Ik denk dat ik een plek zie, maar dat denk ik verkeerd. Als ik mijn fiets buiten het met witte lijnen gekaderde vak bij de kruising Grote Markt - Guldenstraat zet, komt een jongeman op mij af, met een jasje dat officieel lijkt: „Meneer, dat mag niet.”
Oh. Wist ik niet. Serieus niet. Ik leef nog met het idee dat de fiets in de Groninger binnenstad overal neergezet kan worden. Maar dat is al heel lang niet meer zo. De meest logische plek is de grote stalling onder de Nieuwe Markt, voor het Forum.
Maar dat is net even te ver van waar ik wezen moet: boekhandel Van der Velde aan Grote Markt. Het idee is: snel even een cadeautje scoren voor een ziekenbezoek de volgende dag.
Ik weet even niet goed wat te doen en kijk de jongeman als een soort van verschrikt aan. Hij kijkt mij aan, vermoedt waarschijnlijk goed volk en vraagt: „Twee minuten?”
„Twee minuten, ja”, reageer ik en hij gebaart iets als ‘oké, vooruit’. Het is ook geen kletsverhaal, want mijn idee is: winkel in winkel uit. Ik weet wat ik hebben wil. Het boekje Yoga voor stijve harken.
Dat ‘twee minuten’ zet mij echter wel in de stress. Met kordate tred loop ik naar de boekhandel, kijk zelf snel rond, kan niks vinden, vraag een medewerkster, zij zegt dat ik boven moet zijn, die en die hoek en daar is de trap en als ik boven ben schiet ik meteen een medewerker en hij pakt het boekje en ik loop weer naar beneden, ga bij de kassa staan, wordt verwezen naar achteraan in de rij, denk van ‘fuck’, maar het gaat vrij snel, waarna ik gehaast terug naar de fiets loop.
Want als zo’n jongeman ‘twee minuten’ zegt, dan denk ik altijd dat hij dan ook letterlijk ‘twee minuten’ bedoelt.