Ieder jaar herdenkt de Molukse gemeenschap de doodgeschoten treinkapers van De Punt, op begraafplaats De Boskamp in Assen. Hier de herdenking in 2019. Foto: Marcel Jurian de Jong
Met verscheidene bijeenkomsten, zoals bij het Moluks Monument in Hoogeveen, is zondag herdacht dat in 1951 – noodgedwongen – de eersten van in totaal 12.500 militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) met hun gezinnen in Nederland arriveerden. Ze zouden een half jaar blijven. Het liep anders.
Eveneens zondag deden zeventien burgemeesters een oproep aan de regering om het leed dat de Molukkers bij aankomst in Nederland is aangedaan te erkennen en met ondersteuning over de brug te komen. Onder anderen Marco Out (Assen), Karel Loohuis (Hoogeveen), Mieke Damsma (Midden-Drenthe) en Adriaan Hoogendoorn (Midden-Groningen) denken dat een dergelijk gebaar veel pijn zal weghalen.
Al sinds 1951 spreekt de Molukse gemeenschap over slechte behandeling. Het gaat dan om de huisvesting destijds in kampen, om het onverwachte ontslag van de militairen en het uitblijven van betaling van achterstallige salarissen. Het gaat ook om discriminatie, frustratie en de moeizame integratie in de Nederlandse samenleving zonder verlies van eigen identiteit.
En er speelt meer. Sinds 2016 is onderzoek gaande naar extreem geweld dat tussen 1945 en 1950 onder de Nederlandse vlag zou zijn gepleegd tijdens de dekolonisatie van Indonesië. Hoewel de uitkomsten er nog niet zijn, bood koning Willem-Alexander vorig jaar reeds excuses aan. Voor de rol die Nederland in 1949 speelde bij de annexatie van de Molukken door wat nu de republiek Indonesië is, zijn nooit excuses aangeboden.
Voor de goede orde: de burgemeesters vragen om erkenning van leed dat loyale militairen die in het Nederlandse leger dienden hier in Nederland hebben ervaren. Daar hoeft geen ingewikkeld historisch onderzoek aan vooraf te gaan. Er is inmiddels zoveel over de ijskoude ontvangst gepubliceerd dat de zinsnede ‘We deden het naar eer en geweten, maar we deden het niet goed’ kan worden herhaald.
Bij erkenning horen ook daden. De toestemming voor een nationaal monument op de plek in Rotterdam waar zeventig jaar geleden de eerste Molukkers voet op Nederlandse bodem zetten, zijn een stap in de juiste richting. Maar bestendiging van bestaande programma’s en indien nodig extra steun voor de Molukse gemeenschap, zoals de zeventien burgemeesters voorstellen, is minstens zo gepast.