blijkt uit een onderwerpsdossier (OD) met nummer 1073.
Behalve de tienduizenden persoonsdossiers beheert het Nationaal Archief ook de onderwerps- of zaakdossiers van de BVD, maar enkel van de jaren ‘48 tot ‘52. De duizenden zaakdossiers zijn – net als de persoonsdossiers – voor het overgrote deel gericht op communistische organisaties. Onderaan de lijst, tussen het kopje over een daklozenopvang en een Utrechts persbureau, staat OD 1073: Stukken betreffende de Strijdbond Fryslân Frij.
Striidboun blaft wel maar bijt niet
Op 24 maart 1948 ligt er een brief op het bureau van politiecommissaris Arno Houwing in Leeuwarden. Het is een verzoek van niemand minder dan J.G. Crabbendam, hoofd van de extremisme-afdeling van de Nederlandse inlichtingendienst. Er is een nieuwe organisatie opgericht voor Fries zelfbestuur, zo heeft de BVD meegekregen via de Nieuwe Rotterdamsche Courant. ‘Ik moge U verzoeken mij zo uitvoerig mogelijk omtrent deze bond te willen inlichten’, vraagt Crabbendam. Zo begint OD1073, het dossier over Striidboun Fryslân Frij.
Twee weken later krijgt Crabbendam antwoord. Houwing noemt het artikel in NRC een ‘sensatiebericht’ geschreven door voorzitter E.B. Folkertsma, die eigenlijk ‘een absolute tegenstander is van een staatkundig zelfstandig Friesland’. De andere bestuursleden van de Striidboun neemt hij de maat. Albert Sustring is ‘het type van de teleurgestelde zakenman, die een hekel aan Haagse ambtenarij heeft … waarschijnlijk de minst principiële persoonlijkheid in deze beweging.’ De nummer 3 in de organisatie, Govert Gezelle Meerburg, ‘kan moeilijk als volbloed Fries beschouwd worden’. Gezelle Meerburg was een geboren Utrechter (1918) die in de oorlog onderdook in Friesland en toen het pseudoniem Marten Sikkema aannam.
Commissaris Houwing stelt de inlichtingenchef gerust: de Striidboun blaft wel, maar bijt niet. Het zijn geen échte separatisten, en, misschien nog wel belangrijker, ook geen communisten. Folkertsma en de zijnen willen ‘... hoofdzakelijk dat in de laagste klassen van de lagere school het onderwijs geheel in de Friese taal wordt gegeven’. De vereniging pleit weliswaar voor meer zelfbestuur, maar ‘een dergelijk streven is eveneens waar te nemen in de provincies Groningen, Drente, Noord-Brabant en Limburg’.
CdK Linthorst Homan houdt kwestie levend
Met deze geruststelling zou de kous af kunnen zijn. Eén man houdt echter hoogstpersoonlijk dossier 1073 in leven: Harry Linthorst Homan, commissaris van de Koningin in Friesland. Hij is kort na de oorlog benoemd, ondanks bezwaren vanuit delen van de Friese beweging over niet-Friezen in belangrijke bestuursfuncties.
Linthorst Homan stuurt een gestage stroom aan brieven naar Den Haag, zo blijkt uit stukken in Tresoar, het provinciaal archief van Friesland. Nog vóór het verzoek van de BVD aan de Leeuwarder politiecommissaris mengt de CdK zich in de zaak. ‘Ik beschouw deze acties als separatistisch’, schrijft hij over de Striidboun, in een brief aan de hoogste ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken. De BVD, die onder het ministerie valt, opent de volgende dag een dossier.
Wanneer enkele maanden later de geheime dienst zijn interesse lijkt te verliezen – er komen alsmaar minder krantenknipsels en memo’s in het dossier – is het Linthorst Homan die ogenschijnlijk de zaak weer aanduwt. Wanneer hij in 1950 een serie brieven stuurt over ‘Friese federalisten’, ditmaal geadresseerd aan Buitenlandse Zaken, komt ook dossier 1073 weer tot leven.
De BVD stuurt direct verzoeken aan de politie in Groningen en Drachten, op zoek naar informatie over een Fries lid van een federalistische commissie. De inlichtingendienst krijgt te horen dat de man – Freerk Jan Bergstra, doopsgezinde ziekenhuisassistent – ‘politiek volkomen betrouwbaar is’. Daarmee is de dienst weer gesust: het dossier blijft ruim een jaar onberoerd liggen.
De plotse interesse in Bergstra zal de laatste keer zijn dat de BVD actief om inlichtingen over de Striidboun vraagt. De dienst ontvangt wel een verslag van een protestvergadering na Kneppelfreed – de vergadering waarnaar het vergeelde papiertje verwijst in Jan Piebenga’s dossier. In de vaste politieke maandreportages aan de BVD komen de ingegooide ruiten en de arrestatie van Govert Gezelle Meerburg nog wel aan bod. De inlichtingendienst archiveert het allemaal netjes, maar stelt verder geen vragen. Ook Linthorst Homan houdt zich stil.
BVD heeft wel iets beters te doen
Op 12 november 1952 wordt het dossier 1073 gesloten. Een Friese politiecommandant heeft het zoveelste krantenknipsel naar Den Haag gestuurd, aangevuld met een verslag van een openbare bijeenkomst van de Striidboun in IJlst. Hij schrijft ‘gaarne op de hoogte gesteld willen worden’ over het standpunt van de BVD.
De dienst is er kort over. ‘Aan de Friese Beweging in haar geheel en ook aan de Strijdbond „Friesland Vrij” wordt tot nu toe dezerzijds geen speciale aandacht besteed, daar van enige politiek-extremistische activiteit nog niets is gebleken’. De Friese autoriteiten mogen zeker contact opnemen mocht er nog eens iets gebeuren, maar de BVD heeft eigenlijk wel iets beters te doen.
Met het summiere bericht komt een einde aan vier jaar halfbakken surveillance op de Friese beweging. In het archief valt geen enkel bewijs te vinden voor de beweringen van Van der Schaaf, Schurer of Sustring. Het is een veelzeggend feit dat over E.B. Folkertsma – nota bene de bestuurder van een ‘gevolgde’ organisatie – nooit een dossier is aangelegd.
Na het scheiden van feit en fictie blijkt de Friese traditie van geruchten over spionage vooral dát te zijn: geruchten. Meer niet.
Voormalig BVD'er: 'Het geschetste beeld is zeer herkenbaar'
We legden onze bevindingen voor aan Berrie Hanselman, voormalig analist bij de BVD en AIVD. Hij is gespecialiseerd in politiek extremisme, en na veertig jaar bij de inlichtingendienst promoveert hij nu aan de Universiteit van Leiden op links-extremistisch geweld.
„Het geschetste beeld is zeer herkenbaar”, bevestigt Hanselman. Het is volgens hem wel vaker voorgekomen dat de BVD een dossier opende op basis „van meldingen uit de burgerij”, zoals het geval lijkt te zijn geweest met de Friese beweging en CdK Linthorst Homan. „Meestal had het niets van doen met de door de BVD (en later AIVD) gehanteerde criteria voor nadere monitoring, zoals bedreiging van de veiligheid van de staat of de democratische rechtsorde.”
De campagne van Linthorst Homan valt daarmee in een categorie die Hanselman wel kent. „Rancune: men wilde iemand een hak zetten.” Er was niet altijd kwade zin in het spel, benadrukt de oud-AIVD’er. In andere gevallen leed de BVD eerder onder ambtelijk enthousiasme. „In veel gevallen betrof het overijverige (politie)ambtenaren, die alle onduidelijke – en vaak dus anonieme – informatie eenvoudig ‘over de Haagse schutting’ gooiden.”
Het feit dat mannen als Schurer, Sustring en Van der Schaaf zelf meehielpen om geruchten de wereld in te helpen, valt terug te voeren op een oppervlakkig eigenbelang: „Borstklopperij en ijdelheid. Bekend is dat veel leden van de rechtse of linkse beweging uiterst teleurgesteld waren (en zijn), wanneer bij een Wob/Woo-verzoek bleek dat er bij de dienst niets over hen verzameld was. Dan had je in feite immers toch maar weinig voorgesteld.”
Het dossier over Striidboun is een typisch voorbeeld van ‘loze inlichtingen’, aldus Hanselman. „Een mooi voorbeeld van een dergelijk – ook spoedig beëindigd – vooronderzoek was de melding van activiteiten van de Achterhoekse Afscheiding Partij (AAP), die als leus had Mear puntdroad langs d’n IEssel. Als ik mij niet vergis, kwam deze grap uit de periferie van rockband Normaal.”
Dit verhaal kwam mede tot stand door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.