Farah Kouboye geeft les aan jongeren in de kwetsbare wijk Gorecht-West in Hoogezand. Foto: Duncan Wijting
Ook als je niets hebt, ben je welkom in de boksschool van Rudy en Farah uit Hoogezand. Het is geen gewone club. „Die jongens hebben ons nodig.”
Gorecht-West in Hoogezand is een wijk waar de zon nét wat minder vaak lijkt te schijnen. De huizen zijn grijs en achter veel voordeuren is het leven moeilijk. 11 procent van de mensen boven de 15 jaar zit in de bijstand.
Midden in die wijk staat wijkcentrum De Badde en daar zit kickboksschool Chiyo Thai. Het is een gymzaal met matten op de vloer en boksballen aan het plafond. Ongeveer twintig kinderen doen kickboksoefeningen.
„Waarom sta jij stil?” Farah kijkt een jongen in een oranje shirt streng aan. „Aan de slag!”
Over Farah en Rudy
Farah Kouboye (46) zit in de vensterbank en houdt zijn leerlingen in de gaten. Hij groeide op in Amersfoort en verhuisde twaalf jaar geleden naar Gorecht-West omdat de moeder van zijn kind daar ging wonen.
Hij ging aan de slag als jongerenwerker en zag armoede en hangjongeren. „In Amersfoort gaf ik ook boksles aan kinderen. Als ik dan vroeg wat die jongens wilden worden zeiden ze: dokter of bokser. Als je het hier vraagt hebben ze geen idee. Het interesseert ze niet.”
Subsidie voor Chiyo Thai
De sportschool van Farah en Rudy wordt te druk. De mannen zijn op zoek naar een nieuwe, ruimere locatie. Daarom krijgt de club 45.000 euro subsidie van de gemeente Midden-Groningen.
Tien jaar geleden vroeg de gemeente hem kickbokslessen te geven in De Badde. Een paar jaar later kwam Rudy Schouwstra (41) erbij. Inmiddels heeft zijn school ongeveer zeventig leden. Dit zijn vooral jongens en meisjes uit de buurt. Wie geld heeft betaalt contributie, zo niet, dan is er altijd wat te regelen.
De boksbandages worden omgedaan Foto: Duncan Wijting
De moeders helpen mee
Neem nou Javayro van 14. Zijn moeder Randy (41) stuurde hem vijf jaar geleden naar Farah toe. Het ging niet goed met haar zoon. „Hij had meer meegemaakt dan goed is voor een jongen van zijn leeftijd”, zegt ze. Als Randy vroeger wat tegen haar zoon zei bleef hij maar naar de grond staren. „Maar dat veranderde”, haar ogen worden rood. „Nu kijkt hij me weer aan.”
Hoe het kan? „Ja, zeg het maar.” Ook Javayro weet niet precies hoe het kan. De jongen zit op een gymbankje. Hij heeft een dunne snor, een zwarte boksbroek en een zwart shirt. Wat hij wel weet is dat hij zich beter voelt. Minder druk, minder ruzie.
Tijdens de lessen een klap uitdelen én incasseren heeft hem goed gedaan. Dat weet hij wel. En als hij eens ruzie krijgt op school? „Nooit. Trainer zegt altijd: gebruik je kracht niet als het niet absoluut nodig is.”
De rust zelve
Trainer Farah is een grote, sterke man. De rust zelve. Toen Javayro vijf jaar geleden begon was wel duidelijk dat hij het moeilijk had. Farah nam hem apart in de kleedkamer.
„Is er iets?”
- „Nee trainer.”
„Weet je het zeker?”
Dit doet hij bij alle jongens en meiden die er even doorheen zitten. Inmiddels bellen ze hem als ze ergens mee zitten. Rudy bezoekt de mensen thuis als dat nodig is.
Jongeren trainen bij Chiyo Thai in Hoogezand. Foto: Duncan Wijting
Therapie
Heeft zijn moeder ooit overwogen Javayro naar een psycholoog te sturen? Nee. Boksen is beter, vindt moeder Randy. „Bij zo’n psycholoog draait het altijd weer om geld. Die lui worden er beter van, maar Farah doet het met zijn hart.”
Samen met Apollonia (31) en Jacqueline (42) helpt Randy mee bij boksschool Chiyo Thai. Rudy en Farah zijn de baas in de zaal, de dames doen de rest. „Alles vrijwillig.”
Jan (53) vertelt hetzelfde verhaal. Hij woont met zijn kinderen Valentijn (7) en Larissa (9) achter de boksschool van Farah en Rudy. „Ze hebben wel wat meegemaakt”, zegt hij. Op advies van een hulpverlener stuurde hij ze een jaar geleden naar Chiyo Thai. Ook Jan zag zijn kinderen opbloeien. „De boosheid is weg, ze zijn niet zo angstig meer.”
Jongeren trainen bij Chiyo Thai in Hoogezand. Foto: Duncan Wijting
Engelengeduld
Farah snapt wel wat de jongeren hebben meegemaakt. Ook hij heeft ‘levenservaring’. Hij hoeft geen salaris voor de lessen. De contributie gebruikt hij om jongens naar de wedstrijden te rijden. „Die jongens hebben ons nodig. Als ze na een wedstrijd de ring uitstappen en mij een knuffel geven is dat alles wat ik nodig heb. Daar kan geld niet tegenop.”
„Yallah”, roept hij naar Abdullah, een Syrische vluchteling die sinds kort meetraint. „Nederlands praten!”