Jan Tuinenga knipte door tot zijn dood. Eigen foto
Hij knipte duizenden studenten, maar had niets met hun matjes. In de nacht van woensdag op donderdag overleed kapper Jan Tuinenga in zijn huis in Groningen. ‘Opa Jan’ werd 90 jaar en knipte tot de laatste snik.
Kapsalon Tuinenga zit aan de Westerhaven, midden in een Groningse studentenwijk. Daar werkte Jan Tuinenga tot vlak voor zijn dood. Leden van studentenvereniging Albertus kwamen massaal naar zijn zaak om te worden geknipt door ‘Opa Jan’.
‘De Vindicatmat’
En Jan Tuinenga? Die vond het geweldig. „Hij leefde met die jongens”, zegt zijn zoon Edwin (54) daarover. Zijn vader was een geboren Stadjer, maar genoot van de studenten. Eén ding vond hij minder: de matjes. Of, zoals hij zelf zei: „de vindicatmat”.
Als er een matje binnenliep dan hielp hij ze als het moest. „Maar als het even kan schoof hij ze door naar mij”, zegt zoon Edwin. En als hij ze niet door kon schuiven? Dan ging hij rigoureus te werk. In een naburige studentenflat kreeg Tuinenga de bijnaam: ‘De Matjesknipper’.
André van Duin op repeat
Tuinenga begon zijn kapperscarrière in het Rooms Katholieke Ziekenhuis in het zuiden van de stad Groningen, net na de oorlog. Als 15-jarige knaap knipte hij de haren van overleden patiënten. Daarna knipte hij op verschillende plekken in de stad.
Het leven was niet altijd gemakkelijk. Neem nou de jaren zestig. Studenten wilden lang haar en dat was slecht nieuws voor Tuinenga. Om wat bij te verdienen reed hij naar ‘t Zandt, een dorp op ruim 25 kilometer van zijn kapsalon. Daar waren de sixties nog niet doorgedrongen en wilde men gewoon netjes geknipt worden. In het dorpshuis verdiende Tuinenga wat bij.
Uiteindelijk ging hij aan de slag bij een kapsalon aan de Akerkstraat. Die zaak nam hij over in 1983. Kapsalon Tuinenga was geboren. Zoon Edwin kwam bij hem in de zaak werken. Het waren andere tijden. „Na elke klant draaide hij een zwaar sjekkie, nam twee trekjes en ging weer verder.” En natuurlijk de muziek. „Hij heeft jarenlang één cd op repeat gehad: een verzamelalbum van André van Duin. ‘Heb ik die cd niet eerder gehoord?’ Vroegen klanten.”
Altijd gezellig
In 1993 opende zijn zoon Edwin een kapperszaak aan de Hoendiepkade. Twee jaar later ging Jan bij zijn zoon aan de slag. Elke woensdag- en zaterdagochtend zat hij klaar om te knippen. Vaste klanten Frank de Vries (58) en Hans Siertsema (63) herinneren hem als een optimistische man met hart voor zijn klanten. Een man, bovendien, die hield van zijn stad en andersom. „Als hij stond te knippen kwamen er altijd mensen langs voor hem”, vertelt Edwin. „Dan brachten ze een worst of een visje.”
Jan Tuinenga knipt zijn achterkleinzoon Bram in de zomer van 2023. Eigen foto
„Is er weer een dame in het spel?” Vroeg hij, wanneer Siertsema zijn haar ‘niet te kort’ wilde. En als De Vries kwam voor een knipbeurt („Dat houdt bij mij in: de tondeuse erover.”) hadden de heren het altijd even over de stad en FC Groningen. „Het gekke is dat we elkaar altijd aanspraken bij de achternaam”, vertelt De Vries, „maar we zeiden wel je en jij”.
Siertsema en De Vries zijn altijd blijven komen, tot het een paar weken geleden niet meer kon. „Het lichaam was op”, zegt zoon Edwin Tuinenga. „Breng me weg en ga daarna lekker uit eten”, drukte hij zijn kinderen op het hart. „Het hoeft geen poppenkast te worden.”