Gevolgen van klimaatverandering zichtbaar in het landschap van Drenthe en Groningen. Deze plant- en diersoorten hebben er veel last van. 'Nesten met kuikens spoelen weg'
Klimaatverandering is ook zichtbaar in het Noorden. Het landschap wordt zowel aangetast door droogte als door wateroverlast. Flora en fauna zuchten eronder.
Ook in het Noorden zijn de gevolgen van de klimaatverandering duidelijk zichtbaar in het landschap. Sommige soorten paddenstoelen, vlinders en planten uit zuidelijke regionen rukken op naar Drenthe, constateert boswachter Evert Thomas van Staatsbosbeheer in Hooghalen en Elp. Andere soorten, zoals de veenbesparelmoervlinder en de bosparelmoervlinder, zoeken hun heil in Scandinavië en dreigen hier te verdwijnen. ,,Ook de zevenster, die voorkomt in de Schoonloër Strubben, staat onder druk.’’
Thomas heeft nog goed de droogte van 2018, 2019 en 2020 op zijn netvlies staan. Inmiddels is het grondwater weer aangevuld tot normaal peil. Dat wil niet zeggen dat de natuur zich helemaal heeft hersteld. ,,De fijnspar is nog aan het na-ijlen van die droogte. Die staat al een tijdje weg te kwijnen. Hij heeft last van de letterzetterkever. Die maakt onder de boomschors gaatjes die lijken op letters.’’
Vaker voorjaarstormen
De argeloze wandelaar zal het misschien ontgaan, maar kenners zien al jaren de effecten van de klimaatverandering. Oorzaak: extremer weer met langdurige natte én droge perioden, heftige stormen en enorme plensbuien. Tegelijk wordt het zachter en zijn er minder vorstdagen en hogere temperaturen tijdens hittegolven.
Door een toename van voorjaarsstormen is er volgens directeur Marco Glastra van het Groninger Landschap vaker sprake van hoog water in het broedseizoen. ,,Nesten met kuikens spoelen daardoor weg. Sterns, die buitendijks broeden, hebben daar veel last van.’’
Witwangstern broedt in Groningen. Foto: Het Groninger Landschap
‘Waddenzee is een tankstation voor vogels’
Een ander gevolg is dat tijdens hittegolven wadplaten droog vallen. Tijdens de zomers van 2019 en 2020 heeft dat geleid tot massale sterfte onder schelpdieren. Veel vogelsoorten zagen waardevol voedsel verdwijnen. Glastra: ,,Als dat een trend wordt, kan het doorwerken in de functie van de Waddenzee voor trekvogels die langskomen. De Waddenzee is een tankstation voor twaalf miljoen vogels. Op de lange termijn - volgens de meest recente voorspellingen van het KNMI kan de zeespiegel in 2100 met 1,2 tot 2 meter stijgen - zijn de gevolgen nog veel ingrijpender.’’
In de Waddenzee wordt die stijging nu al gesignaleerd door de meetpunten van het Groninger Landschap. ,,Het is nog niet zo dat soorten daar last van hebben, maar we hebben wel zorgen over de effecten in de toekomst. Veel vogels hebben er baat bij dat de Waddenzee bij eb droogvalt. Als de stijgende zeespiegel ertoe leidt dat het minder wordt, dan neemt de beschikbaarheid van voedsel voor die vogels af.’’
‘Heel Noord-Nederland ligt aan het infuus van IJsselmeerwater’
Een ander probleem is de stokkende toevoer van zoetwater via de Drentse beken naar Groningen wanneer er lange tijd geen regen valt. Dat het Leekstermeer en het Zuidlaardermeer niet droog komen te vallen is te danken aan de aanvoer van zoetwater uit het IJsselmeer door de waterschappen. Glastra: ,,Dan hangt heel Noord-Nederland aan het infuus van IJsselmeerwater. Dat is afkomstig uit de Rijn.’’
Door droogvallende beken in Drenthe en Westerwolde is de afgelopen jaren volgens Glastra ‘enorme schade’ toegebracht aan visjes en beestjes die afhankelijk zijn van stromend water. Het heeft ook gevolgen voor de moerasgebieden die aan de voet van het Drents plateau liggen, zoals de Onlanden en het Hunzedal. Ook daar zakken de waterstanden. ,,Dat heeft weer tot gevolg dat er zuurstof in het veen komt. Daardoor gaat de bodem inklinken, waarbij op grote schaal CO2 vrijkomt.’’
Overtollig water wegsluizen
De noordelijke waterschappen Hunze en Aa’s, Noorderzijlvest en Reest en Wieden zijn al jaren bezig om te anticiperen op de klimaatverandering. ,,Dat doen wij al sinds de wateroverlast in 1998’’, zegt Arjan Heugens van Hunze en Aa’s. Het waterschap heeft meerdere maatregelen genomen om overtollig water tijdens natte perioden of piekbuien weg te sluizen. Daar zijn speciale bergingsgebieden voor gemaakt en beken hersteld, zodat er tijdelijk meer ruimte is voor water voordat het naar zee wordt afgevoerd.
‘Er zijn grenzen aan de maakbaarheid’
Hunze en Aa’s laat zich volgens Heugens onder meer leiden door de klimaatrapporten van de KNMI. De volgende verschijnt in 2023. ,,We blijven vooruitkijken zodat we vroegtijdig maatregelen kunnen nemen. Er zijn wel grenzen aan de maakbaarheid. Dat hebben we deze zomer gezien in Limburg. We kunnen water niet altijd naar onze hand zetten. Er blijven risico’s.’’
Dat geldt evengoed voor droogte, die zich meer sluipend aandient. Op hoge gronden ziet boswachter Thomas geregeld enorme beuken tegen de vlakte gaan. ,,Ook die hebben het door het watergebrek van een paar jaar geleden nog altijd zwaar te verduren.’’
‘De spaanse ruiter en de blauwe knoop leggen het loodje’
Op veel plekken in het hoogveen en de venige beekdalen is de natuur erg kwetsbaar. ,,Als het te lang droog is, leggen soorten als de spaanse ruiter en de blauwe knoop het loodje.’’
Door klimaatverandering treedt er ook sneller verbossing en verruiging van het landschap op. Thomas: ,,Dat wil je niet in Drenthe. Je wilt ook graag heide behouden. Veel mensen denken dat de problemen zijn opgelost als het een jaar flink regent. Dat is niet zo. Sommige veranderingen zijn onomkeerbaar.’’