Het is de week zonder vlees en zuivel. Veel Nederlanders zijn bezig met eten van minder vlees of kaas. Maar volhouden en de volgende stap nemen, dat blijft altijd moeilijk. En anderen overtuigen net zo.
‘Eten is nog nooit zo moeilijk geweest.’ Dat zijn de eerste woorden van Marjoleine de Vos (66) uit Zeerijp in haar verhalenbundel Een dolgelukkig Montessorivarken dat ze anderhalf jaar geleden uitbracht. Uitgebreid legt De Vos die stelling nader uit. Hoe een gelukkig scharrelvarken gespierder, ouder en taaier is en dus minder lekker. Dat snel eten vaak bagger is, maar dat gezond en lekker eten soms op gespannen voet staat met de kilometers die het heeft afgelegd. En hoe tarbotten of sliptongen steeds kleiner zijn als ze uit de zee gevist worden, terwijl onze verantwoorde wilde zalm uit Alaska – als we het dan toch proberen goed te doen – razendsnel het vliegtuig in moet om vers te blijven.
„Je wilt gezond eten, je wilt niet te veel schade doen aan de wereld en je wilt geen extra leed veroorzaken”, vat De Vos haar eigen strijd samen. Ze schreef er jarenlang recepten en verhalen over het plezier van koken over in NRC Handelsblad.
In die strijd staat De Vos niet alleen. Volgens een onderzoek door ProVeg uit 2023 in samenwerking met de Universiteit van Kopenhagen en de Universiteit Gent is 51 procent van de Europese vleeseters actief bezig om hun vleesconsumptie te verminderen. Bij dit Smart Protein onderzoek werden 7500 enquêtes uitgedeeld onder inwoners uit tien verschillende landen. De redenen voor het terugschroeven van vleesconsumptie zijn gezondheidsredenen (47 procent), milieuzorgen (29 procent) of zorgen om dierenwelzijn (26 procent). Die laatste twee bleken relatief vaker in Nederland de hoofdreden te zijn.
Havermelk oké, maar kaas?
Het grootste deel van de week eet Marjoleine de Vos tegenwoordig vegetarisch. Als ze vlees eet, dan alleen van biologische en ‘blije’ dieren die naar kleine slachthuizen gaan en niet naar ‘moordinstellingen’. De koeienmelk in haar koffie is vervangen door havermelk.
Die offers zijn wel te doen. Maar vanaf daar begint De Vos te schipperen tussen ‘lekker’ en ‘verantwoord’. Die twee uitgangspunten ruziën rollebollend door haar hoofd. „Neem kaas. Het leven is veel minder leuk zonder kaas. Ik heb wel eens geprobeerd om veganistische kaas lekker te vinden, maar dat is niet gelukt. Ik vond het onzegbaar smerig. En ’s ochtends eet ik yoghurt, want soja-yoghurt vind ik niet te eten.”
Marjoleine de Vos uit Zeerijp schrijft over eten in NRC, jaar verhalen zijn gebundeld in een boek. Foto: Anjo de Haan
In haar boek staan nog relatief veel verhalen over vleesgerechten, omdat De Vos 25 jaar deed om haar recepten te vergaren. „In 2004 vond ik het helemaal niet gênant om vlees te eten. Ik twijfelde ook geen seconde om voor de krant recepten te schrijven waarin ik een lamsschouder had uitgebeend en gebraden. Dat leek me leuk voor de mensen om te lezen.” Nu zou ze het niet gauw meer doen.
Ze kookt vaker vegetarisch en veganistisch. Al hangen met name veganistische gerechten haar soms even de keel uit. „Constant maar die recepten van kikkererwten, tahinsaus en aubergine. Het liefst bij elkaar… Soms heb je gewoon meer zin in de Franse keuken met room, boter en viande. En soms wil je niet Turks, maar gewoon andijviestamppot met spekjes.”
Het hangt van je omgeving af
Er is natuurlijk nog een andere manier om het zo goed mogelijk te doen. Náást zelf zo min mogelijk vlees of zuivel te eten kun je ook proberen het gedrag in je omgeving te veranderen. Vooral als je minder dierlijke producten eet vanwege milieu en dierenleed, overtuig je graag andere mensen van dat verhaal. Zo geeft de Nederlandse Vereniging voor Veganisme bijvoorbeeld cursussen om niet-veganisten te inspireren.
Dat werkt soms averechts. Als sommige mensen verhalen van veganisten of vegetariërs horen, zetten zij zich juist af en zijn mogelijk zelfs eerder geneigd extra vlees te consumeren, vertelt Lise Jans, universitair hoofddocent sociale-omgevingspsychologie. Dit heet moral do-gooder derogation, oftwel: morele uitgangspunten van de ander bedreigen de eigen identiteit. „We vinden het soms irritant als mensen moreel goed handelen. In plaats van diegene in gedrag te volgen, halen we de veganist juist naar beneden om zelf niet te hoeven veranderen. Daar zijn verschillende studies over.”
Jans ontdekte met haar collega Namkje Koudenburg dat er ook een andere kant aan dit verhaal zit. In drie experimenten bleek dat sociale groepen die de onderlinge diversiteit weten te waarderen, op een andere manier met veganisten omgaan. Er is meer acceptatie en minder de behoefte om het gedrag van de veganist te veranderen. Groepsgenoten passen vaker hun eigen gedrag aan richting de veganist. Jans: „Ze zijn meer bereid om te luisteren en zoeken naar overeenstemming, hebben zelf de intentie hun eigen eetpatroon te veranderen, en denken dat anderen in de groep dit ook willen doen.”
Goed doen: het blijft schipperen
Het hangt dus nogal af van je omgeving, merkt ook Marjoleine de Vos. „Ik merk dat ik in een bubbel leef waar dit heel gewoon is, terwijl het erbuiten helemaal nog niet zo is.” Zij probeert een goede omgang met dierlijke producten in de eerste plaats bij zichzelf te zoeken.
En dat blijft dus schipperen. Haar avondmenu op deze dag is illustratief. Naast de salade van rode kool en witlof, eet De Vos vanavond een restje van de blije, biologische kerstkalkoen die in de vriezer lag.
We willen het nog beter doen, maar het valt soms niet mee. Drie portretten
Loran Knol (25) uit Groningen, promovendus neurowetenschappen
„Ik eet minder vlees vanwege het milieu. Het is best goed mogelijk om vegetarisch lekker te koken, al zijn er wel gerechten met vlees die ik niet wil missen, zoals dat lekkere recept voor spaghetti bolognese wat ik weleens maak.
Als ik naar mijn ouders ga in Leens, dan eet ik veel meer vlees. Als je een plankje worst voor mijn neus zet, dan eet ik het op. Ik zeg niet: ‘je móét voor mij vegetarisch koken’. Ik hoop dat mijn koopgedag bijdraagt aan een betere wereld, maar ga het niet opleggen aan anderen.
Eigenlijk zou ik het nog beter vinden als ik vegan ging eten. De zuivelindustrie is niet bepaald goed voor de wereld. Maar dat is echt lastig. Als je zuivel uit je gerechten haalt, wordt het een beetje een treurige bedoening. Het zit ook niet in mijn routine. Ik heb nu mijn gerechten, waarvoor goede vleesvervangers zijn. Voor veganistische recepten heb ik die nog niet, dat kost meer moeite. Dat zou ik dan moeten gaan uitzoeken als ik uit mijn werk kom. Dat vind ik op dit moment te veel moeite.”
Loran Knol. Foto: eigen beeld
Beatrijs Verpaalen (54) uit Haren, werkzaam bij Ekoplaza
„Ik doe het ‘flexitarisch’: we eten drie dagen in de week vegetarisch. Daarbij volg ik mijn lijf, soms merk ik dat ik dierlijke producten gewoon nodig heb. Ik vind wel dat het allemaal anders moeten gaan doen. Het zou mijn droom zijn om een eigen plek te hebben die ik deel met anderen. Zelfvoorzienend en met een gemeenschappelijke tuin met een paar dieren voor melk en eieren.
Misschien komt dat ooit nog eens. Ik vind in ieder geval dat er meer bewustzijn mag komen. Bij mezelf en bij anderen.
Ik zou nu ook al wel minder vlees en zuivel willen consumeren, maar ik heb kinderen en een partner die er nog niet zo ver in zijn. Ze weten het vaak wel als ik vegetarisch kook. Maar soms hebben ze het niet in de gaten. Dan vraag ik natijds: ‘hoe vonden jullie dit?’ Dan is de reactie: ‘lekker’. ‘Nou,’ zeg ik, ‘daar zat dus geen vlees in.’”
Beatrijs Verpaalen. Foto: Wouter Hoving/DVHN
Jacob Boorsma (26) uit Haren, voormalig filmstudent
„Ik had twee documentaires achter elkaar gezien, waarna ik drie jaar geleden gelijk besloot vegetariër te worden. Ik heb toen de knop omgezet en eet 90 procent van mijn tijd vegetarisch. Het was wel even wennen, maar rond die tijd kwamen er veel vleesvervangers in de supermarkt.
Soms vragen mensen mij: waarom eet je dan nog wel vlees? Ik denk altijd: het helpt ook al als je de helft minder vlees eet dan voorheen. Het gaat erom dat je bewuster gaat kiezen. Als ik vlees koop, dan kies ik sneller voor kip dan voor rundvlees, omdat dat minder milieu-impact heeft. Ik heb vrienden die veganistisch eten, maar die projecteren dat niet op anderen. Ze proberen gewoon op hun eigen manier een steentje bij te dragen.
Ik vind dat op zich ook heel mooi. Maar ik wil nóg niet veganistisch gaan eten. Kaas is een groot gedeelte van mijn dieet. Ik ben er nog niet aan toe om dat te gaan omgooien. Als de nood echt hoog wordt, dan lukt het me dan wel om te stoppen. Dat weet ik zeker.”