Een veld dat bespoten is met glyfosaat om ruimte te maken voor een ander gewas. In de biologische landbouw worden dergelijke bestrijdingsmiddelen niet gebruikt. Foto: Jaspar Moulijn
De Tweede Kamer wil dat demissionair landbouwminister Piet Adema vrijdag tegen het gebruik van glyfosaat in de Europese Unie gaat stemmen. Zelf wil hij helemaal geen stem uitbrengen. Waarom wordt men het niet eens over deze onkruidbestrijder? Vijf vragen.
1. Wat is glyfosaat?
Glyfosaat is de meestgebruikte onkruidbestrijder ter wereld. Het is om precies te zijn een fosfonzuur, een chemische verbinding van diverse moleculen. Het werd in de jaren vijftig ontdekt en aanvankelijk gepatenteerd als antibiotica. In de jaren zeventig werd ontdekt dat het geschikt is voor het bestrijden van onkruid omdat het bepaalde enzymen blokkeert, waardoor planten niet groeien. Chemiebedrijf Monsanto, tegenwoordig onderdeel van Bayer, bracht het op de markt onder de merknaam Roundup.
Roundup in de schappen. Foto: ANP
2. Wie gebruikt glyfosaat?
Aanvankelijk iedereen. Tot voor kort konden particulieren het ook tussen hun stoeptegels spuiten, maar tegenwoordig wordt het in Nederland alleen nog in de landbouw gebruikt en bij uitzondering door bepaalde terreinbeheerders. Veehouders gebruiken het om velden dood te spuiten wanneer zij hier een ander gewas willen telen dan maïs.
Het doodt de wortels en is bijvoorbeeld effectief tegen hardnekkige soorten als kweek. Er zijn ook veel gangbare veehouders die het helemaal niet spuiten; je komt het dan ook veel meer tegen in de akkerbouw. Het wordt met name gebruikt om te voorkomen dat onkruid de groei van jonge aanplant belemmert.
3. Wat zijn de risico’s van glyfosaat?
Hier wordt al lange tijd over gediscussieerd. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wees glyfosaat een paar jaar terug aan als waarschijnlijk kankerverwekkend. Het wordt ook in verband gebracht met bijensterfte, maar de laatste tijd is nog het meeste te doen om de relatie met de ziekte van Parkinson. Neuroloog Bas Bloem van het Radboud UMC wees tijdens het rondetafelgesprek met de Kamercommissie landbouw twee weken terug op diverse praktijkvoorbeelden en onderzoeken naar het verband tussen glyfosaat en aantasting van de hersenen.
Hoogleraar bodemfysica Violette Geissen van de universiteit van Wageningen wees op de nadelen voor het bodemleven. ,,Ook goede bacteriën die planten en andere organismen nodig hebben gaan dood.” Daarnaast is ze bezorgd over het afbraakproces van glyfosaat. ,,Als het zich hecht aan een bodemdeeltje breekt het veel langzamer af.” Zodoende kan de stof zich in de bodem opstapelen.
4. Waarom is de Europese Commissie voor toelating?
Omdat de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) eerder dit jaar geen reden zag om de toelating van glyfosaat niet te verlengen. De relatie tussen gezondheid en het bestrijdingsmiddel zou niet zijn bewezen zijn. Tegenstanders vinden dat het vanuit het voorzorgsprincipe verboden moet worden en wijzen op gebrekkig onderzoek. Zo zou de schadelijkheid voor de hersenen (neurotoxiciteit) niet voldoende zijn onderzocht, onder andere omdat producenten als Syngenta eigen onderzoek naar dit verband niet tijdig doorstuurden.
Ook is er volgens Geissen geen onderzoek gedaan naar de schadelijke effecten van glyfosaat wanneer het zich heeft gehecht aan bodemdeeltjes en naar de risico’s van stapeling van de stof in het milieu. Boerenorganisatie LTO is voor verlenging zolang er geen alternatieve middelen voor handen zijn. In de biologische landbouw wordt het niet gebruikt en wordt bijvoorbeeld mechanisch onkruid gewied. LTO ziet dit niet als oplossing omdat het teveel arbeid en brandstof zou vragen.
5. Hoe wordt er vrijdag gestemd?
De 27 EU-lidstaten hebben uiteindelijk het laatste woord en stemmen vrijdag over het commissievoorstel om glyfosaat weer tien jaar toe te staan in de unie. Voor een doorslaggevende stem is 55 procent van de lidstaten nodig die samen 60 procent van de Europese bevolking vertegenwoordigen. De meeste landen zijn voor verlenging, maar Duitsland, het volkrijkste land van de unie, is tegen. Daarmee lijkt het erop dat slechts 55 procent van de EU-bevolking wordt vertegenwoordigd door de voorstanders, waardoor de uitkomst vrijdag onbeslist blijft.
Italië lijkt voor verlenging te stemmen, maar tegenstanders hebben hun hoop erop gevestigd dat dit land nog gaat draaien. Als Adema morgen toch nog gehoor geeft aan de motie komt een meerderheid dichterbij, maar de kans is zeer groot dat er later weer eens gestemd moet worden. Voor eind december moet er een besluit liggen.