Verslaggever Johan Stobbe is bij de Olympische Spelen in Milaan. Eigen foto
Commotie in de catacomben van de olympische schaatsbaan. Zodra ik door het zwarte plastic glip om richting de mixed zone te lopen, houdt een streng uit de ogen kijkende Italiaanse agent me zondagavond tegen.
Ook vrijwilligers van de organisatie zijn duidelijk. We mogen er niet langs. In geen geval. En dat is uiterst vervelend, of beter gezegd: hoogst irritant. Ik moet richting Chris Huizinga, die even eerder de tunnel op het middenterrein inliep. Wat hij vond van zijn race is even belangrijker dan alles waarvoor dit gebiedsverbod is uitgevaardigd.
Even vrees ik dat de maatregelen rond het koningshuis zijn aangescherpt, omdat ik een dag eerder bijna tegen een koning botste. Maar nee, de Oranjes liepen eerder in de middag gewoon rond achter de schermen. Dat kan het niet zijn.
Ondoordringbare versperring
Ik doe nog een poging en voel dat ik rood aanloop. We worden flink gehinderd in ons werk, terwijl dit toch echt de voorgeschreven mediaroute is. Ik probeer een andere weg, maar ook die is kansloos. Ik kom er niet langs. Een ‘security issue’, iets met veiligheid.
Een vrijwilliger met meer strepen op de mouw neemt het voor me op, maar ook hij loopt tegen de muur aan. Al zijn we wel door de eerste versperring heen. De tweede is echter ondoordringbaar.
In elk geval zie ik twee in het zwart geklede agenten met een zilveren badge op de buik. Ze zijn niet te vermurwen. Alle argumenten die ik met stemverheffing op tafel mik, worden afgewimpeld. Nog twee minuten wachten. Ik druk de stopwatch op de telefoon aan.
Huiselijk tafereel
Een collega maant me tot rust. Hij heeft eerder in de gaten wie deze mannen zijn. Ze komen uit Amerika en beveiligen hun vice-president. J. D. Vance, eerder uitgejoeld bij de openingsceremonie, is in het stadion. Ik was de enige die dat kennelijk was ontgaan.
En dan ineens loopt Vance voorbij. Dochter op de arm, zoon aan de hand. Was hij niet omringd door een batterij beveiligers, dan was het gewoon een huiselijk tafereeltje in de wandelgangen geweest.
Vicepresident J. D. Vance met zijn kinderen op de tribune van het schaatsstadion. Foto: AFP
Nu snap ik de overdreven maatregelen iets beter. En ik meen ook iets van begrip te zien bij de Amerikaanse lijfwacht, die me net nog in duidelijke taal liet weten dat ik moet wachten. Zodra zijn baas voorbij is, wijst hij me aan en mag ik als eerste door het afzetting naar de mixed zone. Er zijn 98 seconden verstreken.
Gelukkig ben ik op tijd. Ruim. Huizinga heeft eerst radio en televisie te woord gestaan en het duurt nog wel even voordat hij komt vertellen over zijn 5-kilometerrace. Hij is dan al lang weer tot rust gekomen van zijn wedstrijd. En ik van de mijne.