Collega Jan brengt ons rijstevlaai en lost daarmee een soort schuld in, na een Orwelliaanse manier van trakteren op zijn verjaardag | column Herman Sandman
Collega Jan zet een schoteltje met een stuk rijstevlaai op mijn bureau. Zelfde bij mijn buurman. „Huh?”, doen we beiden.
Hij ‘loste’ daarmee een soort ‘schuld’ aan ons in. Want wij werden bij zijn 62e verjaardag in januari zeg maar wat karig bedeeld. Jan trakteerde, maar deed dat op de Orwelliaanse manier van de ene mens gelijker beschouwen dan de ander.
Zoals hij het toen zelf formuleerde: „Ik heb een aantal über-collega’s en die krijgen tompouce. Voor de rest is er een schaal met mini snacks als Mars en Bounty. Daar, op die tafel.”
Wij konden het dus doen met die snacks. Tot jarige Jan ons toch een tompouce gaf om te delen. Waarna we ineens beide hadden, meer dan de ‘Übers’ en de Mars en Bounty terug legden.
Ik schreef daar, uiteraard, een stukje over, met de nadruk op die Orwelliaanse manier van denken. Schamen bleek een groot woord, maar dat zat Jan niet helemaal lekker.
Het zat blijkbaar zó niet lekker dat hij ons drie maanden later een stuk rijstevlaai bracht. Wat overigens ook niet helemaal verraste, want hij komt uit dezelfde streek als ik en Veenkolonialen hebben de levenshouding van het huis Lannister in de bekende fantasyserie Game of Thrones: ’wij betalen altijd onze schulden.’
En wij, ontvangers, deelden die ochtend nog een motto met de Lannisters: ’Hoort mijn gebrul.’
De verrassing werd door ons dermate enthousiast ontvangen dat het geluid verder reikte dan onze bureaus. Jan probeerde ons een paar keer tot bedaren te krijgen, maar daar kwam al een vrouwelijke collega onze kant op.