Uit het Nieuwsblad van het Noorden van 25 juli 1979
Het beruchte links-radicale Rood Verzetsfront – met zijn hoofdkwartier in Nieuweroord – beperkt zich vanaf februari 1979 niet langer tot het verspreiden van propagandaposters. Het vorige week verschenen boek Het Rood Verzetsfront, in het vizier van de geheime dienst onthult hoe de groep besluit de ‘antikapitalistische strijd’ gewapenderhand verder te voeren.
De gordijnen zitten stijf dicht, het is winter 1979. De woonboerderij in Nieuweroord, een dorp met enkele honderden inwoners, ligt ronduit strategisch.
Niemand benadert ongezien het hoofdkwartier van het Rood Verzetsfront (RVF), een links-extremistische organisatie die sympathiseert met de West-Duitse terreurorganisatie Rote Armee Fraktion (RAF). Elke auto wordt direct opgemerkt op de lange weg naar de boerderij, net als elk onbekend gezicht in het dorp.
Het hoofdkwartier is de woonboerderij van echtpaar Adrie Eeken en Ciska Eeken-Brakenhoff, kernleden van de radicale organisatie. Binnen staat de drukpers van de groep. Stapels propagandamateriaal liggen er, gedrukt voor terroristische groeperingen uit heel Europa. Per post worden ze verstuurd. Inlichtingendiensten proberen die zendingen telkens te onderscheppen. Hier worden de groepsvergaderingen gehouden. Voor correspondentie wordt een postbus gebruikt in de dichtstbijzijnde grote plaats: postbus 384, Hoogeveen.
De radicaal-linkse groep opereert tot dan toe geweldloos: ze plakken voornamelijk posters door het hele land, op het hoogtepunt in 42 plaatsen, verspreid van Groningen tot het Zeeuwse Oost-Souburg. Protesten zijn het, veelal tegen de Duitse staat die jacht maakt op RAF-terroristen en tegen de detentieomstandigheden van gearresteerde RAF-kopstukken. Vanaf 1977 verspreidt de groep in totaal 82 affiches, allemaal openlijke sympathiebetuigingen aan de RAF, inclusief het beruchte RAF-logo met de rode ster en het aanvalsgeweer Heckler & Koch MP5.
Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig is het hoogtepunt van de strijd tegen het ‘kapitalistische uitbuitingssysteem’. In andere Europese landen wordt die strijd gewapend gevoerd. Stadsguerrillagroepen ontstaan her en der. In de Bondsrepubliek Duitsland de , de en de . In Italië de en , in Spanje de , in Frankrijk en in België de . Stuk voor stuk terreurorganisaties, verantwoordelijk voor bomaanslagen, spraakmakende ontvoeringen van industriëlen, schietpartijen en zelfs executies.
Vergeleken daarmee is de RVF volstrekt geweldloos. Tot de winter van 1979 richten de RVF-activisten vanuit het Drentse hoofdkwartier zich op demonstraties, bijeenkomsten, enkele militante acties zoals bezettingsacties, een wegblokkade, het tot stoppen dwingen van treinen naar Duitsland en dus het drukken en verspreiden van RAF-propagandamateriaal. Legendarisch is de verstoring van een televisie-uitzending met Helmut Kohl in een studio in Den Haag door enkele RVF-leden, die Kohl tot wanhoop drijven met hun vragen. De Nederlandse geheime dienst BVD betitelt RVF-leden dan nog als relatief ongevaarlijke ‘plaktivisten’.
Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig is het hoogtepunt van de strijd tegen het ‘kapitalistische uitbuitings-systeem’
Maar dit verandert radicaal in februari 1979, tijdens een weekendlange, geheime vergadering van enkele RVF-leden. Zij besluiten dat de tijd is gekomen voor de gewapende strijd in Nederland. ‘Door een aantal mensen binnen het RVF werd al geruime tijd in deze richting gedacht, niet in de laatste plaats door het Drentse onderwijzersechtpaar Adrie Eeken en Ciska Eeken-Brakenhoff, die in de zomer van 1976 een guerrillatraining hadden gevolgd in de Democratische Volksrepubliek Jemen’, schrijft Paul Moussault, één van de RVF-kernleden, in zijn vorige week verschenen boek .
Het is een ronduit onthullend boek, gebaseerd op een indrukwekkende verzameling overheidsdocumenten van binnen- en buitenlandse politie- en inlichtingendiensten (deels geclassificeerd), interviews, persoonsdossiers van de Binnenlandse Veiligheidsdienst en het interne archief van de militante organisatie.
De schrijver was zelf kernlid van RVF en werd ooit gearresteerd wegens vermeende betrokkenheid bij de smokkel van springstof-ontstekers en 1043 gram van het uiterst explosieve TNT in een blik vruchtensap via Schiphol. De zaak tegen hem werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Moussault is alleen veroordeeld wegens „het onrechtmatig aanbrengen van plakkaten op de openbare weg. Meestal werd dit bestraft met een geldboete”, zegt hij zelf.
In het boek, waar hij drie jaar aan werkte, onthult Moussault het bewuste besluit van de organisatie om gewelddadig actief te worden, het pad op te gaan van gewapend ‘verzet’, net als Europese zusterorganisaties.
De legale activiteiten van het Rood Verzetsfront zouden nog slechts een dekmantel zijn voor illegale handelingen: de stadsguerrilla. De militaire tak krijgt de naam ‘B-groep’. Die groep begint vrijwel onmiddellijk na die beruchte vergadering met het bijeen harken van de benodigdheden, zoals beschreven in Zuid-Amerikaanse handboeken voor de stadsguerrilla: motorvoertuigen, geld, munitie, wapens, explosieven en valse paspoorten, aldus Moussault. Vanaf dat moment verschijnen sporadisch krantenkoppen over de acties, maar niemand weet van de onderliggende strategie, die Moussault in het boek beschrijft.
De nieuwe tactiek is de wáre reden achter bijvoorbeeld de gewapende overval op het gemeentehuis in Groningen, 29 juni 1979. Onder bedreiging van een vuurwapen ontfutselen RVF-leden Joop Bolt en Ferdie Westen 45 blanco paspoorten van de stomverbaasde en geschrokken ambtenaren. Het RVF-duo, dat ervandoor gaat in een gestolen auto, wordt binnen een uur gearresteerd na een klopjacht tussen Appingedam en Farmsum.
Het spoor leidt al snel naar de boerderij van het echtpaar Eeken in Nieuweroord, het RVF-hoofdkwartier, waar Ferdie Westen de dagen voor de overval verblijft. Justitie doet een inval. ‘’ kopt op 25 juli 1979. Erbij staat een foto van Adrie Eeken.
Bij huiszoeking worden niet alleen RAF-pamfletten gevonden, maar ook een serie foto’s van medewerkers van de Nederlandse geheime dienst BVD en de landelijke en regionale Criminele Informatie Diensten van de politie. Het bewijst dat het RVF actief bezig is met contra-inlichtingen: het in kaart brengen van de tegenstander. Het RVF ontpopt zich tot een tegenstander van formaat.
Met de gewapende overval staat het Rood Verzetsfront definitief op de kaart bij Europese terreurorganisaties. Telexen ratelen tussen inlichtingendiensten door Europa met informatie over de groep. Zelfs de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst CIA benoemt de RVF in rapportages. Een heimelijke oorlog start, die af en toe de krantenkolommen haalt. Het grote publiek weet niet dat er een Nederlandse RAF-achtige organisatie groeit – met in ieder geval dezelfde ambities – met het hoofdkwartier in Drenthe.
In kringen van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en justitie is het Rood Verzetsfront daarentegen topprioriteit. Veel van de ambtelijke verslagen over de aanpak van de RVF worden in het boek gebruikt. Het Drentse hoofdkwartier en de RVF-leden worden permanent geschaduwd. Dat leidt soms tot hilarische situaties, waarbij ‘vissers’ langs de waterkant al te opzichtig de boerderij observeren.
Op 28 februari 1980 – exact een jaar na de geheime vergadering van het RVF – explodeert een bom bij de woning van de toenmalige hoofdofficier van justitie mr. J.M. Schampers in het Gelderse Heelsum. De aanslag wordt opgeëist door de onbekende groep Rood Volksverzet, maar politie- en inlichtingendiensten priemen met hun vingers richting het Rood Verzetsfront: dat zijn de ware daders. De aanslag, die met claimbrieven wordt opgeëist, is een wraakactie voor de mishandeling in de gevangenis van paspoortendief Joop Bolt, lid van het Rood Verzetsfront. De explosie slaat een gat in de tweesteensgevel. En weer leidt het spoor naar de woonboerderij van het Drentse echtpaar Eeken. Voor de tweede keer vallen politie en justitie binnen.
Adrie Eeken wordt gearresteerd op verdenking van medeplichtigheid. Hij heeft bij zijn arrestatie pistoolpatronen bij zich. De Criminele Recherche Informatie (CRI) schrijft op 5 mei 1980 over de aanhouding: ‘In verband met de aanslag werd een onderzoek ingesteld in de woning van A.G.T. Eeken te Nieuweroord. Aangetroffen werden een campinggasfles, een wekker en wat elektrische bedrading. Echter geen aanwijzingen voor de bomaanslag bij de woning van mr. Schampers. Op maandag 3 maart 1980 werd in de trein op het station Rotterdam A.G.T. Eeken aangehouden in verband met het in zijn bezit hebben van honderd patronen kaliber 7.65 mm. (...) Eekens was bij zijn aanhouding verder nog in het bezit van een groot aantal claimbrieven van de bomaanslag bij de woning van mr. Schampers ondertekend door het .’
Uit een verslag van een vergadering van de Adviescommissie terreurbestrijding van 12 maart 1980 blijkt dat in het Drentse hoofdkwartier heel wat interessants is gevonden, zoals ‘een origineel stencil waarmee de claimbrieven waren gemaakt en een schrijfmachine waarop de totale tekst van de claimbrieven stond’. Ook de administratie van de radicale groep wordt meegenomen.
De doorzoekingen en ondervragingen van arrestanten leveren het beeld op dat het echtpaar Eeken inmiddels diep verzeild is geraakt in gewelddadige revolutionaire kringen. In een proces-verbaal staat dat Eeken voor 1200 gulden een vervalst paspoort en rijbewijs levert aan een man, die op zijn beurt pistoolkogels regelt. De mannen ontmoeten elkaar op de woonwagenschool in Noordscheschut, waar Eeken schoolhoofd is. Uit CRI-stukken blijkt dat Eekens eerder een partij van vijftig patronen 9 mm koopt via diezelfde kennis. Het lettertype van de bomclaimbrief blijkt hetzelfde als op het valse rijbewijs dat Eekens levert aan de kennis.
Opnieuw verschijnen summiere krantenartikelen over de gearresteerde ‘onderwijzer Adrie Eeken uit het Drentse Nieuweroord’. Via zijn advocaat ontkent hij iets met de bomaanslag te maken te hebben. Het meldt op 5 maart 1980 dat het al de tweede huiszoeking in korte tijd is in het huis van de familie Eeken.
De BVD weet vooraf van de ophanden zijnde aanslag, onthult auteur Paul Moussault. Sterker, de politie heeft daags ervoor een indringend gesprek met het Drentse echtpaar Eeken om het onzalige plan uit het hoofd te laten. In het Tresoar-archief in Leeuwarden vond Moussault een verslag van een vergadering van de procureurs-generaal op 6 maart 1980: ‘Van betrouwbare zijde was het de BVD bekend dat de aanslag zou plaats vinden.’ Daarom zijn de hoofdofficier en zijn vrouw tijdig geëvacueerd, hun plaatsen ingenomen door politieagenten van de Groep Bijzondere Opdrachten van de gemeentepolitie Arnhem.
De gemeentepolitie Renkum schrijft, in een stuk dat is teruggevonden in het Gelders archief: ‘De groepering (die de bomaanslag claimde, red.) is een naam die wordt gebruikt door het Rood Verzetsfront. Uit eerder onderzoek is gebleken dat het brein achter het Rood Verzetsfront de familie Eeken is. Ook het trefpunt van de aanhangers daarvan en de coördinatie en ledenadministratie wordt vanuit de woning van Eeken verzorgd.’
Na zeven dagen hechtenis komt Adrie Eeken op 10 maart 1980 vrij. Eeken blijft ontkennen iets te maken te hebben met de aanslag. Hij wil een eis tot schadeloosstelling indienen. Na zijn vrijlating blijft de politie hem observeren en afluisteren. Op 23 juli 1980 overlijdt officier van justitie Schampers. In de notulen van de vergadering van de Adviescommissie Terreurbestrijding op 10 september 1980 staat hierover: ‘Spreker zegt dat naar zijn mening enig verband tussen de bomplaatsing en het overlijden van de heer Schampers niet is weg te denken. Degenen die de bom hebben geplaatst zullen zeer zeker het verband zien.’
Geheime dienst BVD schrijft in een intern stuk dat ‘de RVF de afgelopen maanden duidelijk een andere koers is gaan varen. (...) Tevens werd vastgesteld dat een verharding in de activiteiten van het RVF heeft plaatsgevonden en men overgegaan is tot het gebruiken van geweld.’
Volgens het College van Procureurs-Generaal waren er zelfs plannen voor een aanslag op kasteel Drakensteyn, het buiten- en gastverblijf van koningin Beatrix en prins Claus. Ex-RVF-kernlid Paul Moussault zegt desgevraagd dat dit „volledig uit de lucht is gegrepen”. „We hebben tijdens het onderzoek voor dit boek geen enkel spoor kunnen vinden.”
Er volgt nog een bomexplosie. Op 16 juni 1980 wordt het pand Quellijnstraat 64 in Amsterdam totaal verwoest. De kracht van de ontploffing is zó groot dat in de dakgoot van een pand aan de overkant een olieradiator wordt teruggevonden die door de explosie uit het pand is geslingerd. Elders vindt de politie een stuk staal dat zich door een raam in een kast heeft geboord.
En wéér leidt het spoor naar de woonboerderij in Nieuweroord. Want in het geëxplodeerde pand waren RVF-leden Henk Wubben en Ciska Eeken-Brakenhoff aanwezig. In Groningen wordt een lid van het Rood Verzetsfront gearresteerd, in Amersfoort wordt Wubben opgepakt en er wordt landelijk een opsporingsverzoek verstuurd voor de voortvluchtige Ciska Eeken. Wéér wordt huiszoeking gedaan in de Drentse woonboerderij.
Henk Wubben, de huurder van de geëxplodeerde woning in Amsterdam, heeft bij zijn aanhouding een ‘terroristisch arsenaal’ bij zich, dat erop wijst dat hij een bank wil overvallen: twee pistolen van het merk CZ, in de kalibers 7.65 en 9 mm, patroonhouders, een bruine pruik, gestolen kentekenbewijs, gestolen rijbewijs, een gestolen legitimatiebewijs en situatietekeningen van een bankinstelling. Bij doorzoekingen vindt de politie twee vaten van 50 kilo elk met grondstoffen voor het maken van explosieven: kaliumchloraat, een grote zak met 50 kilo zwavel en vreemd genoeg ook een uniform van een 1ste luitenant van de eenheid Limburgse Jagers. Wubben wordt in hoger beroep tot vier maanden cel veroordeeld.
In haar derde kwartaaloverzicht schrijft de BVD met gevoel voor humor: ‘Deels door oplettendheid aan overheidszijde, deels door ondeskundigheid aan de kant van het RVF werden bomaanslagen voorkomen. Dat het RVF de kunst van het zelf vervaardigen van explosieven nog niet geheel onder de knie heeft, ondervonden de bewoners van het pand Quellijnstraat 64 te Amsterdam van dit jaar. Onder die bewoners bevonden zich Ciska Eeken en Henk Wubben, die na de explosie van een vermoedelijk door hen vervaardigde bom, slechts licht gewond, konden vluchten.’
Voorjaar 2018. De gordijnen zitten niet meer stijf dicht bij de legendarische woonboerderij in Nieuweroord. Ciska Brakenhoff woont er niet meer; zij is verkast naar een anoniem rijtjeshuis in Almere. Haar ex-man Adrie woont er nog wél, met zijn nieuwe vrouw. Bij twee bezoekjes is hij telkens niet thuis.
Zijn vrouw zegt, in de deuropening: „Dit is allemaal zo ver in het verleden, we hebben een compleet ander leven nu. Toen ik hier vast kwam wonen, heb ik al die posters van de muren gescheurd. Ik wilde met die hele zooi niets te maken hebben. Al die fanatieke lui, dat wilde ik niet. Adrie is er ook mee gestopt. Ik laat hem wel even terugbellen. Goh, dat dat nu nog steeds interessant is. Ja, het was ook wel een roerige tijd. Dat is toen allemaal ontstaan door de Vietnam-oorlog. Bereid tot plegen van geweld? Ciska zei altijd dat die explosie in Amsterdam was gepleegd door de geheime dienst. Ze zou in het pand hebben liggen te slapen en is daarna naakt het raam uitgeklommen langs de regenpijp. Dat vertelde ze ons. Schrijft Paul dat het een zelfgemaakte bom was? Nou ja, we moesten het maar eens gaan lezen, dat boek.”
Heeft auteur Paul Moussault niet het gevoel dat hij uit de school klapt, in de zin dat alle informatie over het Rood Verzetsfront en alle betrokkenen – die hij met naam en toenaam noemt – nu op straat liggen? „Nee, in het geheel niet. De onderliggende documenten zijn afkomstig uit openbare archieven, die voor wetenschappelijk onderzoek door eenieder geraadpleegd kunnen worden. Ook heeft een aantal personen hun persoonsdossier, dat door de BVD over hen was aangelegd, ter beschikking gesteld, en zijn er interviews gehouden met betrokkenen.”
Volgens Moussault is de RVF „nooit effectief geïnfiltreerd” door inlichtingendiensten. „Er zijn verschillende infiltratiepogingen geweest, ook door buitenlandse veiligheidsdiensten. Er waren wel mensen met wie het RVF contact onderhield van wie later bleek dat zij als informant actief waren, voor de BVD of de Politie Inlichtingendienst. Het feit dat de geheime dienst probeert om agenten dan wel informanten binnen een organisatie te krijgen, is slechts een kant van de medaille. De andere kant is de vraag of ze daarmee werkelijk de mogelijkheid heeft gehad om invloed uit te oefenen. De geschiedenis van het RVF laat zien dat dit haar niet is gelukt.”