Grutto. Foto's: Marcel van Kammen Marcel van Kammen
Nederland verandert en dus ook de vogelbevolking. Dat blijkt uit de gloednieuwe vogelatlas, waarvoor 2000 vogelaars ruim drie jaar lang op pad waren.
Nee, een korhoen zie je in ons land niet meer, net als een kuifleeuwerik of een broedende kemphaan. En wie kent de ortolaan nog, of de ooit in graanakkers veel voorkomende grauwe gors? Wie hoort de veldleeuwerik zingen op het steeds stillere platteland? En, zeg eens eerlijk, hoe lang is het geleden dat u een zomertortel zag vliegen in het bos?
Maar de natuur zit niet stil. Andere soorten vullen die lacunes moeiteloos op. Wie twintig jaar geleden een grote zilverreiger opmerkte, had een heel goeie dag. Tegenwoordig is die sierlijke hagelwitte reiger haast even talrijk als de alomtegenwoordige blauwe reiger. De zeearend en de kraanvogel broeden weer binnen onze grenzen, net als de bijeneter en de witwangstern. De cetti’s zanger zit al aan de rand van het Lauwersmeer, de slechtvalk jaagt duiven op boven de Grote Markt.
De samenstelling van de Nederlandse vogelbevolking is in veertig jaar spectaculair veranderd, zegt Sovon, de onderzoeksinstelling die vanmiddag in Apeldoorn de nieuwe presenteert aan landbouw- en natuurminister Carola Schouten. Het handboek, dat een opvolger is van de in 2002 verschenen broedvogel-atlas, geeft een uitstekend inzicht in de ontwikkeling van de Nederlandse vogelwereld.
Ruim zes jaar geleden werd het startschot voor het kloeke boekwerk gegeven. 2000 waarnemers, 40 regionale coördinatoren, 80 fotografen en 130 soort-specialisten togen aan het werk. Ze onderzochten minutieus de vogelbevolking van Nederland, dat voor de gelegenheid in 1685 atlasblokken van 5 vierkante kilometer werd opgedeeld.
En ook al beslaat ons landje maar een half procent van het West-Europese landoppervlak, de vogelrijkdom is nog altijd indrukwekkend. Ondanks de klimaatverandering, verstedelijking en de schaalvergroting in de landbouw.
Vergeleken met veertig jaar geleden broeden er nog altijd evenveel vogels in ons land. In de onderzoeksperiode werden 257 soorten broedvogels geteld, inclusief 38 exoten. In totaal gaat het om zo’n tien miljoen broedparen. De merel is met een geschat aantal paren van 875.000 de meest talrijke, gevolgd door de huismus en de spreeuw.
Wie inzoomt, ziet dat er wel veel is veranderd. Vooral op het platteland zijn klappen gevallen. Ooit gewone soorten zoals de veldleeuwerik, patrijs en ringmus zijn in grote delen van het landelijk gebied verdwenen.
Het lot van veel boerenlandvogels lijkt beslecht. De meeste weidevogels weten zich enkel te handhaven dankzij de inzet van vrijwilligers, onderzoekers en boeren en ten koste van miljoenen aan subsidie. Kijk naar de treurige gang van zaken rond de grutto, onze nationale vogel.
Ook in de stad hebben vogels het moeilijk. De almaar uitdijende steenvlakte wordt voor veel dieren onleefbaar. Vogels blijken er aanzienlijk minder gezond dan hun soortgenoten buiten de stadsgrens. Ook op de hei en in het duin gaat het niet goed met de meeste soorten.
Onderzoekers constateren dan ook dat sprake is van verschraling en verarming van de vogelstand. De samenstelling van de vogelbevolking in veel regio’s lijkt steeds meer op elkaar. Kwetsbare en aan bijzondere landschappen gebonden soorten zijn verdwenen. Maar er kwamen toch ook nieuwe soorten? Zeker. Elk land krijgt de vogels die het verdient. Wist u dat de kip ook in het wild in Nederland voorkomt? Veel vogelaars kijken erop neer, maar ze broeden wel in ons buitengebied, leert de atlas.
En een hele rij exoten vraagt om onze aandacht. De manengans, ringtaling, Chileense smient, heilige ibis en kokardezaagbek, om er een paar te noemen. Tal van buitenissige ganzen zijn gek op onze hoogproductieve grassteppes.
Een vogel is natuurlijk beter dan geen vogel. Toch, veel natuurliefhebbers betrappen vermoedelijk liever een kievit, goudplevier of een ‘ouderwetse’ kerkuil, die voor ons land werd behouden door de tomeloze inzet van vrijwilligers die her en der nestkasten ophingen.
Of, beter nog, de sprookjesachtige sneeuwuil, die soms afdwaalt naar onze polder en dan op de meest gekke plekken opduikt, zoals in hartje Amsterdam. Of neem de zeldzame sperweruil, die een paar jaar geleden in ons land werd betrapt door de machinist van een voorbijrazende trein!
Allemaal schaarse soorten, die de gewoonte hebben na korte tijd weer verder te vliegen. Zodat er niets verandert aan onze vertrouwde vogelstand. Maar de verandering is er nu eenmaal en verdwijnt niet meer. Exit grutto, leve de grote zilverreiger. Wen er maar aan.