Biografie over de Duitse nazi-baas in Groningen, Herman Conring, wordt deze week gepresenteerd; auteur Alie Noorlag belicht hem van alle kanten maar veroordeelt hem uiteindelijk wel
Hermann Conring (rechts) in gesprek met de Groninger politiecommissaris Ynto de Boer. Foto: Oorlog- en Verzetsmateriaal Groningen
De biografie over Hermann Conring, de nazi-baas in Groningen, wordt vrijdag gepresenteerd. Hij belicht de hoofdrolspeler van alle kanten maar veroordeelt hem wel.
Hermann Johannes Conring. Trouw aan een misdadig systeem. Zo heet het boek dat het leven beschrijft van de man die in de Tweede Wereldoorlog de nazi-baas in de provincie Groningen was. Vrijdag wordt het gepresenteerd.
Voor auteur Alie Noorlag, woonachtig in Vlagtwedde, is dat het einde van een project dat zo’n vier jaar geleden begon; jaren waarin ze archieven bezocht, interviews afnam en uren aan haar schrijftafel zat.
Adolf Hitler
Het resultaat van die arbeid is een biografie die de lezer meeneemt door het leven van Hermann Conring. Dat begint in 1894 in Ostfriesland, net over de grens met Groningen. Conring groeit er op in een protestants gezin, studeert rechten, maakt carrière en is de hoogste bestuurder van de Landkreis Leer als Adolf Hitler in 1933 aan de macht komt.
In de jaren die volgen, blijft hij overeind in de strijd om hoge posten en wordt hij lid van de NSDAP. In 1940, na de Duitse inval, wordt hij Beauftragte in Groningen. Hij wordt zo de hoogste man in de provincie die toezicht moet houden op het openbaar bestuur, op de economie en bovendien de provincie moet nazificeren.
Villa in Haren
Zijn vrouw en kinderen blijven wonen in de Ostfriese stad Leer, hij vestigt zich in een villa in Haren. Het beruchte Scholtenhuis in Groningen, waarin ook de politie onderdak heeft, wordt zijn werkplek.
Noorlag beschrijft zijn jaren in Groningen zoals ze ook de eerste decennia van zijn leven weergeeft; heel minutieus, hem van alle kanten belichtend, hem plaatsend in de geest van die tijd. Zo schrijft ze dat hij in Groningen soms mensen terughaalde uit Duitsland, van de Arbeitseinsatz, en ook op andere manieren hulp bood. Maar ze beschrijft ook de andere kant; zijn meewerken aan de jodenvervolgingen, zijn rol bij het de kop indrukken van arbeidersstakingen, zijn weten van de martelingen in het Scholtenhuis.
Beschuldigingen
Na de bevrijding in 1945 zit Conring enige tijd gevangen. Daarna pakt hij in Ostfriesland de draad van het leven weer op en wordt hij zelfs lid van de Bondsdag. Noorlag beschrijft, opnieuw minitieus, hoe hij zich op een goede manier inzet voor zijn regio maar zich ook krampachtig verdedigt tegen beschuldigingen waar het zijn rol in de oorlogsjaren betreft. Steeds herhaalt hij slechts als ambtenaar zijn plicht gedaan te hebben. Tot zijn dood in 1989 blijft hij dat herhalen.
Na de lezing van de biografie, die wordt uitgegeven door Noordboek, blijft het beeld hangen van een man die toch vooral een dader was, die een regime volgde waarvan hij, intelligent als hij was, het kwade had moeten inzien. Van een man die, zoals Noorlag het beschrijft, misschien geen bloed aan de handen had maar wel bloed aan zijn pen.