Shevger (links) in gesprek met zijn begeleider Shadi (rechts). Foto: Corné Sparidaens
Hij was 15, een jongen nog. Shevger gaf zijn ouders een laatste knuffel en draaide zich om. Zijn geboorteland ziet hij nooit meer terug. Hij is een van de duizenden Syrische minderjarigen die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen. „In Turkije werd ik opgevangen op een plek waar beesten niet konden leven.”
„Ik wil liever niet met mijn eigen naam in de krant”, zegt de 19-jarige Syriër in het Nederlands. Daarom koos hij de naam Shevger, die veel betekent voor hem. Ook op foto’s wil hij niet herkenbaar zijn, uit angst voor negatieve reacties. Wel wil hij vertellen hoe en waarom hij is gevlucht.
In 2021 trok de 15-jarige Shevger zeven maanden te voet van Syrië naar Nederland. Een deel van de tocht legde hij af met zijn zus, het grootste deel reisde hij alleen. „Vooral bij de grenzen was het gevaarlijk. Ik kwam politie en grenswachten tegen die geweld gebruikten, of daarmee dreigden. In Nederland bleef ik bang. Als ik de politie zag, verstijfde ik en liep ik snel weg.”
Vooral minderjarigen uit Syrië alleen naar Nederland
Syrische tieners vormen al jaren de grootste groep alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) die naar Nederland komen. Zij reizen zonder ouders of wettelijke voogd. In 2024 kwamen bijna vierduizend amv’s het land in, van wie de helft uit Syrië. Dit jaar lijkt de instroom te dalen: tot en met april zijn 104 Syrische amv’s aangekomen.
Velen van hen zijn gevlucht voor de oorlog of dienstplicht. Maar ook de kansen die Nederland biedt voor gezinshereniging en onderwijs zijn redenen om hierheen te komen. De reis voor deze jongeren is vaak lang en gevaarlijk. Onderweg lopen ze risico op geweld, gevangenschap, ontvoering en uitbuiting door mensensmokkelaars.
Tussen de criminelen in de gevangenis
In Turkije was het volgens Shevger het ergst. „We werden naar een vreselijke opvangplek gebracht. Een plek waar zelfs dieren niet konden leven. Het was vies en koud, en het regende en sneeuwde. Er was geen eten, geen toilet, helemaal niets.”
Na negen dagen werd hij overgebracht naar een gevangenis. „Ik was het enige kind tussen volwassen mannen, van wie sommigen zware misdrijven hadden gepleegd — ook moordenaars. Ik zat daar bijna twee maanden vast. Dat was heel zwaar.”
Daarna begon een slopende tocht. „Ik probeerde meerdere keren te voet Griekenland te bereiken. Pas bij de vierde poging lukte het.”
Teruggaan was geen optie, zegt Shevger. „Ik móést door. Terug naar Syrië betekende het leger in, en ik wist wat daar kon gebeuren. Mijn broer stierf in het Syrische leger, toen ik nog klein was.”
‘Wat ik vooral nodig had, was veiligheid’
„Het kostte tijd om zijn vertrouwen te winnen”, zegt Shadi (28), begeleider bij jeugdhulporganisatie Elker. Hij ondersteunt Shevger en andere voormalig amv’s bij hen thuis. „Eerst is het aftasten: wat speelt bij iemand? In het begin luisterde ik vooral. We kennen elkaar nu twee jaar en spreken wekelijks af. We koken, wandelen, drinken thee en bellen vaak. Ik ga ook mee naar school- en ziekenhuisafspraken.”
Ik zag zoveel misgaan in de opvang dat ik besloot zelf begeleider te worden
Ook Shadi, die alleen met zijn voornaam in de krant wil, komt uit Syrië. Toen hij 18 was, vertrok hij samen met zijn ouders, broer en zusje. „In het eerste jaar woonde ik op negen verschillende plekken: zes azc’s en drie sporthallen. In Ter Apel sliepen we op tafels omdat er geen bedden waren. Ik zag zoveel misgaan in de opvang dat ik besloot zelf begeleider te worden.”
Shevger kwam als minderjarige terecht in een kleinschalige woongroep van Elker, de organisatie die een deel van de amv’s opvangt in Noord-Nederland. Daar woonde hij met acht à negen andere jongens, met 24-uurs begeleiding. „Wat ik vooral nodig had, was veiligheid”, zegt hij. „En iemand die mij stap voor stap hielp om mijn leven op te bouwen. Die hulp kreeg ik.”
Grote opvangplekken, snel uit beeld
Amv’s jonger dan 15 jaar worden meestal opgevangen in een pleeggezin, ook als nog niet zeker is of ze hier mogen blijven. Jongeren tussen 15 en 18 jaar met een verblijfsvergunning gaan naar een kleinschalige woongroep. Tenminste, dat is de bedoeling. Door lange wachttijden en een tekort aan plekken blijft een deel vastzitten in azc’s of belandt in grootschalige opvanglocaties.
Shadi (rechts) helpt Shevger (links) om zijn weg te vinden in Nederland. Foto: Corné Sparidaens
Daar raken ze sneller uit beeld, wat het risico op overlast en criminaliteit vergroot. Dat werd vorige maand zichtbaar. In Groningen en andere steden waren Syrische jongeren – ook minderjarigen – betrokken bij diefstallen en vechtpartijen. De gemeente Groningen overlegt nu met andere gemeenten over betere opvang en begeleiding van onder andere Syrische amv’s, en welke hulp van het Rijk daarbij nodig is.
Trauma, uitzichtloosheid en geldzorgen
„Ik schrok van de nieuwsberichten”, zegt Shadi. Volgens hem vergroten meerdere factoren de kans dat amv’s op het verkeerde pad belanden. „In de opvang is meer aandacht nodig voor de persoon en wat hij heeft meegemaakt. In azc’s en grote opvangplekken ontbreekt die vaak. Veel jongeren kampen met trauma’s of PTSS. Soms is een kleine gebeurtenis al genoeg om ze te triggeren. Af en toe een gesprek is dan echt niet voldoende.”
Over gevoelens praten en psychische hulp vragen is voor Syrische jongeren vaak moeilijk. Daarom zijn begeleiders nodig die hun cultuur begrijpen, benadrukt hij. „Ik merk het als jongens verdrietig of boos zijn, maar in onze cultuur praten we daar niet snel over.” Shevger herkent dat. „Als ik stress of verdriet heb, probeer ik dat zelf op te lossen. Shadi bel ik vooral voor praktische zaken.”
Er zijn jongens van 16, 17 jaar die geld moeten sturen naar hun ouders in Syrië
Door de onzekerheid rond het asielproces voelen Syrische jongeren zonder verblijfsvergunning zich vaak uitzichtloos. „Ze mogen niet werken, hebben geen dagbesteding, hun leven staat stil. Ze missen hun ouders – de liefde, het vertrouwen, de structuur – en belanden hier in een totaal andere wereld.”
Ook het gebrek aan perspectief speelt volgens hem mee. „Ik vind dat we deze jongens vaker een kans moeten geven. Ik zie in Groningen vaak dat ze worden afgewezen bij sollicitaties. Ik weet hoe dat voelt: in 2017 en 2018 solliciteerde ik zelf dertig keer. Pas toen ik een Nederlandse naam op mijn cv zette, kreeg ik reacties.”
Sommige jongeren staan daarnaast onder grote druk, merkt Shadi. „Jongens van 16, 17 die in Syrië al voor hun ouders zorgden en nu geld naar huis moeten sturen. Onder die druk kiezen sommigen voor criminaliteit, zoals drugshandel. Maar er zijn ook jongeren die juist alles op alles zetten om te leren en werk te vinden.”
‘Haat tegen Syrische jongeren werkt averechts’
Shevger kiest voor dat laatste. „In de opvang zag ik twee soorten jongens”, zegt hij. „Sommigen vechten voor hun toekomst, anderen kiezen de makkelijke weg. Met de verkeerde mensen om je heen, maak je sneller foute keuzes. Veel jongeren roken, drinken of zoeken problemen op straat. Ik blijf liever op mezelf.”
Hij volgt een kappersopleiding, woont in een sociale huurwoning en is sinds kort weer herenigd met zijn ouders, die naar Nederland zijn gekomen. Tot zijn twintigste krijgt hij begeleiding van Shadi.
Shadi hoopt dat er meer aandacht komt voor de jongeren die het wél goed doen. „Nu ligt de focus vooral op degenen die overlast veroorzaken. De rest blijft onzichtbaar en voelt zich vaak niet geaccepteerd. Veel jongens veroorzaken problemen — Syrisch of Nederlands — maar bij de ene groep roept dat haat op, bij de andere niet. En die haat werkt averechts. Sommige jongens zeggen tegen mij: ‘Waarom zou ik mijn best doen als iedereen toch al denkt dat ik slecht ben?’”
De route van amv’s in Nederland
Amv’s in Nederland staan onder voogdij van NIDOS. Samen met organisaties als Elker en het COA regelt NIDOS hun opvang en begeleiding. Jongeren die nog in de procedure zitten, wonen meestal in een azc.
In hun asielprocedure worden amv’s op dezelfde manier beoordeeld als volwassenen, maar de IND kijkt ook naar hun leeftijd en persoonlijke situatie, zoals trauma’s, om te bepalen of terugkeer veilig is.
Amv’s met een verblijfsvergunning krijgen hulp bij school, (mentale) gezondheid, integratie en zelfstandigheid. Woonbegeleiding loopt meestal tot hun achttiende, maar kan soms doorgaan tot 21 jaar. Elker begeleidt jongeren ook als ze zelfstandig gaan wonen; dat kan eveneens tot 21 jaar.