Jan Luppes. "Het was in het begin een helse klus om topmerken binnen te halen." Foto: Cor Lasker
Aan de Tramwijk in Nieuw-Weerdinge staat een bijzonder pand, eentje met een Scandinavische uitstraling. Het is het onderkomen van Jan Luppes Interieurs. De deur gaat alleen nog op aanvraag open. Na bijna 110 jaar komt er langzaam maar zeker een einde aan het familiebedrijf.
Hoe neem je afscheid van iets dat je heel lang met plezier hebt gedaan? Pats-boem of in stapjes? Jan Luppes (67) van de gelijknamige interieurzaak in Nieuw-Weerdinge kiest voor de tweede variant. Eind 2024 maakte hij bekend met zijn bedrijf te willen stoppen. Zijn kinderen wilden de zaak niet overnemen en het lukte ook niet om een andere overnamekandidaat te vinden. Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en nog altijd zijn Jan Luppes en zijn vrouw Ellen aan het werk.
Luppes glimlacht. „Ik sta helemaal achter het besluit om ermee te stoppen, maar aan de andere kant vind ik het ook moeilijk. Ellen en ik hebben dit werk samen zo’n veertig jaar gedaan. Het was geen manier van leven, het wás ons leven. Wat we nu aan het doen zijn, is emotioneel afscheid nemen. Dat geldt vooral voor mij. Ellen is beter in het stellen van grenzen en kaders. Ik ben een gedreven kleuter. In één keer stoppen zou slecht uitpakken voor mijn gezondheid.”
Toonaangevend
Luppes is een bijzondere zaak, die designmeubelen van toonaangevende ontwerpers uit heel Europa verkoopt. Maar dat is het niet alleen. In samenwerking met de klant ontwerpt het bedrijf ook complete interieurs, met bijbehorende plattegronden en kleuren- en verlichtingsplannen. Want, zo is de overtuiging, een verzameling mooie meubelen is nog lang geen fraai interieur.
De bedrijfsvoering van Luppes is gericht op het hogere segment. Op mensen die gaan voor design en exclusieve kwaliteit en daar ook het geld voor (over) hebben.
Dat is niet altijd zo geweest. Het bedrijf bestaat al sinds 1917. Oprichter was de opa en naamgenoot van de huidige eigenaar. „Hij kwam in 1914 vanuit Wildervank naar Nieuw-Weerdinge. Hij was stelmaker en maakte vooral houten gereedschappen en kruiwagens voor veenarbeiders.”
Een foto uit de beginjaren van het familiebedrijf Luppes. Foto: Collectie familie Luppes
Drie jaar later liet hij aan de Tramwijk een pand bouwen om voor zichzelf te beginnen. Daar werd het assortiment uitgebreid met onder meer houten wagens, ledikanten, nachtkastjes, lijkkisten en houten bakken voor op vrachtwagens. „Ik heb mijn opa nooit gekend”, zegt kleinzoon Jan. „Hij overleed in 1957, een paar jaar voor mijn geboorte. Wat ik over hem weet, is dat hij een rustige man was met een snor, die graag motor reed.”
In de lijkkist
De tram reed voor de deur langs en zo gingen de spullen naar Emmen en Stadskanaal. „En vanuit daar weer verder, richting Zwolle en de stad Groningen.” Dat het bedrijf ook lijkkisten maakte, voorkwam in de Tweede Wereldoorlog veel onheil. „Mijn opa en oma hadden onderduikers die niet in de Arbeidseinsatz wilden. Was er een controle, dan doken zij die lijkkisten in. Omdat mijn opa zei dat er overledenen in lagen, werd daar niet in gekeken.”
Joh Luppes, de man die in de jaren vijftig de zaak overnam. Foto: Collectie familie Luppes
‘Opa’ Jan Luppes en zijn vrouw Grietje kregen twee zoons en een dochter. Zoon Joh nam in de jaren vijftig de zaak over. „Kort na de Tweede Wereldoorlog werden nog zelf dingen gemaakt, maar die periode duurde niet lang. De industrialisatie kwam op gang en daar kon het bedrijf qua snelheid en prijs niet tegenop. Fabrieken deden het sneller en goedkoper.”
Joh verzette de bakens. Luppes werd een meubelzaak, die niets meer fabriceerde. „In Emmen werd de eerste wijk gebouwd, Emmermeer. Dat was goed nieuws voor de detailhandel. In opdracht legde mijn vader bij zo’n 250 woningen harde blauwe colovinyl-tegels in de hal. In de handleiding van Forbo uit Krommenie stond hoe het moest.”
Toch profiteerde Luppes niet volop van de uitbreiding van Emmen. „Nieuw-Weerdinge lag toch wel op enige afstand.”
Uit de brand
‘Vader’ Joh richtte zich op de verkoop van wat duurdere, kwalitatief goede producten. Bedden, kasten, tafels, losse lampen, kinderwagens. „Toen ik klein was, woonde mijn oma bij ons in. Zij zorgde voor mijn zus Tineke en voor mij. Mijn ouders konden hierdoor veel tijd in de zaak steken. Ze waren lid van een inkoopvereniging en onder invloed daarvan werd deze steeds groter.”
Grietje en Joh Luppes, de tweede generatie die het bedrijf in Nieuw-Weerdinge runde. Foto: Collectie familie Luppes
Lang ging dit naar wens, maar de groei pakte uiteindelijk niet goed uit. De financiering was al een lastig verhaal en toen bleek dat de laatste uitbreiding ook nog veel meer kostte dan verwacht. „Dat het niet goed ging, dat merkte je wel. Mensen kregen ontslag, vader was chagrijnig, moeder kocht nauwelijks meer iets voor zichzelf.”
Nooit hadden zijn ouders druk op zoon Jan uitgeoefend om (later) het bedrijf over te nemen. Toch ging hij in het familiebedrijf aan de slag, omdat hij zelf vond dat hij zijn ouders uit de brand moest helpen. Het lukte om werkbare afspraken te maken met de bank en het bedrijf stapte uit de inkoopvereniging. „Het was daar steeds meer een ratrace geworden naar goedkopere producten van mindere kwaliteit.”
Internationale topmerken
In het midden van de jaren tachtig nam Jan de zaak over. Net zoals zijn vader eerder deed, gooide ook hij het roer om. Het eikenhouten en klassieke spul maakte plaats voor moderne meubels van nationale en internationale designmerken. „Omdat ik daar gevoelsmatig veel meer mee had, maar ook om ons te onderscheiden. We zitten op een bijzondere plek, dus dan moet je ook iets bijzonders aanbieden.”
Het was een helse klus om die topmerken binnen te halen. „Ze kenden ons niet en die bedrijven wilden er honderd procent zeker van zijn dat hun afzetkanalen kennis van zaken hadden. Liever niets in een gebied, dan iets wat niet aan hun eisen voldeed. En gezien het assortiment dat we eerder hadden, stonden we in het begin niet op 0 maar op min 6.”
Jan en Ellen Luppes, de laatste generatie in het familiebedrijf. Foto: Cor Lasker
Maar stapsgewijs kreeg Luppes het voor elkaar. Het lukte om in de wijde omgeving een grote klantenkring op te bouwen. „Het werk was veel leuker dan ik vooraf had verwacht. Vooral omdat je alle ruimte hebt om er zelf vorm aan te geven. Een passie was geboren.”
Wat opvalt, is dat flink wat vergelijkbare winkels inmiddels niet meer bestaan. „In de nabije omgeving had je Smid in Stadskanaal en Flier in Emmen. Die zijn er niet meer. En zo zijn er meer verdwenen. Postma in Drachten is weg en Jan de Jong in Leeuwarden werkt bijna alleen op afspraak.”
Ziekte
Melles Interieur in Haren, die Luppes in 2012 van een bevriende collega overnam, sloot in 2022 deuren. En halverwege 2027 is het de beurt aan Luppes zelf. „Ik ben inmiddels 67 en Ellen is 62. Je kunt niet eeuwig doorgaan.”
Enkele jaren geleden bleek Luppes keelkanker met uitzaaiingen te hebben. Met een zwaar en intensief traject lukte het om hiervan af te komen, maar het zette zijn leven wel op de kop. „Nog nooit was ik zo met mijn eigen sterfelijkheid geconfronteerd. Ik ben er ook een emotioneler mens door geworden.”
Jan en Ellen Luppes namen in het midden van de jaren tachtig de zaak over. Foto: Cor Lasker
Dat veel interieurzaken met designmeubelen stoppen, is volgens de Nieuw-Weerdinger goed te verklaren. „We zijn een overconsumerende maatschappij geworden. Met veel fastfood, maar ook fast furniture. Zeker door algoritmes zijn mensen steeds meer op lemmingen gaan lijken. Ze lopen achter elkaar aan en willen vooral goedkeuring van anderen.”
De ene trend volgt de andere ook in rap tempo op, ziet Luppes. „Er is geen tijd om te sparen voor echt iets bijzonders. Het gevolg is dat je steeds meer onpersoonlijke eenheidsworst in woningen ziet staan.”
Met plezier
Wie een bedrijf wil overnemen, heeft het volgens Luppes ook moeilijker gekregen. „Financiering vinden is heel ingewikkeld geworden, zeker voor het midden- en kleinbedrijf. En de bedrijfstak waarin ik werk, vreet kapitaal. Denk aan het pand, de voorraad, de logistiek en het personeel. En dan moet je ook nog maar net een liefhebber zien te vinden die het wil overnemen. Iemand die zich al die specifieke kennis en vaardigheden eigen wil maken en daar fulltime - of eigenlijk meer dan dat - mee aan de slag wil.”
Jan Luppes. "Het is goed, een nieuwe levensfase breekt aan." Foto: Cor Lasker
Dat steeds meer mensen parttime willen werken, maakt het volgens Luppes lastig om geschikte overnamekandidaten te vinden. De Nieuw-Weerdinger zegt er niet wakker van te liggen. „Het is goed zo, een nieuwe levensfase breekt aan. Al zal ik het contact met klanten en het werk echt wel missen. Maar goed, dat is vanaf in de loop van 2027, als het bedrijf stopt en ook precies 110 jaar bestaat. Voorlopig ga ik nog even door met het ontwerpen en creëren van interieurs. En met plezier, zoals ik dat altijd heb gedaan.”