Als artsen alle opties met ze bespreken, dan zien patiënten vaak af van een operatie. Zo moeten de wachtlijsten worden aangepakt, vindt Sjaak Wijma (Zorginstituut Nederland) uit Haren
Als patiënten goed geïnformeerd worden blijkt dat ze lang niet altijd kiezen voor een operatie. Sjaak Wijma uit Haren, die afscheid neemt als bestuurder van Zorginstituut Nederland, ziet in ‘beter luisteren naar de patiënt’ een oplossing voor het zorginfarct.
Volgens kenners zijn we op het punt beland dat het Nederlandse zorgsysteem zelf een zieke patiënt is geworden. Zorgbestuurder Sjaak Wijma (66), die opgroeide in Leeuwarden en al jaren in Haren woont, wijst op de situatie in Groningen.
In het oosten van de provincie leven mensen gemiddeld 8 jaar korter dan inwoners van zijn eigen dorp. ,,Bovendien leeft men in Oost-Groningen gemiddeld genomen 20 jaar korter in goede gezondheid”, zegt Wijma. ,,Dat is onacceptabel. Het betekent dat het huidige systeem voor hen niet langer goed genoeg presteert.”
Wijma was een kwart eeuw gynaecoloog in het Martini Ziekenhuis in Groningen, voor hij 8 jaar geleden bestuurslid en 2 jaar later bestuursvoorzitter werd van Zorginstituut Nederland. Nu zwaait hij af bij de organisatie die bepaalt welke nieuwe behandelingen en medicijnen worden toegelaten tot de basisverzekering – waarbij het Zorginstituut kijkt naar effectiviteit en de kosten.
Niet altijd blijken de data, die zijn aangeleverd door farmaceuten en op basis waarvan het Zorginstituut bepaalt of een middel vergoed moet worden, achteraf juist, zegt Wijma. Dan doelt hij met name op honderden miljoenen euro’s kostende medicijnen die worden gegeven bij uitgezaaide kanker, die de afgelopen 10 jaar zijn toegelaten.
,,Het zag er veelbelovend uit”, zegt Wijma. ,,Nu blijkt dat die medicijnen iemands leven gemiddeld vier weken verlengen. En dat zijn geen vier weken in goede gezondheid. Dan moet je concluderen dat de beloftes van zo’n medicijn niet zijn waargemaakt.”
Nieuw medicijn of streekziekenhuis?
Voor nieuwe en dure innovaties staat het Zorginstituut Nederland volgens Wijma heus nog wel open. Maar dan moet de behandeling of het medicijn wel iets wezenlijks toevoegen aan het leven van mensen. Keerzijde is ook dat dure zorg ten koste zal moeten gaan van iets anders.
,,Het gaat om keuzes”, zegt Wijma. ,,Als we als samenleving willen dat een nieuw veelbelovend medicijn van 200 miljoen euro wordt vergoed, dan kan dat. We moeten ons wel realiseren wat dat betekent: dan ben je elders eigenlijk een klein streekziekenhuis aan het sluiten.”
De zorg is de grootste uitgavenpost van de overheid. Elk jaar wordt het hele stelsel een beetje duurder, tot inmiddels bijna 110 miljard euro per jaar. De prognoses zijn weinig rooskleurig. Omdat de Nederlandse samenleving vergrijst en er niet genoeg werkenden zijn die aan de groeiende zorgvraag kunnen voldoen, loopt het personeelstekort in de zorg volgens prognoses op tot bijna 200.000 mensen in 2033.
Sjaak Wijma. Foto: Jaspar Moulijn
De gevolgen: nog langere wachttijden voor ziekenhuizen en verpleeghuizen en zorgpersoneel dat nog minder tijd heeft voor bewoners en patiënten. Het kabinet wil het verplichte eigen risico van (nu nog) 385 euro vanaf 2027 halveren, wat de zorgvraag en de wachttijden naar verwachting alleen nog maar zal laten groeien.
De zorgvraag moet leidend zijn bij wie er er als eerste aan de beurt is, verdedigt het kabinet de beslissing. ,,De zorg moet toegankelijk blijven voor wie het echt nodig heeft”, zegt Wijma. ,,Daar geef ik de minister gelijk in.”
Maar het is in zijn ogen niet genoeg om alle ziektes waaraan het zorgstelsel lijdt te genezen. Een groot deel van de oplossing zit volgens Wijma in wat in de sector ‘passende zorg’ wordt genoemd. Daarmee wordt zorg bedoeld die is afgestemd op de persoonlijke situatie en behoeften van patiënten. Artsen en verpleegkundigen moeten daarvoor in gesprek met de patiënt, om uitgebreid uit te leggen welke mogelijkheden voor behandelen of niet behandelen er zijn en de keuze aan de patiënt te laten.
Niet opereren als oplossing
Hoe logisch het ook mag klinken, het is nog bepaald geen dagelijkse praktijk in veel Nederlandse ziekenhuizen. Ze zijn erop gericht om patiënten te opereren. Er zijn ook ziekenhuizen die het volgens Wijma wél al jaren goed doen en die als voorbeeld moeten dienen voor de rest.
Bijvoorbeeld het Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein, waar artsen en verpleegkundigen de (vaak zeer oude) patiënten die een heupfractuur hebben uitgebreid informeren over de mogelijke gevolgen van opereren of juist niet opereren en pijnstilling geven. Het andere voorbeeld is het UMCG (,,daar ben ik als noorderling heel trots op”) waar op de afdeling oncologie al jaren veel wordt geïnvesteerd in het gesprek met oudere darmkankerpatiënten.
Waar elders ‘sturen in de richting van een operatie’ de norm is, wordt er in het UMCG ingezet op het beter informeren van deze patiënten over de gevolgen van een grote operatie plus chemo’s en bestraling. En ook over de gevolgen van een beperktere behandeling.
,,Het blijkt dat oudere patiënten bij wie níét alles uit de kast wordt gehaald aan behandelingen bij uitgezaaide darmkanker niet significant korter leven”, zegt Wijma. ,,Tegelijk is hun kwaliteit van leven wel beter.”
Gevolg van de gesprekken is dat zo’n 30 procent van deze darmkankerpatiënten in het UMCG ervoor kiest om níét geopereerd te worden. In het ziekenhuis in Nieuwegein kiezen patiënten ook vaak voor niet opereren. Op die manier komen patiënten op de wachtlijst die wel geopereerd willen worden eerder aan de beurt. ,,Niet minder zorg bieden, maar zorg verlenen die past bij de situatie van de patiënt”, zegt Wijma.
Passende zorg
Ziekenhuizen en zorgprofessionals moeten veel meer opgeleid worden in het voeren van gesprekken voor passende zorg, zegt Wijma. ,,Dat het nu nog niet gebeurt is geen onwil, maar vooral onbekendheid.” Stappen ziekenhuizen hier massaal op over, dan heeft dit volgens hem grote gevolgen voor de wachtlijsten en de toegankelijkheid in de zorg.
Sjaak Wijma. Foto: Jaspar Moulijn
Er is volgens de bestuurder een nog veel fundamentelere omslag nodig om het dreigende zorginfarct te keren. ,,Waar halen wij onze gezondheid vandaan? Dat is ruwweg voor 40 procent uit onze omgeving, 40 procent uit ons gedrag, voor 10 procent uit ons DNA en voor de laatste 10 procent uit de gezondheidszorg die we ontvangen. We zetten met het geld vooral in op die laatste 10 procent, terwijl in de leefomgeving en het gedrag van mensen acht keer meer winst te behalen is.”
Opnieuw wijst hij naar de situatie in Oost-Groningen, waar veel inwoners met een zogeheten lage sociaaleconomische status door hun omgeving worden beïnvloed in het maken van ongezonde keuzes. Ze hebben meer geldzorgen, roken en drinken meer en bewegen minder. Dit alles leidt tot een grotere zorgvraag, minder gezonde levensjaren en een lagere levensverwachting.
Gezonde samenleving
Hevel een deel van die 110 miljard euro die nu naar de zorg gaat over om de transitie naar een gezonder leven mogelijk te maken, oppert Wijma.
,,Voor de mensen die afhankelijk zijn van zorg is die boodschap hard, maar uiteindelijk is dit hoe je de instroom in de zorg indamt, zodat degenen die zorg nodig hebben die ook op tijd krijgen. Belast ongezonde voeding meer, weer de McDonald’s uit het straatbeeld, zet in op onderwijs naar het belang van goede voeding en bewegen. Zet maximaal in op het creëren van een gezonde samenleving.”
Over de toekomst van de gezondheidszorg is Wijma optimistisch. Gepersonaliseerde behandelingen nemen de komende jaren volgens hem een vlucht. Bijvoorbeeld in de kankerzorg, waar op basis van het DNA van de patiënt bepaald wordt welke behandelingen en medicijnen het meest effectief zullen zijn en de minste bijwerkingen zullen geven.
,,Het ziet er voor de toekomst van de zorg goed uit”, zegt Wijma. ,,Als we maar wel durven te kiezen voor radicale verandering van het systeem.”
Paspoort
Naam Sjaak Wijma
Geboren in 1958 in Leeuwarden
Opleiding vwo Lienward College Leeuwarden en Augustinus College Groningen; studie geneeskunde aan Rijksuniversiteit Groningen, specialisatie obstetrie en gynaecologie in UMCG en Martini Ziekenhuis Groningen
Carrière gynaecoloog Martini Ziekenhuis; voorzitter medische staf Martini Ziekenhuis; plaatsvervangend opleider aldaar; voorzitter Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie; voorzitter stuurgroep Zorgevaluatie Federatie Medisch Specialisten; lid en voorzitter Raad van Bestuur Zorginstituut Nederland