Kapsalon Perdon in vroegere tijden. Foto: Privécollectie familie Perdon
Van trouwringen tot telefoons: soms belanden waardevolle spullen in de ondergrondse container. Zo ook de oude zwartwit foto uit het familiealbum van kapper Perdon uit Groningen. Door mijn schuld, door mijn grote grote schuld.
Waar was ik naar op zoek? Ik geloof dat het om het paspoort van m’n zoontje ging.
Ik zocht in onze grote oranje kast, een wonder van schoonheid en vernuft, waar een hoop in kan. Het komt wel eens voor dat ik, als er bezoek komt, onze hele tafel leegruim. Kranten, tijdschriften, tekeningen, boeken, kaartjes, rekeningen, spelletjes: alles past altijd in de oranje kast.
In mijn zoektocht kwam ik een schrijfblok tegen, zo’n groot exemplaar waarin ik aantekeningen maak tijdens interviews en reportages.
Wat een geluk!
Ik sloeg het schrijfblok open en trof tegen de kaft een foto. Mijn hart maakte een sprongetje. Wat een geluk dat ik die foto nog had! Die had mevrouw Perdon van de gelijknamige kapsalon aan de Parkweg me geleend toen ik haar interviewde omdat de zaak 75 jaar bestond. De foto schetst een beeld van lang vervlogen tijden waarin mannen mannen kapten. Eventueel aardig om bij het interview af te drukken.
Dat interview had 5 maanden geleden plaatsgevonden, voor de zomervakantie. Het was nu half november. Ik belde direct met de kapsalon om het heuglijke nieuws te delen. Een medewerkster nam op, mevrouw Perdon was er niet. Of ik de foto kon opsturen. Liever niet, zei ik, straks raakt-ie kwijt. Ik breng hem langs.
De Sinterklaasperiode brak aan. We moesten thuis dichten en surprises maken, naar de binnenstad voor cadeautjes. Soms had ik tijd om stukjes te schrijven.
De foto was ik al lang vergeten.
Opgeruimd staat netjes
Toen Sinterklaas voorbij was, was ons huis ontploft. We propten al het cadeaupapier in een grote doos en die brachten we zaterdagmiddag, evenals een klein papieren tasje gevuld met kranten en volgeschreven notitieblokken, naar de papiercontainer. Opgeruimd staat netjes.
Zondagochtend werd ik wakker en waar het vandaan kwam weet ik niet, maar ineens schoot die foto me te binnen. M’n hart begon wild te slaan, had ik nu die oude schrijfblokken inclusief foto van kapper Perdon weggegooid? Tegen beter weten in rende ik naar mijn werktas waarin een schrijfblok zat. Ik sloeg het open, niks. Ik hield het vast aan z’n rug en wapperde ermee, maar er viel geen foto uit.
Ik wilde het vergeten. Kapper Perdon kon best zonder die foto. Die stond op de uitnodiging voor hun 75-jarige jubileumfeest, dus iemand had die foto digitaal.
Zal ik de gemeente bellen, dacht ik. Maar het was zondag. Ach, het is maar een foto. Wat is nou een foto. De rest van de dag probeerde ik er niet aan te denken.
Wat is het nummer van de papiercontainer?
Maandagochtend op de fiets naar de krant zag ik elke papiercontainer naar me kijken. Op de redactie belde ik de gemeente. Ik werd doorverbonden. Ik moest het nummer van mijn papiercontainer geven. Dat had ik niet, ik wist wel de straat: de Herman Colleniusstraat.
,,Hoe laat was je er?’’, vroegen ze.
,,Zaterdagmiddag vijf uur’’, zei ik.
,,Is nog niet geleegd. Als je wilt dat we gaan zoeken, kost dat 135 euro. Je moet er bij aanwezig zijn’’, zeiden ze.
Ik kreeg hoop en ik begon er lol in te krijgen. Ik ging akkoord met dat enorme bedrag en vroeg hoe laat ik bij mijn papiercontainer moest zijn. Daarover werd ik teruggebeld.
Gerard en Onno
Onderweg naar huis belde Johan Honebeek me, de planner van Stadsbeheer. Over een kwartier waren de medewerkers van de Milieudienst ter plaatse.
,,Ik kijk nog even gauw thuis’’, zei ik. ,,Misschien ligt de foto toch ergens. Moet ik trouwens ook betalen als we de foto niet vinden?’’
Ja, dan moest ik ook betalen.
Thuis was de foto niet. Ik ging naar mijn papiercontainer en zag onmiddellijk het nummer: 3665. Al gauw kwam er een enorme, rode vrachtwagen van de gemeente aan. Gerard en Onno stapten uit en legden uit dat zij normaal gesproken afvalcontainers legen. Het wachten was nu op een andere vrachtauto die de papiercontainer omhoog takelde en leegde in hun laadbak zodat al dat oud papier niet weg zou waaien.
Gerard en Onno vertelden dat ze de gekste dingen moesten zoeken tussen het restafval. Van sleutels tot telefoons, van trouwringen tot portemonnees. Niet echt een fris klusje om daarnaar te zoeken in het vuilnis. De bijzonderste vondst ooit? Een levende kat.
En pistolen.
We klommen in de laadbak
De collega met de takel arriveerde en takelde de container van vijf kuub vol oud papier omhoog. ,,Die foto moet onderin zitten, want deze container is zaterdagochtend nog geleegd’’, deelden Gerard en Onno hem mee.
Ze klommen in de laadbak. Ik ook. De collega liet een kwart kuub oud papier vallen. Gerard, Onno en ik zochten de berg razendsnel door. Niks. Nog een halve kuub. Ineens herkende ik dozen van onze Sinterklaasavond. We zochten verder. En toen zag ik het kleine papieren tasje vol oude kranten en schrijfblokken.
En ja, de foto van die goeie oude herenkapper zat erin. We juichten, een beetje ingetogen.
Ik schudde de mannen in de laadbak de hand en klom naar beneden. Met de foto veilig opgeborgen in mijn tas, fietste ik naar huis. Ik keek nog een paar keer achterom en zwaaide naar de mannen om ze te bedanken.
En ik fietste door naar kapsalon Perdon aan de Parklaan. Ik overhandigde de foto met mijn welgemeende excuses dat ik het kleinood zo lang in bezit had gehad. Eindelijk, zeiden ze. Ze waren blij dat-ie terug was. ,,Deze foto is nog van mijn vader geweest’’, zei mevrouw Perdon.
Ik zei niets over de twee nachten die de foto ondergronds had doorgebracht. Dat weten alleen u en ik.
Ooit belandde een vuilniszak vol dure kleding in de ondergrondse vuilcontainer in Groningen. De eigenaresse had er alles voor over om die kleding terug te krijgen. Ze belde met de gemeente en kreeg te horen dat die lading vuilnis al lang was opgehaald en op de stort lag. Wat nu niet meer mag, mocht toen nog wel: de vrouw kreeg veiligheidsschoenen, een bril en een helm van de gemeente en zocht naar een speld in een hooiberg. En ze vond haar kleding terug!
Johan Honebeek herinnert zich dit verhaal nog goed. Hij is planner bij Stadsbeheer Groningen en een of twee keer per week is het raak, dan zijn mensen iets kwijt wat ze per se terug willen. ,,Trouwringen, paspoorten, sleutelbossen, telefoons. Maar ook spulletjes die emotionele waarde hebben, omdat mensen die gekregen hebben na het overlijden van een dierbare’’, zegt Honebeek. ,,En de politie is soms op zoek naar wapens.’’
Tot twee jaar geleden kostte het 35 euro om te zoeken in de inhoud van een vuilnis- of papiercontainer. Om het minder aantrekkelijk te maken, werd de prijs opgeschroefd naar 135 euro. ,,Sommige mensen belden voor de kleinste dingen. Ik heb hier op kantoor nog drie telefoons liggen waarover we mailcontact hebben gehad, alles. Die mensen kwamen de afspraak niet na. Terwijl bij zo’n uitruk drie werknemers betrokken zijn, twee voertuigen.’’
Volgens Honebeek waarderen mensen het enorm dat de gemeente helpt zoeken naar verloren gewaande eigendommen. ,,Mensen zijn super dankbaar als ze iets terugvinden. Ik herinner me bijvoorbeeld een internationale student, die met een pizzadoos z’n paspoort weggooide. Dat is lastig hoor, in het buitenland je paspoort kwijt raken.’’